Fors meer doden in het verkeer in 2018

Verkeersveiligheid Opvallend is dat ouderen relatief vaak omkomen op de fiets en jongeren veelal in de auto. Nul verkeersdoden in 2050 lijkt een onhaalbaar doel.

Foto GinoPress B.V.

Het aantal verkeersdoden is vorig jaar onverwacht fors gestegen. Er kwamen 678 mensen om bij ongevallen, bijna 11 procent meer dan in 2017, toen er 613 verkeersdoden vielen, maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag bekend. Opmerkelijk is dat in Noord-Brabant veruit de meeste dodelijke slachtoffers zijn gevallen: 150. Dat waren er in 2017 nog 98.

Het aantal dodelijke slachtoffers daalde decennialang gestaag: van 3.264 in 1972 tot 570 in 2013. De afgelopen jaren liep het aantal doden en zwaargewonden weer op.

Er vallen vooral meer doden onder inzittenden van personenauto’s en onder fietsers en scootmobielers. Opvallend is dat 50-plussers relatief vaak verongelukken met de fiets en dat jonge verkeersdoden veel vaker in de auto zaten.

Lees ook: Dit verlies begrijpen kan bijna niet

Dodelijke ongelukken met elektrische fietsen, waarvan de verkoop de afgelopen jaren steeg, namen in de CBS-cijfers niet toe. Maar mogelijk ligt hun werkelijke aantal hoger omdat bij registraties niet altijd onderscheid wordt gemaakt tussen een e-bike of een gewone fiets. De Fietsersbond pleit voor veiliger fietspaden en verlaging van de maximumsnelheid in de bebouwde kom naar dertig kilometer per uur.

Minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) stelde eind vorig jaar te streven naar nul verkeersdoden in 2050. Doelstellingen voor het aantal doden op kortere termijn, zoals die in het verleden gesteld werden, wilde ze niet geven. Wel moest ze erkennen dat de oude doelstelling, maximaal 500 verkeersdoden in 2020, niet gehaald zal worden. De nieuwe cijfers zijn „slecht nieuws, dat helaas niet onverwacht komt”, laat ze weten. „De analyse van de oorzaken van deze stijging komt in het najaar, maar we zien dat het steeds drukker op onze wegen en fietspaden wordt.”

In de plannen voor verkeersveiligheid spelen maatregelen voor automobilisten en fietsers een prominente rol, maar is er ook aandacht voor de scootmobiel. Deze voertuigen, bedoeld voor mensen die slecht ter been zijn, bleken ook in 2018 vaak betrokken bij fatale ongelukken: 44 keer. Het dodental is daarmee het aantal doden door motorongelukken (42) gepasseerd. De stijging was in procenten sterker dan bij alle andere voertuigen.

‘Iedere week één dode meer’

Lees ook het interview met verkeersdeskundige Peter van der Knaap: ‘Nul verkeersdoden? Je kunt ver gaan’

„Een zwarte dag voor het verkeer in Nederland”, zegt directeur Peter van der Knaap van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). „Iedere week één dode meer dan het jaar daarvoor.” De SWOV berekende onlangs dat het aantal verkeersdoden de komende tien jaar slechts licht zal dalen en het aantal ernstig gewonden flink zal stijgen, als het kabinet geen concrete maatregelen neemt en geen extra geld beschikbaar stelt.

Die prognose lijkt bij de huidige cijfers onhaalbaar. Van der Knaap: „Je kunt streven naar nul verkeersdoden, maar dan moeten er concrete maatregelen worden genomen.” Gemeenten bezuinigen op infrastructuur, zegt hij, terwijl het Rijk een begrotingsoverschot heeft. Hij pleit ervoor dat het kabinet meer investeert in gemeentelijke en provinciale wegen, waar veruit de meeste doden vallen. „Het maatschappelijke rendement hiervan is groot.”

De provincie Brabant zegt geen duidelijke verklaring te hebben voor de forse stijging van het aantal doden in het verkeer. „We hebben geen echte black spots meer, plaatsen waar altijd veel ongelukken gebeuren”, zegt een woordvoerder. Brabant is „een echte autoprovincie”, aldus de woordvoerder. Brabant kent relatief veel provinciale wegen, 560 kilometer in totaal, waarlangs bovendien veel bomen staan.