Opinie

Dordrecht

Mirjam de Winter

Vlak voordat we onder het oude stadhuis van Dordrecht doorvaren, zet Jaap Bouman de buitenboordmotor van zijn zalmdrijver uit en steekt zijn wijsvinger in de lucht. „Luister”, fluistert hij. „Niets… Midden in de stad zijn we, maar je hoort helemaal niets.”

Jaap houdt zo veel van zijn stad dat hij me vanmiddag met alle plezier gratis rondvaart door wat – in weerwil van de Amsterdamse claim op deze bijnaam – ook wel het ‘Venetië van het Noorden’ wordt genoemd. Hij wil me de „andere kant van Dordt” laten zien en vaart me door de smalle Voorstraathaven, waar de historische achtergevels van huizen al eeuwenlang tot aan hun middel in het water staan.

De vergelijking met Venetië mag ik best maken van Jaap, zolang ik het het woord „gracht” maar niet in mijn mond neem, want die heeft Dordrecht volgens hem „beslist niet”. We tuffen hier over het vroegere riviertje de Thure (of Thuredrecht), vertelt hij, waar de ‘eerste stad van Holland’ haar ontstaan aan te danken heeft. En terwijl ik hardop mijn verwondering uitspreek over zoveel prachtigs, moet ik Jaap tegelijkertijd bekennen dat ik zijn stad nauwelijks ken, behalve van lunches bij Villa Augustus. Ik reed er meestal zoals menig Rotterdammer met een rotgang voorbij, met de bekende, oude volkswijsheid in mijn achterhoofd: „Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt.” Onbegrijpelijk, vindt Jaap, „want toen wij hier in 1220 geschiedenis schreven, liepen jullie in Rotterdam nog in berenvellen rond”.

Dordrecht was tot voor kort misschien wel de meest onderschatte stad van Nederland

We passeren de Wijnbrug, varen onder het Scheffersplein door, de (scheve) Grote Kerk voorbij richting het Drierivierenpunt. Hier, bij het Groothoofd, komen de Oude Maas, de Noord en Beneden Merwede samen. Hier ook zien we Dordrecht zoals de Dordtse schilder Albert Cuyp zijn stad zag toen hij zijn ‘Gezicht op Dordrecht’ schilderde. „Engelse toeristen zijn dol op Cuyp”, zegt Jaap. Hij ziet dan ook een toenemend aantal Engelsen in zijn stad, waar het dusver vooral dagjesmensen uit Nederland en België waren.

Steeds meer toeristen zullen Dordrecht weten te vinden, verwacht Jaap, zeker nu de stad afgelopen donderdag in de schijnwerpers stond als tv-locatie voor The Passion. Maar ook die speciale vermelding onlangs in The Times zal haar werk gaan doen, hoopt Jaap. Als enige Nederlandse stad nam de krant Dordrecht op in een lijst van dertig „verborgen parels in Europa”. The Times roemde de rijke historie van de stad, die in 1220 niet alleen als eerste stadsrechten kreeg, maar waar ook in 1572 de Eerste Vrije Statenvergadering werd gehouden. Ook worden de 900 „schilderachtige” rijksmonumenten aangeprezen, een proeverij bij distilleerderij Rutte aanbevolen en is de collectie van het Dordrechts Museum – met natuurlijk werk van Albert Cuyp – volgens de krant een „must see”.

Jaap Bouman is in zijn nopjes over de promotie in de Britse krant. Eerder zag hij hoe horden dagjesmensen op de stad afkwamen na een uitzending van Hier zijn de Van Rossums, waarin Maarten van Rossum, zus Sis en broer Vincent lyrisch waren over hun nieuwste ontdekking. Dordrecht was tot voor kort misschien wel de meest onderschatte stad van Nederland, dus alle aandacht is wat Jaap betreft nog steeds welkom. Maar wat als ook al die Rotterdammers zoals ik ineens wakker worden en massaal die kant op gaan? Dan is het gedaan met de rust die Jaap zo op prijs stelt, waarschuw ik hem. Het is maar een kwartiertje rijden tenslotte.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.