Hij is de kapper des vaderlands

50 jaar kapper Rob Peetoom vierde deze week dat hij vijftig jaar geleden zijn eerste kapperszaak opende. „Ik houd niet van kort haar. Het is niet sexy.”

De gemiddelde levenscyclus van een kapsalon is dertig jaar, zegt Rob Peetoom, een van de bekendste kappers van Nederland. Kappers beginnen meestal voor zichzelf als ze tussen de 25 en 30 jaar oud zijn. De eerste tien jaar is er volop ambitie, in het tweede decennium komt de sleur. „En als ze vijftig zijn geweest, gaat het naar beneden. Er is geen interesse meer om te vernieuwen, jonge kappers willen niet meer bij ze werken. Klanten gaan elders kijken of overlijden, en er komen geen nieuwe voor in de plaats.”

Peetoom (74) daarentegen, vierde afgelopen dinsdag het vijftigjarig bestaan van zijn bedrijf met een diner voor 800 man, aangekleed met shows en optredens, en gepresenteerd door Lieke van Lexmond en Humberto Tan in Halfweg. Daar is ook de Rob Peetoom Factory gevestigd, het opleidingsinstituut voor het personeel van zijn inmiddels zeventien kapperszaken. De prijs van een knipbeurt kan er oplopen tot 99 euro.

Kapper is Peetoom – zijn naar eigen zeggen „typische Hollandse haar, het beste wat er is, fijn van structuur” draagt hij in een semi-nonchalant kapsel waarin hij het grijs sinds twee jaar onberoerd laat – al sinds zijn zestiende. In de vierde klas van de Mulo werd hij van school gestuurd en zijn vader vond dat hij dan maar moest werken.

Het kappersvak viel aanvankelijk tegen. Bij dameskapper Pièrlôt in Haarlem kwamen inderdaad dámes. „Permanenten, watergolven, tegenkammen, lak erin, en dat bleef dan een week zitten.” Als leerling was het zijn taak die „pluizenbollen” uit te kammen, waarbij zowel roos als lakschilfers loskwamen. Hij vertrok voor een jaar naar Zweden, en kon daarna als ‘kleurspecialist’ terug naar zijn oude werkgever, net op het moment dat Vidal Sassoon met zijn baanbrekende geometrische kapsels kwam – „opeens werd knippen technisch” – en ook jonge vrouwen de weg naar de kapsalon wisten te vinden. In 1968 opende hij zijn eerst salon, in Santpoort-Zuid, die nog steeds bestaat en wordt gerund door zijn ex-vrouw. Omdat het een jaar duurde voor hij genoeg geld had om zijn naam aan de gevel te laten aanbrengen geldt 1969 als het startjaar van zijn bedrijf. Robèrt Coiffures, heette zijn kapsalon aanvankelijk – Frans was de mode in de kapperswereld.

Libelle, Yes en Viva

Peetoom was niet alleen een talent, hij had, zoals zijn ex-vrouw zegt in het ter gelegenheid van het jubileum gemaakt tijdschrift, „net dat ietsje extra” waardoor mensen „met hem wegliepen”. En: „Rob wilde altijd meer.” In 1970 stond hij met pruiken – „die waren in de mode” – op de voorjaarsmarkt in Haarlem. Hij werd aangesproken door een redacteur van Libelle: of hij een pruikenproductie wilde doen.

Jarenlang was hij verbonden aan Viva, Yes en Libelle, waarvoor hij onder meer het haar voor de make-overs deed. Peetoom deed ook veel kappersshows – demonstraties voor collega’s en soms de pers – tot in Parijs en de VS aan toe, en werd eind jaren tachtig huiskapper van de Vijf Uur Show. Toen hij rond diezelfde tijd zijn Choppy, een vrij kort en ingeknipt kapsel, introduceerde haalde dat, zegt hij, de Nederlandse kranten.

Linksboven: de introductie van de Choppy in Parijs, eind jaren tachtig. Rechtsboven: Op het Intercoiffure wereldcongres, begin jaren tachtig. Daaronder: Rob Peetoom met zijn twee dochters Rochelle en Savana in New York, oktober 2018. Linksonder: een van de salons op Bali.
Links: de introductie van de Choppy in Parijs, eind jaren tachtig.
Rechts: Op het Intercoiffure wereldcongres, begin jaren tachtig.

Ondertussen opende hij, vanaf 1981, nieuwe zaken, al gooide een kortstondig avontuur met afslankmethode Figurella – oefeningen doen in warme cabines – tijdelijk roet in het eten. Met een compagnon had hij twee instituten in Nederland en twee in België. Eén licentie kostte al 100.000 of 150.000 gulden en dan moesten de cabines nog worden aangeschaft. Het liep goed, tot de pers gehakt maakte van de dure methode en Peetoom achterbleef met een schuld van 1,2 miljoen gulden, die overigens geen afbreuk deed aan zijn status als bekende kapper. „Als je destijds Instagram had gehad, had ik misschien wel een paar miljoen volgers gehad”, zegt hij. Dat zijn er een stuk meer dan de nog geen 20.000 die hij nu heeft. Is hij nu zo veel minder beroemd? „We doen ook iets niet goed, denk ik.” Als hij een foto plaatst van de populaire influencer Anna Nooshin, een vriendin van zijn dochter Rochelle, die voor hem heeft geposeerd in ruil voor reizen naar en verblijf in New York en Bali, krijgt hij veel likes, maar geen nieuwe volgers. „En zijn de mensen die het liken wel mijn publiek? Ik begrijp het soms niet, die waanzin met influencers. Waar gaat het eigenlijk over?”

Salon in de rijstvelden

Tot begin jaren negentig knipte Peetoom zelf zo’n achttien klanten per dag. De verwachtingen waren soms te hoog als ze door hem werden geholpen, erkent hij, zeker als ze een kostbare make-over hadden geboekt. „Je bent geen tovenaar, maar omdat je Rob Peetoom bent, moeten ze er mooier en beter uitzien dan ze in werkelijkheid zijn.” Sinds hij stopte met knippen, hij kreeg last van zijn schouder, houdt hij zich vooral bezig met „de cijfers” en het fotograferen voor zijn Instagram-accounts en het eigen blad van zijn keten.

Incidenteel neemt hij de schaar nog ter hand: er zijn een paar fotomodellen die door hem geknipt worden, en op Bali heeft hij klanten die alleen door hem geholpen willen worden. Peetoom heeft drie zaken op het eiland. Hij begon er toen hij in de jaren negentig te maken kreeg met jonge kappers die wilden backpacken. „Ik dacht, dan kunnen ze daar een tijdje heen en komen ze weer bij me terug. Een van mijn salons is gebouwd in de rijstvelden. Dat is misschien niet goed, je verpest het landschap ermee, maar als ik het niet had gedaan had een ander het gedaan. Indonesië is een opkomend land, je hebt geen idee hoeveel geld er is in Jakarta.” Dit najaar opende hij een salon in New York – „daar gebeurt het nu, qua trendgebeuren” – die wordt geleid door dochter Savana. Rochelle neemt het, zo werd deze week bekend, van hem over als CEO. „Ik blijf voorlopig betrokken, maar er is nu de mogelijkheid om me terug te trekken.”

Lastige tijden voor de kappersbranche

In de jaren zeventig en tachtig was het voor vrouwen mode om een (kort) kapsel te hebben waar zichtbaar een kapper aan te pas was gekomen. Wie zo’n kapperskapsel had, zat elke vijf, zes weken in de stoel. Volgens Peetoom had 80 procent van de vrouwen destijds ook een permanent.

Rob Peetoom met zijn twee dochters Rochelle en Savana in New York, oktober 2018.

Tegenwoordig hebben vooral veel jonge vrouwen nonchalant, lang, natuurlijk vallend haar dat maar eens in de paar maanden wordt geknipt. Lastige tijden voor de kappersbranche, zou je zeggen. Peetoom: „Ik heb een nieuwe winkel op de Zuidas. Die is twaalf uur per dag en zes dagen per week open en zit altijd vol.” Het geld wordt nu – bij vrouwen – verdiend met verven, highlights en balayage (een subtielere variant op highlights) en „verzorging”.

Een van de salons op Bali.

Mist hij het echte kapsel niet? „Twintig jaar heb ik op de Libelle Zomerweek gestaan om make-overs te doen. De vrouwen die daar kwamen hadden bijna allemaal kort haar. Dan zei ik weleens: „Vertel mij nou eens, waarom hebben jullie dat?’ Nou, omdat het makkelijk is. Ik heb vroeger natuurlijk veel kort geknipt, maar als man zijnde vind ik het niet mooi. Het is niet sexy. Ik houd van mooi, lang, blond haar, zonder extensions – je voelt die aanhechtingen als je er met je hand doorheen gaat. Kort vind ik alleen leuk bij een gezichtje waar je nog geen tekenen van de tijd op ziet. Als je wat ouder bent, moet je zorgen voor een leuke omlijsting.” Dat wil niet zeggen dat hij erg te spreken is over het meeste lange haar dat je op straat ziet. Veel vrouwen laten het niet elke drie maanden bijknippen, zegt hij, ze verzorgen het niet goed, of ze gebruiken de verkeerde producten.

Hij werpt, niet voor het eerst tijdens het gesprek, een kritische blik op mijn haar dat hij „een beetje pluizig en droog” noemt. „Mijn vrouw heeft ook grijs haar, maar dat glánst. Ik zou jou best mooier kunnen maken. Als je het een beetje verzorgt en het laat föhnen, is jouw haar gewoon heel leuk.”