Opinie

Wel of geen nieuwe kat?

Frits Abrahams

De oude kat is dood, leve een nieuwe? De vraag dringt zich regelmatig op sinds wij onze poes Anne bij de dierenarts moesten laten inslapen. Al op de dag van haar dood waren we er voorzichtig over begonnen. We keerden verdrietig terug in een huis waar alles nog aan Anne herinnerde: speeltjes, manden, borstels, kammen. Moest er iets van bewaard blijven voor… voor later?

Ik vertelde mijn vrouw over een indrukwekkend kort verhaal waarin een dergelijke situatie beschreven wordt. Het is geschreven door Judy Gardiner en staat in de bundel Kattenkrabbels, een Nederlandse vertaling van de Engelse bloemlezing Favourite Cat Stories.

Ik pakte het boek erbij. Het gaat over een bejaard echtpaar dat zeer gehecht is aan hun kat, Gershwin. De kat is genoemd naar de beroemde componist omdat de echtgenoot de leider van een populair dansorkest was geweest.

Op een dag ontsnapt Gershwin uit hun flat en wordt op straat overreden. „De auto was een blauwe Renault en de man was op weg naar een feestje in flat 63. Hij kwam uit zijn geknielde houding voor de auto overeind en hield Gershwin als een klein haardkleedje in zijn handen.”

Je zag het voor je, want die mevrouw Gardiner kan schrijven. Zij laat het echtpaar vertwijfeld treuren en de begrafenis voor veertig pond regelen bij Elysian Fields Ltd. Om het verdriet te verzachten willen ze hun zoon in Canada bezoeken, maar een bovenbuurmeisje heeft een ander idee. Zij komt met een pas gevonden jong katje langs.

„O, meneer Silver”, zegt ze, „u moet ’t nemen. De enige manier om over het verlies van een huisdier heen te komen, is het zo snel mogelijk door een ander te vervangen.”

Het echtpaar aarzelt, hij wil het liever niet: „Bij God, we hoeven er niet nog eens een!” Maar zijn vrouw zet een schoteltje melk op de grond en zegt: „Dat zeiden we ook van Gershwin. Weet je nog?” Dat is de slotregel van het verhaal.

Ik vroeg mijn vrouw: „Vind je dat het buurmeisje gelijk had?”

„Eerst moeten we een poosje uitproberen hoe het leven zonder kat ons zal bevallen”, zei ze. „Het zal moeilijk zijn want we hebben zo ongeveer een halve eeuw met katten geleefd.”

„Vroeger was het nooit zo’n punt”, zei ik, „je nam gewoon een nieuwe kat. Maar nu doet zich voor ons dezelfde situatie voor als voor dat echtpaar uit het verhaal: vermoedelijk zal een nieuwe kat ons overleven. Geen prettig vooruitzicht.”

„De kinderen zullen ervoor willen zorgen”, zei ze, „ik heb het er weleens met ze over gehad.”

Kinderen die katten erven, dat had wel wat.

Daarna parkeerden we de kwestie voorlopig op de vluchtstrook langs Gods ondoorgrondelijke wegen. Daar kun je wel een poosje staan zonder door iemand lastig gevallen te worden, hooguit door een kat die ergens in het duister klagelijk miauwt.

Die kat geef ik een goeie kans om Anne op te volgen.

Deze column staat ook in Met de kat naar bed, een deze week verschenen bundel met alle kattencolumns van Frits Abrahams. Uitgeverij Brooklyn. 128 pagina’s. €12,50.