Ouders van in speelhal verongelukte kleuter schikken met de staat

Tijdens een bezoek met zijn kinderdagverblijf aan speelhal Happy Days viel Maurycy van een luchtkussen. Hij liep hersenletsel op waarna hij overleed.

De NVWA erkende in september aansprakelijkheid voor het ongeluk in de speelhal in Grootenbroek.
De NVWA erkende in september aansprakelijkheid voor het ongeluk in de speelhal in Grootenbroek. Foto Wikimedia

De ouders van de in 2015 omgekomen kleuter Maurycy hebben een schikking getroffen met de staat. De regeling komt nadat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in september aansprakelijkheid had erkend voor het ongeluk, waarbij de vierjarige van een toestel in een Grootebroekse speelhal viel. Dat schrijft minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport, VVD) woensdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De financiële regeling is getroffen tussen de ouders, de staat en twee andere partijen die bij het ongeval betrokken waren. Bruins zegt dat hij niet verder kan uitweiden over de inhoud van de regeling of de hoogte van het geschikte bedrag. Ook is niet bekendgemaakt wie de twee andere partijen zijn. „Het leed is voor de familie niet met een regeling te verzachten.”

Tijdens een bezoek met zijn kinderdagverblijf aan speelhal Happy Days viel Maurycy van een luchtkussen waarna hij hersenletsel opliep en later overleed. Bij inspecties van de NVWA bleek al eerder dat de speelhal niet voldeed aan de veiligheidseisen, maar de toezichthouder verzaakte hierop terug te komen bij de eigenaar.

Voorwaardelijke straf directeur

De directeur van de speelhal kreeg vorige maand een werkstraf van 120 uur en een voorwaardelijke celstraf van drie maanden opgelegd. De rechtbank verweet hem dat het luchtkussen niet juist werd gebruikt en dat personeel onvoldoende was ingelicht over de risico’s van het luchtkussen. Ook schoot het toezicht op de kinderen tekort.

Een medewerker van de speelhal, die op de dag van het ongeluk aanwezig was, werd vrijgesproken van dood door schuld. Zij zou niet verantwoordelijk zijn geweest voor de veiligheidseisen in de speelhal, oordeelde de rechtbank Noord-Holland. Ook een begeleidster van het betreffende kinderdagverblijf werd vrijgesproken. Volgens de rechtbank was zij niet voldoende geïnformeerd door de speelhal, en droeg haar werkgever de verantwoordelijkheid over de risico’s van het uitje.