Snel een veilige Stint de weg op

Verkeersveiligheid Kinderdagverblijven kopen nu alternatieven voor de Stint, zoals de elektrische bakfiets. De minister ziet dat liever niet.

Alternatief voor de Stint, zoals hier in Baarn: de elektrische bakfiets.
Alternatief voor de Stint, zoals hier in Baarn: de elektrische bakfiets. Foto Caspar Huurdeman / Hollandse Hoogte

Het gold op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de afgelopen maanden als een horrorscenario: opnieuw een tragisch ongeval met kinderen op weg naar een kinderdagverblijf. Dit keer niet in een Stint, maar in een elektrische bakfiets (e-bakfiets). De Stint was december 2018 van de weg gehaald, na een vernietigend rapport van TNO, maar e-bakfietsen – ook verkrijgbaar voor het vervoeren van acht tot tien kinderen – mochten gewoon blijven rijden. En veel kinderdagverblijven zagen dat als aantrekkelijk alternatief. Er zijn er inmiddels al enkele honderden, verspreid over het land.

Maar wat voor de Stint gold, geldt ook voor die e-bakfietsen. Ze mogen de weg op, maar er is nooit controle geweest op de betrouwbaarheid of de veiligheid als het om het vervoer van kinderen gaat.

Dat verklaart de turbo-procedure waarmee het ministerie het nu mogelijk heeft gemaakt om de ‘vernieuwde’ Stint met ingang van het nieuwe schoolseizoen weer op de weg toe te laten. De tijdelijke regeling moet volgende maand afgerond zijn, zei minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) woensdag in de Tweede Kamer. Vervolgens moet de RDW – voormalige Rijksdienst voor het Wegverkeer – de nieuwe Stint controleren, waarna het ministerie de nieuwe Stint definitief goedkeurt. Zelden is de fabrikant van een afgekeurd product zo snel weer zakelijk in het zadel geholpen.

Dat daarbij een mogelijk fataal ongeluk met de e-bakfietsen een rol speelt, bleek ook tijdens het debat. Van Nieuwenhuizen noemde het „een nieuw fenomeen zonder wetenschappelijk onderbouwde data over de risico’s in het verkeer”. Waar de Stint straks aan strenge veiligheidseisen moet voldoen, gelden voor de e-bakfiets nauwelijks regels; dezelfde die ook gelden voor de e-bike en de gewone fiets, zolang niet harder dan 25 kilometer per uur wordt gereden.

Controle

Regels om de veiligheid van kinderen te garanderen, zijn er niet. Controle op de productie evenmin. Dat ligt gevoelig. Van Nieuwenhuizen lag al politiek onder vuur vanwege de manier waarop haar ministerie in 2011 de Stint op de weg had toegelaten.

Klopt het dat één individuele topambtenaar van het ministerie in 2011 groen licht had gegeven voor een voertuig waarmee tien kinderen kunnen worden vervoerd, op basis van regelgeving die bedoeld was voor een bromfiets voor één persoon?, wilde het Tweede Kamerlid Suzanne Kröger (GroenLinks) weten. En klopt het dat veiligheidsconsequenties voor die kinderen geen enkele rol heeft gespeeld? Van Nieuwenhuizen antwoordde bevestigend. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid had weliswaar bedenkingen, maar die werden alleen doorgespeeld aan de fabrikant. Die moest ermee aan de slag. De Stint mocht gewoon de weg op.

Dat was weliswaar gebeurd onder haar voorganger, maar Van Nieuwenhuizen was daar inmiddels politiek verantwoordelijk voor. Aanvankelijk groef het ministerie zich na het tragische ongeval in Oss op 20 september vorig jaar – waarbij vier kinderen door een botsing met een trein om het leven kwamen – juridisch in. De ambtelijke top, beleidsmedewerkers en juristen deden er alles aan om eigen falen in dit dossier toe te dekken, zo bleek oktober 2018 uit een reconstructie van RTL Nieuws, gebaseerd op interne documenten die na een WOB-verzoek werden vrijgegeven.

Er moest gehandeld worden om te voorkomen dat in het verleden gemaakte fouten zich tegen de huidige minister en haar ambtenaren zouden keren. Want zoveel was duidelijk na een eerste interne evaluatie na het ongeluk: er was afdoende gewaarschuwd dat het toelaten van de elektrische bolderkar tot grote problemen kon leiden. Het ontbrak aan toezicht op veiligheid en handhaving en het besluit was buiten de ambtelijke en politieke top om genomen: door een afdelingshoofd.

Alternatieven

Maar begin dit jaar drongen op het ministerie ook de risico’s van het verbod op Stints door, dat van kinderdagverblijven die naar alternatieven zochten: busjes, taxi’s, maar ook die e-bakfietsen. De veilige Stint moest dus snel weer terug als alternatief. TNO had al duidelijk gemaakt wat er technisch verbeterd moest worden. Ambtelijk werden daar een aantal eisen aan toegevoegd. Het aantal kinderen moest worden teruggebracht van tien naar hooguit zes of acht, en ze moesten met gordel om in de rijrichting zitten, niet meer tegenover elkaar aan de zijkant. Verder moest de chauffeur minstens beschikken over een rijbewijs B. Er was haast bij, want alles moest voor de start van het nieuwe schooljaar klaar zijn. Onderzoeken naar de feitelijke toedracht van het ongeluk, waaronder die van de Onderzoeksraad voor Veiligheid of het Openbaar Ministerie, konden daarom niet worden afgewacht.

Maar daarmee was de Stint nog niet geschikt voor de markt. Het was afgelopen weken de brancheorganisatie Kinderopvang die de ambtelijke top duidelijk maakte dat die aanpassingen de Stint geen serieus alternatief voor de e-bakfiets maakt. Want Kinderdagverblijven werken met één begeleider op tien kinderen. Als de nieuwe Stint maar acht kinderen mag vervoeren, levert dat dus organisatorische en financiële problemen op. En als kinderen in de rijrichting zitten, heeft de begeleider geen oogcontact meer en kan dat gevaarlijke situaties opleveren.

Overstag

Vlak voor het debat van woensdag ging de minister overstag. Ze wil met de kinderopvang in een convenant afspreken dat de branche afziet van ‘alternatieve transportmiddelen’ en zorgt voor goede rijvaardigheidstrainingen en veilige reisroutes. In ruil daarvoor is de minister bereid de eis van maximaal acht kinderen te schrappen. Van Nieuwenhuizen werkt intussen aan nieuwe wetgeving voor ‘bijzondere bromfietsen’, waar bijvoorbeeld de Stint en e-bakfiets onder vallen. Daarin wil ze onder meer een rijbewijs verplichten en een kentekenplicht invoeren. Maar het duurt nog zeker twee jaar voordat die nieuwe wet er is.

Of de terugkeer van een veilige Stint lukt, is ook afhankelijk van de vraag of de Stint-producent voor het begin van het nieuwe schooljaar de veilige versie van die 3.500 bolderkarren kan leveren.