Recensie

Recensie Boeken

Om haar collegegeld te betalen werkt Brittany in een uitzetcentrum

Ali Smith In Spring helpt een ondergrondse organisatie om papierlozen uit het systeem te laten ontsnappen. Van online rants tot gutmenschen, schrijfster Ali Smith bespeelt alle registers met verve.

Ali Smith
Ali Smith Foto: David Sandison / Hollandse Hoogte

Vluchten die uitgeprocedeerde asielzoekers naar het land van herkomst deporteren vinden altijd ’s nachts plaats, constateerde de Britse auteur en kunstenaar James Bridle na bestudering van de website FlightRadar24. Uitzetcentra in Groot-Brittannië, schrijft Ali Smith, staan steevast in het door straalmotoren onbewoonbaar gemaakte niemandsland bij een vliegveld. De onzichtbaren verdwijnen in de nacht.

In Spring, het derde en beste deel tot nu toe in haar seizoenen-reeks, suggereert Ali Smith hoe het leven van menig vluchteling taps toe loopt tot het het punt van verdwijnen benadert in een uitzetcentrum. In het thuisland een individu in een collectief van vrienden of familie; eenmaal onderweg één van de zestig miljoen mensen die wereldwijd op de been zijn, in beeld gebracht in zwemvesten en aan grenzen. In Europa een statistiek in een azc, of weggemoffeld onder kerosinedampen totdat daags tevoren wordt meegedeeld dat het vliegtuig gereed staat.

Hoerenlopers

In haar tiende en meest politieke roman tot dusver voert Smith een organisatie op die asielzoekers uit het systeem laat ontsnappen om hen, de papierlozen, een plek in de maatschappij te geven. ‘We bewegen ons van de ene onzichtbaarheid in de andere’, zegt een vrouw in Spring. Een jong meisje in schooluniform met uitzonderlijke retorische gaven is de spil van de organisatie: ze praat op bewakers en directeuren in tot alle deuren zich openen. Ze is een hedendaagse reïncarnatie van koningsdochter Marina uit Shakespeares Pericles, die met haar vrome woorden alle hoerenlopers doet afdruipen tot de bordeelhouder zijn zaak wel kan sluiten.

Lees ook het interview met Ali Smith: ‘Ik ben niet technofoob. Maar een scherm betekent ook iets afschermen, niet zien’

Maar deze tragedie en de sprookjesachtige wending die Smith eraan geeft vormen aanvankelijk slechts het ijle decor van het leven van haar hoofdpersonen. Richard Lease, een regisseur die zijn beste films decennia geleden maakte, is verslagen door de dood van zijn vriendin en scenarioschrijver Paddy Heal. Geen levende schrijver die vriendschappen zo innig tot leven wekt als Ali Smith, en die tussen Richard en Paddy was gelukkig lang en veelbewogen. We lezen over de films die ze samen maakten, over Ierland en de Holocaust (ook Smiths andere specialiteit, die van het kunstwerk binnen de roman, komt in Spring vol tot uitdrukking); we lezen brieven en ansichtkaarten die Paddy en Richard elkaar stuurden; gesprekken over Charlie Chaplin en Katherine Mansfield, telefoongesprekken en afscheidsgesprekken. Het is zowel voor de lezer als voor Richard maar moeilijk te verkroppen dat we niet eeuwig kunnen verwijlen bij de herinnering aan Paddy, maar ons moeten verhouden tot het nu zónder Paddy, mét uitzetcentra, met Brexit en een nieuw voorjaar, en alle valse beloften van een nieuw begin van dien.

April, de grilligste maand

Brittany is een jaar of twintig en in dienst van de private beveiligingsfirma SA4A, die al langskwam in het eerste van Smiths seizoenen, Autumn (hoofdpersoon Elisabeth vraagt nog aan een beambte over ‘SA4A’: ‘Is dat een benadering van het woord safer of is het meer iets als het woord sofa?’). Brittany kan geen collegegeld betalen en werkt daarom in een uitzetcentrum. Ze leert snel dat ze moet zeggen: ‘Het is hier geen hotel’, als iemand om een extra deken vraagt, en dat detainees die met poep gooien uit zijn op extra aandacht.

De wegen van Brittany en Richard kruisen elkaar door toedoen van Florence van twaalf, die door de mazen van ieder systeem weet te glippen. Het verhaal wint vanaf dat moment almaar aan snelheid en mondt uit in een ontknoping die verrast, maar ook opmerkelijk wrang is voor Smiths doen.

Geen maand zo grillig als april, en wat dat betreft past het voorjaar Smith het best van alle seizoenen. Ze bespeelt alle registers met verve; dialogen van Paddy en Richard, fragmenten uit slechte scripts, passages uit kunstkritieken. Landerige gesprekken tussen Brittany en haar collega’s, online rants opgetekend door de jonge Florence in een schriftje (‘dikke achterlijke trut slak slet VERRADER VERRADER hypocriet’), de doelstelling van een sociaal netwerk (‘We willen dat je alles bent wat je maar zijn kunt: vrienden, in een relatie, single, en gecompliceerd’). Zelfs het voorjaar komt aan het woord: ‘Ik ben het kind dat begraven ligt in bladeren. De bladeren rotten weg: daar ben ik.’ En alle stemmen in Smiths koor klinken even overtuigend. Die van Brittany is noodgedwongen die van een buitenstaander; niet alle personages kunnen immers gutmensch zijn, of eloquent op het gebied van modernistische literatuur, maar haar vuile taalgebruik is onmiskenbaar dat van een jonge vrouw uit Zuid-Londen.

Beethoven

Spring verscheen op 29 maart, de datum dat de Brexit had moeten plaatsvinden. Maar wat een nieuw begin voor Groot-Brittannië had moeten zijn, blijkt een slepend proces zonder uitzicht op een afloop, en die lente, die is eigenlijk ook ieder jaar hetzelfde. Toch is Smith vastberaden om hoop, hoop op verandering, hoop op een nieuw begin, in allerlei gedaanten in haar boek te laten opduiken. Een motto van het boek is de wapenspreuk van Pericles, prins van Tyrus, die ook het grootste deel van zijn carrière op de vlucht was, en een vreemdeling: in hac spe vivo, met deze hoop leef ik. Een variant daarop siert het embleem op Florences schooluniform. Paddy schreef ooit het script Andy Hoffnung, verwijzend naar Beethovens lied An die Hoffnung, maar ze zegt ook: ‘Echte hoop is eigenlijk het ontbreken van hoop.’

Lees ook de recensie van Herfst: Uw hoofd is vijf millimeter te klein

Gelukkig bezien ook Richard en Brittany de sprookjeswending met enige scepsis. ‘Dit is een verhaal voor kinderen’, zegt Richard tegen een van de mensen in het netwerk van papierlozen. ‘Dat klopt’, antwoordt zij. ‘Maar het is die verhalen ernst, en ze gaan altijd over verandering. Hoe je wordt veranderd door de omstandigheden, of ertoe wordt gedwongen. Of hoe je leert te veranderen.’ Het hele kunstige aan Smiths boek is dat ze speelt met de wetmatigheden van de seizoenen, die altijd hetzelfde zijn en tegelijk ruimte bieden aan kleine en grote afwijkingen. Paddy citeert Charles Dickens: ‘De fabriek van de tijd is een geheime plek.’ Maar wel een plek, als het aan Smith ligt, die niet zomaar tweedimensionaal en lineair is, maar oneindig veel parallelle werelden in zich bergt.