De schoonheid van herrijzen is onderschat (dat merk je als je ziek bent)

Herrijzenis Ziek worden is dramatischer dan beter worden. Daarom is er in de literatuur weinig te lezen over genezing, terwijl dat zo mooi kan zijn, schrijft aan de vooravond van Pasen.

Op een dag in april zat ik op de bank voor me uit te staren, mijn hoofd vol sombere gedachten. Ik vroeg me af wat mijn leven nog de moeite waard maakte en kon daar geen antwoord op vinden. Op dat moment hoorde ik door het raam, dat op een kier stond, flarden van een liedje. Ik stak mijn hoofd naar buiten en zag beneden een stuk of acht kinderen lopen die versierde stokken droegen. Ze zongen het Palmpasenlied:

‘Palm Palm Pasen

Hei koerei

Over enen zondag

Krijgen wij een ei

Eén ei, is geen ei

Twee ei is een half ei

Drie ei is een paasei.’

Het was bijna absurd hoe dit symbool van hoop zich aan me opdrong op een treurige dag. Toen het gezang weer verstomd was en de kinderen naar het volgende huis liepen, merkte ik dat er een verandering was opgetreden. Iets van het licht dat de kinderen verspreidden, was doorgedrongen in mijn innerlijke duisternis. Hoe kon deze kleine gebeurtenis zo’n effect op me hebben?

Even later kwam er een herinnering boven uit de tijd dat ik nog op de kleuterschool zat, eind jaren zeventig. Ik was al een paar dagen ziek thuis met waterpokken toen de kinderen uit mijn klas langskwamen en voor de deur, onder leiding van juffrouw Sjanie, het Palmpasenlied zongen. Vanuit de huiskamer, in mijn pyjama, keek ik door het raam naar de zingende kinderen op de stoep. Ze hadden palmpasenstokken in hun hand met daarop een haantje van brood. De juffrouw gaf aan de deur zo’n paashaantje aan mijn moeder, als kleine troost voor mij.

Ik wist nog niet dat christenen op Palmpasen – vorig weekend, het begin van de Goede Week – de intocht van Jezus vieren die op een ezelin Jeruzalem binnenreed en door het volk met palmtakken werd toegejuicht. Er wordt vermoed dat de palmpasenstok, vaak met groene twijgen versierd, oorspronkelijk een heidense levensroede was of een symbool van de levensboom. Vanaf de zeventiende eeuw werden er palmpasenoptochten gehouden, vooral door kinderen, waarbij de stok in de vorm van een kruis verwees naar de kruisiging. Het broodhaantje herinnerde aan Petrus, die Jezus driemaal zou verloochen voordat de haan zou kraaien.

Na het bezoek van mijn klasgenoten voelde ik me meteen beter. Niet dat ziek zijn voor mij een straf was: ik kon eindeloos televisie kijken en lezen en werd verwend door mijn moeder. Maar hoe prettig het ook was, het isolement begon me na een tijdje toch tegen te staan. Als je ziek bent, doe je niet meer mee – je kijkt door het raam naar de buitenwereld waar de anderen zich vermaken. Die toestand valt voor een kind niet lang uit te houden (en voor veel volwassenen ook niet). Ik begon dus te verlangen naar het normale leven, hoewel ik toch iets van teleurstelling voelde toen mijn moeder verklaarde dat ik weer genezen was.

De opwinding van genezing

Er zijn heel wat literaire teksten geschreven over ziekte, maar nauwelijks over gezondheid. Dat is begrijpelijk, want als je gezond bent, merk je daar niets van. Maar in alle boeken waarin zieke personages optreden, valt ook vaak weinig te lezen over hun genezing. Ziek worden is natuurlijk veel dramatischer dan beter worden, maar toch is dit jammer, want er valt veel te vertellen over het genezingsproces. Dat voltrekt zich vaak niet in een rechte lijn, maar kent verschillende stadia van vooruitgang en achteruitgang, hoop en wanhoop. Het mooiste is wel het moment waarop de zieke zijn krachten voelt terugkeren en weer opstaat uit zijn bed, want daarin manifesteert zich iets wat we allemaal kennen: het licht dat doorbreekt na een duistere periode.

Ik heb bij de grote schrijvers slechts een paar korte passages kunnen vinden die iets vertellen over dit specifieke moment tijdens het herstel.

Zo heeft Friedrich Nietzsche (die aan migraine, maagpijn en een oogziekte leed) het in De vrolijke wetenschap (1882) over „de geest die opeens bevlogen wordt door de hoop op gezondheid, door de dronkenschap van de genezing”. Toen ik dat las, dacht ik precies te weten wat hij bedoelde; ik herinnerde me de opwinding die ik voelde bij het vooruitzicht dat ik binnenkort weer buiten zou kunnen spelen.

Het is niet voor niets dat Faust tijdens het paasfeest zijn levenslust terugvindt.

Vladimir Nabokov (pleuritis, zenuwpijnen, psoriasis) beschrijft het ook mooi in De gave (1963): „Terwijl ik languit in bed lag, tussen blauwige lagen huiselijke schemer, voelde ik hoe in mij een ongelooflijke klaarheid ontstond. (-) Het was een moment waarop ik de hoogste graad van menselijk welzijn bereikte.”

Of neem Edgar Allan Poe (depressie, alcoholisme) in het verhaal De man in de menigte (1840): „Nu was ik weer aan de beterende hand en door dat terugkeren van mijn krachten verkeerde ik in een van die gelukkige buien die zo volkomen het omgekeerde zijn van ennui. (-) Alleen al het ademen schonk me vreugde en ik ontleende zelfs een absoluut plezier aan de vele legitieme bronnen van pijn. Ik bespeurde in mezelf een kalme, maar nieuwsgierige interesse in ieder ding.”

Toen ik deze passages las, begreep ik pas goed wat je ervaart als je levenslust terugkeert tijdens een genezing. Het is meer dan de opluchting dat de ellende voorbij is; het lijkt of je zintuigen en je geest ongewoon scherp zijn. Vooral als je nog herstellende bent, maar al bijna beter, kun je bezocht worden door ongewoon heldere gedachten. En wat je vanaf je ziekbed door het raam allemaal waarneemt, kan een sterke indruk op je maken, alsof je voor het eerst je ogen opent. Het lijkt wel of de patiënt wordt herinnerd aan het enorme potentieel dat hij in zichzelf meedraagt en dat zelfs tijdens het gezonde leven niet volledig benut wordt.

Piekervaring

Je zou dit ook een ‘piekervaring’ kunnen noemen, een moment van verhoogde geestelijke intensiteit. De Engelse auteur Colin Wilson, die veel over ‘peak experiences’ schreef, geeft als voorbeeld Goethes personage Faust die van zijn depressie wordt verlost als hij de paasklokken hoort luiden (ongeveer zoals dat met mij gebeurde door het Palmpasenlied). Faust bevindt zich in zijn studeerkamer en staat op het punt zelfmoord te plegen, ontgoocheld omdat zijn wetenschappelijke carrière hem alleen boekenwijsheid heeft opgeleverd, terwijl hij dorst naar hogere kennis. Als hij het geluid van de klokken hoort, die het begin van het paasfeest aankondigen, en het gezang hoort van een engelenkoor, wordt hij herinnerd aan het geloof dat hij in zijn kindertijd nog bezat. Die herinnering weerhoudt hem „vom letzten, ernsten Schritt” en roept hem terug naar het leven. Faust begint te huilen en zegt: „Die Erde hat mich wieder!”

Lees ook: De fascinatie voor drugs begint vaak bij verhalen

Het is alsof het ochtendgloren aanbreekt na een lange nacht. Of het nu gaat om een zieke die zich beter voelt of een zwaarmoedige die getroost wordt: hun bewustzijn opent zich en ze bezien de wereld met nieuwe ogen.

Het is niet voor niets dat Faust tijdens het paasfeest zijn levenslust terugvindt. Met Pasen herdenken christenen immers dat Jezus is verrezen uit de dood. Het wordt dan ook wel het feest van de hoop genoemd. Oorspronkelijk was Pasen een lentefeest waarin het einde van de winter en het ontwaken van de natuur gevierd werden. Een aantal heidense elementen zijn door de kerk behouden om het volk tevreden te houden; zo raakten het verlossingsgeloof en de voorchristelijke natuurverering met elkaar verstrengeld in het paasfeest.

Eieren aan de doden

Neem het paasei, een oeroud symbool van levenskracht. Het schenken van eieren als vruchtbaarheidsritueel was al gangbaar bij verschillende ‘heidense’ volkeren. „In het oude volksgeloof bezitten in het voorjaar gelegde eieren bijzondere kracht”, schrijft Aat van Gilst in zijn studie Het Paasfeest (2012). „Hoe meer men ervan nuttigt, hoe meer heil men tot zich neemt.” Dit geloof zorgde ervoor dat er tijdens het lentefeest vaak te veel eieren gegeten werden, met buikpijn tot gevolg. Eieren werden ook wel als ‘voedsel’ aan de doden meegegeven in het graf of door boeren begraven in de akkers om de vruchtbaarheid te bevorderen. In de zeventiende eeuw begonnen kinderen op paasmorgen verstopte paaseieren te zoeken. Goethe gaf in 1783 ook zo’n eierfeest in zijn tuin in Weimar, waarbij de kinderen van zijn collega’s Wieland en Herder beschilderde eieren mochten zoeken.

De meest intieme relatie van de mens is die tussen lichaam en geest. Daar schort veel aan, aldus psychoanalyticus Paul Verhaeghe. Lees ook: Perfecte lijven en levens penetreren onze slaapkamer

De kerk heeft de heidense eierrituelen overgenomen en sindsdien geldt het paasei als symbool van de wederopstanding: zoals het kuiken door de schaal van het ei breekt, zo bevrijdde Jezus zich uit het graf dat met een zware steen was afgesloten. Op plafondschilderingen in oude kerken wordt het graf van Christus ook wel in eivorm afgebeeld.

De terugkeer naar het leven – dat is waar al deze verhalen op neerkomen. Na een periode van kou, duisternis, treurnis en ziekte zijn er plotseling weer tekenen van hoop en vreugde. Colin Wilson schrijft over Faust op het moment dat hij de paasklokken hoort: „Hij heeft weer contact met de externe realiteit, hij heeft zich bevrijd uit de glazen stolp die hem gevangen hield.”

Inderdaad, het is net alsof de zieke mens zich onder een stolp bevindt. De geluiden van buiten dringen nauwelijks tot hem door. Tot hij op een dag de kracht vindt om het glas te breken.