Toen greep de god van het voetbal in

Zap Na de wedstrijd begon het heerlijkste uurtje televisie. Steeds weer zagen we spelers van Ajax terug het veld op rennen. Alles wat ze deden was ballet, alles wat ze zeiden was poëzie.

Matthijs de Ligt na Juventus-Ajax.
Matthijs de Ligt na Juventus-Ajax. Beeld Veronica

In de vijfenzestigste minuut van Juventus-Ajax provoceerde commentator Leo Oldenburger de hogere machten. Ajax speelde al een kwartier beter dan Juventus, maar het stond nog steeds 1-1. Oldenburger zei: „In Madrid misten ze niet zo veel kansen als hier in Turijn.” Ergo: Ajax is het aan het verprutsen, er komt geen Wonder van Turijn. (Ik dacht dat zelf allemaal ook, want een televisierecensent is een deskundige in het diepst van zijn gedachten.)

Toen greep de god van het voetbal in. Want die zal nooit een kans laten lopen om een deskundige in zijn hemd te zetten. Hier diende zich een wonderkans aan. Want Oldenburger was niet de enige die voorsorteerde op een nederlaag. In de luttele seconden waarin Veronica geen rustreclame uitzond had Ronald de Boer gezegd dat hij Juventus beter vond. Op Ziggo Sport had Wim Kieft gesteld dat de goal van Ronaldo de schuld van Matthijs de Ligt was en later bleek dat er in de Veronica-studio een bromgeluid uit Johan Derksen was gekomen: „Aan corners heeft Ajax niet zo veel.”

De grote spelverdeler smeedde die elementen aaneen in een wonderschone interventie: hij liet de eerstvolgende corner van Ajax keihard op het hoofd van de tussen twee Italianen ingeklemde De Ligt landen. Alle deskundigen bleven vernederd achter. Juventus was weer de eenzame Oude Dame die al 23 jaar geen ware liefde meer heeft gekend.

Na de wedstrijd begon het heerlijkste uurtje televisie. Steeds weer zagen we spelers van Ajax terug het veld op rennen. Alles wat ze deden was ballet, alles wat ze zeiden was poëzie.

De camera leek overal te zijn, ook in de kleedkamer waar een van de spelers op een haar na in een grote witte wasmand tuimelde. „Soms moet je niets zeggen”, zei Veronica-presentatrice Hélène Hendriks.

De door ontroostbare Italiaanse supporters verlaten stoeltjes blonken hagelwit op de achtergrond. Matthijs de Ligt verscheen voor de camera. Hij praatte aanvoerderesk over de teamprestatie, maar leek afgeleid. Hij richtte zijn blik steeds naar boven. Daar, op de scoreborden, werd zijn winnende doelpunt getoond – hij keek als een jongen die pas bij de herhaling durft te geloven dat de bal echt zit.

De directeuren Marc Overmars en Edwin van der Sar renden naar de hoek met de Ajaxsupporters. Overmars, die inmiddels het postuur heeft van een vaatje Chianti uit het hogere prijssegment, stortte zich met gespreide armen naar voren, maar zijn buikschuiver reikte niet ver. Gemene groene vegen op zijn overhemd. „Dat leek me een stroef shirt”, keurde Hendriks in de studio – die begreep dat dit het moment was om wél iets te zeggen.

In de catacomben kreeg de juist op tijd van een blessure herstelde Frenkie de Jong de perfecte vraag van Wytse van der Goot: „Wanneer heb je voor het laatst aan je hamstring gedacht?” De Lachende Jongen haalde een hand door zijn haar en praatte en praatte. Na een vraag over de halve finale begon hij over de competitie: „Nu Groningen, het is best kort dag, we moeten ook nog vliegen enzo. Nu ratel ik een beetje door, hè?” Als Gerard Reve deze beelden ziet, keert hij nog vóór Pasen terug op aarde.

De laatste woorden waren van trainer Erik ‘il fenomeno’ ten Hag. De trainer die Ajax op een droomreis door Europa leidt, kwam met een handvol regels die bewezen dat ook hermetische poëzie diep kan ontroeren:

Twee zessen voor de verdediging
De halfruimtes gaan dus open
Dan kun je voetballen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.