Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Jakkeren

Leven met kleine kinderen, haasten, dan de onvermijdelijke tegenslag. Ik moest op het Mediapark zijn. Eerst stond de brug open, de brug staat hier altijd open als ik een trein moet halen. De meeste Zaankanters zijn vergroeid met tegenwind, die maakt het allemaal schijnbaar niets meer uit, die wachten en wachten, net zo lang tot de brug weer dichtgaat.

Ze delen die levenshouding graag.

Sta ik daar woedend op de metalen reling te slaan, zeggen zij: „Die gaat vanzelf weer open.”

Toen belde mijn bejaarde moeder voor het eerst.

Ze zei: „Jongen, ik word gek van de hitte.”

Meteen die overdrijving, daar werd ik dan weleens gek van.

„Zet de verwarming lager”, zei ik, „of zet ’m uit.”

„Nee hoor, daar blijf ik vanaf. Die is ingesteld. Trouwens straks komt de thuiszorg, die kan dan toch ook aan de thermostaat draaien? Dat hoef ik toch niet te doen? Of vind jij dat ik toch tot morgen moet wachten, dan komt je broer.”

Mijn broer is blind, ik vond hem niet de aangewezen persoon om aan de thermostaat te draaien.

„Ik bel zo terug”, schreeuwde ik, „de brug gaat open.”

Bij de fietsenstalling bleef mijn voet haken in dat kinderzitje, ik haal dat ding er nooit af hoewel dat een kleine moeite is.

Inchecken, dan twee keer overstappen, dan stapvoets vanwege een seinstoring.

Station Mediapark.

Ik klopte mezelf op de jas.

Dat moment van ultieme zelfhaat: trein rijdt weg, met je portemonnee er nog in. Meteen de nieuwe werkelijkheid die zich opdrong: bellen naar 0900-nummers. Zo moet de Notre-Dame zich gevoeld hebben, alleen de constructie nog overeind.

Mijn moeder belde weer: „Is die brug nou nog niet open?”

De thuishulp had de thermostaat inmiddels lager gezet.

Ze heeft het nu koud.

Komen wij met de paasdagen naar Velp?

Een berichtje via Facebook, Naomi heeft in treinstel 2244 mijn portemonnee gevonden, ik kan hem aan het eind van de middag bij een kantoor aan een rafelrand van Amersfoort komen halen.

We bellen.

Fijn dat ze mijn portemonnee heeft gevonden, nog fijner dat ze ’m niet aan een conducteur heeft gegeven want dan duurt het dagen.

Een paar uur later zat ik in de trein naar Naomi, ik belde weer met mijn moeder, want ons gesprek was nog niet klaar. Ze heeft eieren voor mijn kinderen verstopt in haar tuin, ze heeft geen idee meer waar ze liggen.

„Dat is dan wel weer een voordeel van beginnende alzheimer, het leven wordt er spannender van.”

Misschien heb ik het ook al wel.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.