De elf fonteinen zijn (nog) niet op orde

Een jaar na Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad van Europa 2018 wordt er nog gewerkt aan de voltooiing van de prestigieuze fonteinen.

Bij De Woeste Leeuwen in Workum werd afgelopen dinsdag één van de tijdelijke sokkels vervangen.
Bij De Woeste Leeuwen in Workum werd afgelopen dinsdag één van de tijdelijke sokkels vervangen. Foto’s Sake Elzinga

Directeur Kris Callens van het Fries Museum buigt zich over het informatiebordje bij de fontein Flora en Fauna in Hindeloopen. „Het is gevallen en heeft over de grond geschuurd, zie je de krassen? En kijk daar, vastgezet met tape. Het is groezelig. En wat groezelig is, gaat rafelen en valt uiteindelijk uit elkaar.”

Het is maandagmorgen, de zon schijnt op de waterspuwende vogels in de fonteinboom. Het grote, houten gewei eromheen glimt tussen de rood-witte linten: de fontein is afgezet om het pas gezaaide gras eromheen een kans te geven. Een paar weken geleden was het hier nog een modderboel.

Dat zou je ook positief kunnen zien: in tegenstelling tot de fonteinen in IJlst en Stavoren werd die in Hindeloopen wél in werking gesteld op Kletterdei, Fries voor ‘klaterdag’. Dat was op 22 maart, de afgesproken heropeningsdag voor alle, door internationale kunstenaars voor Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad van Europa 2018 gemaakte fonteinen. De elf Friese steden hebben er sinds vorig jaar allemaal één, die in Hindeloopen is gemaakt door de Chinese kunstenares Shen Yuan.

Ook positief: de waterdruk bij Flora en Fauna is goed – uit de vogelbekjes komen ferme stralen. Dat kun je niet zeggen van De Woeste Leeuwen in Workum van de Engelse kunstenares Cornelia Parker, onze volgende stop. Uit de leeuwenklauwen komen voorzichtige, niet echt ver reikende straaltjes. Directeur Callens: „Die waterstralen zouden een soort kattengevecht met elkaar aan moeten gaan, maar ze bereiken elkaar niet.” Wijzend op de blauwe sokkels onder de leeuwen, die al een jaar tijdelijk zijn en vervangen moeten worden: „Je ziet de schroeven eronderuit komen.”

Lees ook waarom er geen Friese kunstenaar is gevraagd

Het Fries Museum reageerde vorige week op een brief van verontruste bewoners, begin april gestuurd aan de zes gemeenten waar de elf fonteinen staan: daarom bezoeken we de fonteinen. „Een jaar na opening”, stond in de brief, „is nog steeds niets gedaan aan adequate informatie en bewegwijzering, zijn een aantal fonteinen of hun locaties niet op orde en is van de geplande internationalisering van het kunstproject geen spoor te bekennen.” De ondertekenaars zaten indertijd in speciale, nu opgeheven fonteincommissies.

„Wij hebben kennis van beeldende kunst”, liet Kris Callens optekenen in de Leeuwarder Courant, „breng het project onder bij het Fries Museum”. Want dat is dus het punt: de elf fonteinen moeten zorgen dat er internationaal cultuurtoerisme op gang komt, maar zijn nergens echt ondergebracht. Eerst waren ze de verantwoordelijkheid van de tijdelijke organisatie LF2018, halverwege 2017 werden ze overgedragen aan de provincie, beheer en behoud zouden na 2018 worden verzorgd door de betrokken gemeenten. Centrale regie is nooit geregeld.

Stadsgevangenis

Ze zitten nog op dezelfde plek als vorig jaar: in een wachttoren van de gerenoveerde stadsgevangenis van Leeuwarden, ‘de Blokhuispoort’. Maar de organisatoren van het culturele jaar die nu toezien op het vervolg – LF 2028 heten ze intussen – zijn met enkele tientallen mensen en vele miljoenen euro’s budget minder dan in 2018.

Kwartiermaker Lieuwe Krol, één van hen, heeft ook op de brief gereageerd. „De zorgen die de fonteincommissies zich maken, begrijp ik”, zei hij in dezelfde krant. Juist daarom heeft zijn organisatie aangeboden de marketing van de fonteinen weer ter hand te nemen. En dat loopt, zegt hij: „Er komen nieuwe informatiebordjes, die zijn volgende week klaar. En de nieuwe brochures liggen bij de drukker.”

Ook LF2028 heeft een rondgang langs de fonteinen gemaakt. Bewegwijzering, parkeergelegenheid, hoe liggen de fonteinen erbij: „Het was lang niet allemaal af en goed.” Overigens begrijpelijk, want vorig jaar moest het allemaal snel af, de hete zomer verhinderde dat beplanting rond de fonteinen aansloeg, drukte door toeristen stond herstelwerkzaamheden in de weg.

Krol: „We zijn te laat begonnen met het vervolg op de culturele hoofdstad, daar moet je eerlijk in zijn. Maar we zijn wel Friezen, hè. Het begint hier met: ‘Eerst nog maar eens zien of het wat wordt’. En als het dan een succes blijkt, en iedereen een vervolg wil, is het van: ‘Moet het nou wéér geld kosten?’”

Natte kleren

Onze derde stop is Franeker. De Oortwolk van de Franse kunstenaar Jean-Michel Othoniel verspreidt een nevelwolk, die bij harde wind soms zorgt voor overlast (natte kleren) en dan misschien ook de stenen aantast van de eeuwenoude kerk waar hij pal voor staat. De fontein wordt om die reden zo nu en dan even uitgezet. Er circuleert een voorstel voor een timer: alleen eventjes een nevelwolk als de kerkklok slaat.

Directeur Callens: „Dan moet je dus wel weten dat het waterbeeld onderdeel is van de artistieke expressie. Als je zoiets al zou willen, moet je toch eerst langs de kunstenaar.” Wat hij voor zich ziet: „Een klein startkapitaal voor de nodige aanpassingen, misschien kunnen we dat krijgen van een kunstfonds. Inkomsten genereren uit het copyright dat op de fonteinen rust. En één iemand die verantwoordelijk wordt gemaakt voor alle fonteinen.”

Kwartiermaker Krol: „Ik kan me goed voorstellen dat we gaan samenwerken met het museum, absoluut. Dat iedereen zich nu zorgen maakt over het vervolg: volgens mij is dát de grootste winst van het culturele jaar.”