Zonder meer aangiftes kon politie niets

Rotterdam De politie kende de verhalen dat een groep jongens meisjes verkrachtte in parkjes en kelderboxen. Optreden kon niet meteen.

Het Serumpark, nabij de Franselaan in Rotterdam. De Franselaangroep, waarvan de jongens die meededen aan de groepsverkrachtingen deel uitmaakten, hingen hier regelmatig rond.
Het Serumpark, nabij de Franselaan in Rotterdam. De Franselaangroep, waarvan de jongens die meededen aan de groepsverkrachtingen deel uitmaakten, hingen hier regelmatig rond. Foto Robin Utrecht

Schuin achter station Schiedam ligt het Life College voor vmbo en mbo. Er loopt een rustige weg langs, de plek is geliefd bij lesauto’s met onervaren chauffeurs. „De school van je leven”, staat op de gevel van het bakstenen gebouw. Het waren minderjarige meisjes van deze school die afgelopen tijd slachtoffer werden van groepsverkrachting door drie eveneens minderjarige jongens uit de wijk.

Dinsdagavond, die ochtend waren de verdachten aangehouden, belden de mentoren met de ouders van de vmbo-leerlingen. „Mijn moeder sprak Nederlands aan de telefoon, dat doet ze nooit”, zegt Laetitia (14). „Ze spreekt altijd Spaans of Antilliaans. Ze hing op en zei: ‘Dat was school’. Ik dacht: O shit.” De politie sluit niet uit dat er meer arrestaties volgen.

In Rotterdam-West en Schiedam-Oost deden, volgens de politie, al langer verhalen de ronde over een groep jongens die zich schuldig maakte aan groepsverkrachtingen in parkjes, kelderboxen en op andere plekken. Dat het niet eerder tot aanhoudingen kwam, heeft ook te maken met de aangiftebereidheid van de slachtoffers. „De signalen waren er wel, maar verklaringen niet”, zegt betrokken zedenrechercheur Lincy Lansbergen in een verklaring die de politie Rotterdam eerder deze week uitgaf.

Het onderzoek begon toen een slachtoffer aangifte deed. Terwijl de politie overlegde met de wijkagent, jongerenwerkers en een nabijgelegen school om „samen de meisjes te waarschuwen en advies te geven hoe nieuwe situaties te voorkomen”, volgde nog een aangifte en een melding. „Meisjes maar ook ouders praten liever niet met ons”, zegt Van Lansbergen in haar verklaring. „Soms is het angst, soms schaamte.” En: „Sommigen vonden het niet zo schokkend.”

Aangiftebereidheid is laag

Het komt bij slachtoffers veel voor dat zij zichzelf helemaal niet als zodanig zien, zegt Willy van Berlo van Rutgers kenniscentrum seksualiteit. „Het heersende beeld van verkrachting is dat het met een onbekende moet zijn, en dat er geweld bij komt kijken. Maar iemand dwingen tot pijpen is ook verkrachting, tot anaal ook, en ook je partner kan je verkrachten als het tegen je wil is.”

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de aangiftebereidheid onder zedenslachtoffers laag is. In een beleidsverkenning van Regioplan uit 2017 wordt een schatting van 16 procent genoemd.

Volgens zedenrechercheur Van Lansbergen zijn sommige meisjes vrijwillig meegegaan naar de kelderboxen of andere locaties, maar hebben zij op een zeker moment hun grens aangegeven.

Lees ook het interview met hoogleraar Jan Hendriks: ‘Meisjes worden niet een kelderbox ingesleurd. Ze gaan zelf mee’

Het kenniscentrum doet iedere vijf jaar een onderzoek naar de seksuele gezondheid van jongeren tussen de 12 en 25 jaar. In 2017 gaf 11 procent van de meisjes en 2 procent van de jongens aan dat ze minstens één keer in hun leven zijn gedwongen om seksuele dingen te doen die ze eigenlijk niet wilden. Vergeleken met 2012 zijn deze percentages iets gedaald: toen ging het om 17 procent van de meisjes en 4 procent van de jongens. Over groepsverkrachtingen worden geen aparte cijfers bijgehouden.

De slachtoffers in Rotterdam zijn mogelijk gedwongen met fysiek geweld, maar Van Lansbergen noemt in haar verklaring ook andere vormen van dwang: „Als ze je telefoon afpakken en hem alleen terug willen geven in ruil voor seks, dan is dat ook dwang.”

Gesprekken in de klas

Laetitia hangt woensdagmiddag met een groepje vriendinnen rond in het station, allemaal uit de tweede klas van het vmbo kader. Ze gaan zo naar huis. Haar moeder heeft de verkrachtingen meteen met haar besproken. En gezegd dat ze nooit alleen met jongens mee moet gaan. „Daar hadden we het al eerder over gehad.” Laetitia’s vriendin, ook 14, leerde dat van haar broers. Er hangen regelmatig jongens rond de school, vertellen ze. „Je stapt niet achterop zo’n scooter.”

Ook in sommige klassen is er de afgelopen week kort over de verkrachtingen gesproken, vertellen leerlingen, maar in veel klassen ook niet.

Niemand weet precies wie de daders en slachtoffers zijn, al gaan geruchten rond. De jongens die de verkrachtingen pleegden maakten onderdeel uit van de ‘Franselaangroep’, naar de straat in Rotterdam-West, net over de grens met Schiedam, waar ze rondhingen. Twee jaar geleden kwamen jongens van deze groep landelijk in het nieuws toen ze op de Bokelweg een 35-jarige vrouw in haar eigen auto verkrachtten.