Een huid als de Notre-Dame

Ewoud Sanders

Woordhoek

Grote kerken bepalen het gezicht van een stad. Ze figureren soms ook in beeldspraken. De hoogste kerktoren van Nederland is die van de Dom in Utrecht. Deze kerk, voltooid in 1382, heeft een toren van ruim 112 meter. Halverwege de negentiende eeuw tekende Pieter Jacob Harrebomée de zegswijze zo hoog als de dom van Utrecht op. Je kon dit zeggen voor iets dat ‘zeer hoog’ was.

De schoolmeester Harrebomée kortte woorden die hij te grof vond soms in met drie puntjes. Bij dom vermeldt hij: Hij wil den dom omp... Zonder twijfel heeft hij hier het woord ompissen gecensureerd. Dit spreekwoord betekent: hij wil iets doen wat onmogelijk is.

Ook de dom van Keulen, met torens van ruim 157 meter, duikt af en toe in vergelijkingen en beeldspraken op. Zo typeerde Gerard Reve de Amsterdamse Vondelkerk in 1969 als „de Dom van Keulen maar dan gemaakt van lucifers door invalide mijnwerkers”. En Eefje Wijnberg schreef in 1981 in haar roman Een meisjesleven: „Erik had mij zijn boek opgestuurd: een monsterlijke pil over groot leed en oud zeer en een onzichtbaar meisje op een voetstuk zo hoog als de dom van Keulen.”

Het spreekwoord kijken alsof je het in Keulen hoort donderen voor ‘hoogst verbaasd kijken’ heeft ook iets met de dom van Keulen te maken. Harrebomée legde het in 1858 als volgt uit: „Bij losgebarsten donder deed het bijgeloof alle klokken der stad luiden; en daar er niet minder dan driehonderd waren, waaronder die van den Dom [...], zoo veroorzaakte dit zulk een oorverdoovend geluid, dat er de kracht van den donder door verloren ging. Hoorde men dan toch nog den donder, dien men door het klokgebrom had meenen te verjagen, dan was de verbaasdheid der bijgeloovige Keulenaars ten hoogsten top gestegen.”

Beeldspraken en vergelijkingen met de Notre-Dame van Parijs heb ik nauwelijks kunnen vinden. In 1889 vergeleek het tijdschrift De Nieuwe Gids de zojuist voltooide Eiffeltoren met de kathedraal: „De Notre-Dame is meer dan tien Eiffel-torens boven elkaar.”

In het tijdschrift Wetenschappelijke bladen stond in 1921: „Het geleek hem of zijn boekenkast een cathedraal geworden was, even hoog wel als de Notre-Dame.”

En in 1959 schreef de Amerikaanse auteur John Fante: „Toen zag ik, geleund tegen de muur van een Franse Rode Kruis-post, een oude vrouw staan, zo oud als Parijs, het oudste, armzaligste, lelijkste mensenkind dat ik in negen weken in Parijs had gezien. Met een huid als de Notre Dame.”

In Nederlandse dagbladen wordt al heel lang over de Notre-Dame geschreven. Sinds het eind van de zeventiende eeuw wordt deze kathedraal in vele duizenden artikelen genoemd. Zoals in dit bericht in de Opregte Haarlemsche Courant van 1832: „Parijs. Dezer dagen hebben eenige lieden weder verwarring in deze hoofdstad pogen te verwekken, door een der torens van de hoofdkerk van Notre-Dame in brand te steken, en tevens de allarmklok te luiden. Het is hun gelukt, om, ten getale van acht à negen, in den toren te komen, en zij hebben ook in de daad hun opzet ten deele volvoerd, doch de politie is terstond toegeschoten, en heeft, ondersteund door eenige troepen van de bezoldigde garde van Parijs, zich zonder veel moeite, van deze opstandelingen meester gemaakt.”

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders