Eerder dienaar van Trump dan van justitie

Profiel William Barr In zijn twee maanden als justitieminister nam Barr in het Rusland-dossier steeds de afslag die het voordeligst was voor president Trump.

Minister Barr (Justitie) zei eerder dat hij zich niet zou laten koeioneren.
Minister Barr (Justitie) zei eerder dat hij zich niet zou laten koeioneren. Foto Patrick Semansky/AP

‘Er was geen samenzwering met de Russische regering.” „Er was geen samenzwering.” „Precies zoals de president al zei: er was geen samenzwering.” In een persconferentie van een krap half uurtje hamerde de Amerikaanse minister van Justitie William Barr meermaals op de onschuld van president Trump, zoals omschreven in het langverwachte Mueller-rapport waarvan hij donderdagochtend een door hem geredigeerde versie vrijgaf.

Over de andere kwestie uit het rapport, of de president de rechtsgang heeft geprobeerd te belemmeren, bleef Barr veel vager. Hij zei dat de speciaal aanklager tien gevallen van mogelijke belemmering van de rechtsgang onderzocht en dat er, volgens hemzelf, geen reden was de president op grond hiervan te vervolgen.

Lees ook: Mueller-rapport: Trump probeerde grip te krijgen op Rusland-onderzoek

Zo gaf Trumps pasbenoemde minister van Justitie nog eenmaal een zwiepende draai aan de perceptie van een 400 pagina’s dik rapport, voordat iemand anders het had kunnen lezen om een eigen oordeel te vormen. Dat wil zeggen: niemand anders dan de minister, zijn naaste medewerkers én president Trump en diens advocatenteam.

Barr deelde de geredigeerde versie van het rapport met het Witte Huis voordat de volksvertegenwoordigers, de pers en het volk er kennis van mochten nemen. Dit versterkt het beeld dat hij in de eerste plaats de belangen van de president dient.

Nadat Trump vorig jaar Barr had voorgedragen als opvolger van de presidentiële boksbal Jeff Sessions, beleed de veteraan (hij was al eens minister van Justitie, onder George Bush senior) zijn onafhankelijkheid voor de Senaatscommissie die hem hoorde. Hij was op een punt in zijn leven aangekomen, zei de 69-jarige Barr, dat hij zich niet meer om zijn carrière hoefde te bekommeren. „Ik zal me niet laten koeioneren om iets te doen waarvan ik denk dat het verkeerd is.” En als de president hem om zoiets zou vragen, „dan zal ik liever opstappen dan het doen”.

Flinke woorden, flink genoeg in elk geval om drie Democraten te overtuigen ook vóór zijn voordracht te stemmen. Op 14 februari dit jaar kon Barr aan de slag. In die twee maanden heeft hij zich ontpopt tot een dienaar van de president, meer dan een dienaar van justitie.

Het verschil is meer dan subtiel. De attorney general, zoals de minister van Justitie in de VS heet, is geen minister als alle andere. Hij is niet alleen lid van het kabinet, hij is ook het hoofd van de onafhankelijke organisatie die justitie is – of moet zijn.

Het ultieme precedent hiervoor is nog altijd het zogenaamde ‘Saturday Night Massacre’ van 1973, toen president Nixon zijn minister van Justitie opdracht gaf de speciale aanklager te ontslaan die onderzoek deed naar Watergate. De minister weigerde en nam ontslag. Nixon vroeg het de staatssecretaris, die weigerde óók. Uiteindelijk knapte de derde verantwoordelijke het klusje op. Het redde Nixon niet, hij stapte tien maanden later op onder druk van de onthullingen. Saillant detail: Robert Mueller verwijst in zijn rapport ook naar het Saturday Night Massacre.

Qua onafhankelijkheid had Barr de schijn al direct tegen. Hij had in de zomer van 2018, ongevraagd en als ambteloos burger, een memo geschreven over het Mueller-onderzoek, en specifiek dat deel van het onderzoek dat zich richtte op belemmering van de rechtsgang door de president. Vanaf het moment dat Trump FBI-directeur James Comey ontsloeg en tijdens een tv-interview onthulde dat hij dat had gedaan wegens het „Rusland-gedoe”, was er de serieuze verdenking dat de president pogingen deed het onderzoek te dwarsbomen naar de flirts van hemzelf en van zijn staf met Rusland tijdens de verkiezingscampagne.

Barr schreef dat het ontslag van Comey binnen de presidentiële bevoegdheden valt, waarbij de president naar believen ambtenaren en bestuurders kan ontslaan – waarmee hij voorbijging aan de reden waarom Comey zou zijn ontslagen. Enkele maanden nadat hij Barrs memo had gelezen, vroeg de president hem of hij Sessions wilde opvolgen.

Barr bepaalde de beeldvorming

Op 22 maart ontving Barr het rapport van Robert Mueller. Enkele dagen later schreef hij zijn eerste bevindingen daarover in een brief aan het Congres. Mueller had niet kunnen vaststellen dat de president of iemand van zijn staf zich had schuldig gemaakt aan samenzwering met de Russische regering. En aangezien Mueller geen aanklacht tegen Trump had willen indienen wegens belemmering van de rechtsgang, ondanks aanwijzingen daarvoor, voelde Barr zich vrij om de president ook daarvan vrij te pleiten.

Dat wil zeggen: hij schreef dat hij en zijn medewerkers het bewijs dat Mueller verzamelde onvoldoende vinden voor strafvervolging. Daarbij heeft hij in aanmerking genomen dat door Mueller geen misdrijf is vastgesteld (te weten: samenzwering) waarvan de vervolging door de president had kunnen worden belemmerd.

Op elk kruispunt in de afwikkeling van het rapport-Mueller, heeft Barr de afslag genomen die voor Trump het meest voordelig was. Hetzelfde geldt voor zijn uitspraak in een Senaatscommissie vorige week, dat de regering-Obama in de campagne van 2016 „een van de politieke partijen had bespioneerd”.

Het was koren op de molen van Trump, die dit al vaker zei. Barr nam nog tijdens hetzelfde verhoor zijn woorden terug en zei dat hij niet had willen zeggen dat er onrechtmatig was afgeluisterd. Maar het beeld had hij toen al gevestigd, precies zoals hij dat de afgelopen weken rond de bevindingen van Mueller deed.