Opinie

De Europese Unie kan nu laten zien wat ‘Europa’ betekent

Notre-Dame de Paris

We wisten niet dat het kon. De Notre-Dame de Paris was een kathedraal in Parijs maar ook een constante. Iets wat er altijd was geweest en er altijd zou zijn. Ook voor wie er nooit naartoe ging, en zelfs voor wie er nooit aan dacht. Maar nu gebeurde het toch, op een maandagavond in april. De Notre-Dame stond in brand en niet zo’n beetje. De vlammen sloegen eruit. De beroemde contouren van de kathedraal waren nu de contouren van een vuurzee.

De brandweer was nog bezig met blussen of de complottheorieën laaiden al op. Sneu. Een gezelschapsspel voor de armen van geest, die zelfs een ramp als deze exploiteren voor zichzelf en hun wereldbeeld. Er is onderzoek gedaan. Dit vuur was geen terrorisme, en niet listig beraamd. Deze brand was een hinderlaag van de werkelijkheid. Pech.

Het vuur woedde na sluitingstijd, er zijn gelukkig geen individuele slachtoffers te betreuren. Maar Frankrijk rouwt en de wereld rouwt mee. Staatshoofden betuigden hun leedwezen. Premier Rutte en minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) boden Frankrijk hulp aan. In België hingen de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten hun vlaggen halfstok.

Dit illustreert hoeveel meer de Notre-Dame de Paris dan een religieus symbool is. De kathedraal is Parijs, is Frankrijk. Gebouwd vanaf 1160, aan het einde van de dertiende eeuw voltooid. Dat is lang geleden en schoonheid vergaat, maar voor monumenten als de Notre-Dame geldt dat niet. Die houden stand als eeuwenoude blijk van menselijk vernuft. Ze zijn een proeve van menselijk doorzettingsvermogen. En ze getuigen van de menselijke behoefte aan kunst en cultuur. Niet voor niets komen na bijna negen eeuwen nog altijd jaarlijks 13 miljoen bezoekers de kathedraal met eigen ogen bekijken.

De Notre-Dame overleefde de beeldenstorm van de Hugenoten, de Franse Revolutie en de Tweede Wereldoorlog. Maar nu is ze ernstig verminkt. In het dak hield tweederde van het eeuwenoude hout het niet. De beroemde spits, waar Victor Hugo zijn gebochelde antiheld in liet vluchten, is weg. Met de muren en het dak verdween kennis over middeleeuwse bouwtechniek en materialen. Maar het befaamde silhouet met de twee struise torens is gelukkig gered. Het is nog onduidelijk hoeveel er aan kunstvoorwerpen en religieuze schatten verloren is gegaan. Een groot deel van het waanzinnig mooie glas-in-lood lijkt echter behouden te zijn.

De Franse president Emmanuel Macron kondigde direct wederopbouw en restauratie aan. Er wordt overal door burgers geld ingezameld. De Franse kunstverzamelaar François Pinault, eigenaar van modehuizen Gucci en Alexander McQueen en het veilinghuis Christie’s, geeft 100 miljoen euro. Zijn voorbeeld is inmiddels gevolgd met gulle schenkingen door diverse gefortuneerde Franse weldoeners.

In Frankrijk laat president Macron de gele hesjes even voor wat ze zijn. De Notre-Dame gaat voor. Net zo kan de EU de Brexiteers laten antichambreren en de eurosceptici hun plaats wijzen, met de boodschap dat er met de verwoeste Parijse kathedraal iets groters aan de orde is. De Europese Unie moet nu laten zien wat een eensgezind Europa vermag en moet zich zonder dralen inzetten voor de restauratie van de Notre-Dame: financieel, met daad- en met denkkracht. Via vanzelfsprekende aandacht voor de Notre-Dame kan de Unie het verhaal van Europa illustreren. De Notre-Dame de Paris, dat is Europa, dat zijn wij.