Inspectie: aanbod jeugdzorg in Rotterdam ontoereikend

Veiligheidsrisico’s In Rotterdam is er „op dit moment geen kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod voor jeugdhulp”, blijkt uit een kritisch rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Foto iStock

In Rotterdam is er „op dit moment geen kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod voor jeugdhulp”. Dat concludeert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in een zeer kritisch rapport dat dinsdagmiddag is verschenen. Rotterdam Rijnmond is de grootste jeugdzorgregio van Nederland, met een relatief kwetsbare bevolking. De gemeente is wettelijk verplicht een goed aanbod aan jeugdhulp te organiseren, en doet dat volgens de inspectie dus niet.

De conclusies van de inspectie bevestigen het beeld van grote systeemproblemen in de Rotterdamse jeugdzorg die bleken uit een gezamenlijk onderzoek van de Rotterdamse website Vers Beton en NRC.

Lees ook dit artikel over jeugdzorg in de regio Rotterdam: Te vaak is het de jeugdzorg zélf die kinderen beschadigt

De inspectie onderzocht afgelopen najaar de hulpverlening aan kinderen met ernstige en acute problemen, de zogenaamde crisiszorg. Ze keek daarbij naar de rol van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR), de Jeugdzorgaanbieder Enver en de Rotterdamse wijkteams voor vrijwillige hulp.

Hoewel die organisaties het ieder voor zich beter doen dan vroeger, is er met de samenwerking zo veel mis dat het tot veiligheidsrisico’s voor kinderen leidt.

Meningsverschillen

Als kinderen bijvoorbeeld met spoed uit huis worden geplaatst, ontstaan er vaak meningsverschillen tussen JBRR en Enver. Het crisisinterventieteam van jeugdbescherming bepaalt of het kind uit huis moet, en Enver moet dat vervolgens regelen. Door onenigheid tussen die organisaties over of die uithuisplaatsing echt nodig is, moesten in 2018 kinderen 123 keer op het kantoor van Jeugdbescherming verblijven, wachtend op een geschikte plek. De inspectie vindt dit „niet acceptabel”.

Door die stroeve samenwerking en de verstoorde werkrelatie die daarvan het gevolg is, „staat het belang van de jeugdige niet altijd centraal”, en dat vindt de inspectie „ernstig”.

Meningsverschillen leiden er soms zelfs toe dat Jeugdbescherming een kind in de crisisopvang plaatst, en Enver een dag later iets anders besluit.

Wijkteams

Ook na de eerste crisishulp gaat het volgens de inspectie regelmatig mis. Als de zorg wordt overgenomen door bijvoorbeeld het wijkteam, dan moet het gezin in veel gevallen na een eerste contact „weken tot enkele maanden wachten tot een jeugd- en gezinscoach van het wijkteam met hen aan de slag gaat”. In de tussentijd is er geen contact met het gezin of het kind. Dit komt door een tekort aan wijkteammedewerkers.

Zo komen gezinnen na intensieve crisishulp ineens „in een situatie van geen of zeer beperkte hulp”. Volgens de inspectie wordt het gezin „op zichzelf teruggeworpen” en is het „uiterst kwetsbaar” voor een nieuwe crisis. Met „enige regelmaat” escaleert het binnen hetzelfde gezin vervolgens, zodat er weer crisishulp nodig is.

De inspectie constateert ook dat de wijkteams „regelmatig” niet goed aansluiten bij de hulp die eerder aan gezinnen is geboden. Dat komt omdat niet duidelijk is welke hulp de 43 wijkteams in Rotterdam kunnen bieden, ze verschillen allemaal van elkaar. In de praktijk is het aanbod van deze teams niet gebaseerd op wat mensen in een bepaalde wijk nodig hebben, maar op de al dan niet toereikende bezetting en expertise van de aanwezige medewerkers. Ook zijn de wijkteams slecht bereikbaar.

Vijf casussen

De wachtlijsten voor specialistische hulp zijn zo lang dat er „een verstopping van het systeem” is. De inspectie onderzocht vijf casussen waar gespecialiseerde hulp nodig was. In vier zaken was de hulp pas na vier maanden gestart, in het vijfde geval was de hulp nog niet gestart. Hoewel dat formeel moet, wordt in de praktijk overbruggingshulp „niet geboden”, aldus de inspectie.

Volgens de inspectie was in vrijwel alle onderzochte casussen „de effectiviteit van de hulp onvoldoende”. Over de gemeente, die verantwoordelijk is voor een goede inrichting van de jeugdzorg, is de inspectie dan ook zeer kritisch: die toont „geen eenduidige visie” en geeft „onvoldoende sturing” aan de door haar gefinancieerde hulpverlenende organisaties.

De inspectie wil dat de gemeente Rotterdam onderzoekt hoe de wachtlijsten verminderd kunnen worden en zorgen voor een toereikend aanbod van hulp. De inspectie verwacht dat Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, Enver en de wijkteams binnen een half jaar met concrete verbetermaatregelen komen.

Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond laat in een reactie op haar website weten de aandachtspunten uit het rapport te onderschrijven. „Hier zijn we al hard mee bezig”, aldus JBRR. De organisatie zal de samenwerking met de gemeente en Enver voortzetten „door het opstellen van een gezamenlijk plan met concrete verbetermaatregelen”. De gemeente Rotterdam heeft woensdagmiddag nog niet gereageerd.