Bij huishoudens krijgt warmte een tweede leven

Warmtenetten Warmtenetten spelen een grote rol in de plannen om Nederlandse huizen gasvrij te maken. Maar zijn ze betaalbaar? En duurzaam genoeg? Vier vragen.

Illustratie Roland Blokhuizen

De helft van onze energie besteden we aan warmte – voor een uitgebreide douchebeurt, kweken van paprika’s of smelten van staal in een hoogoven. „Wat de industrie aan warmte de lucht in blaast, is voldoende om alle Nederlandse huizen van een behaaglijke temperatuur te voorzien”, zegt Arno van Gestel, bij energiebedrijf Nuon commercieel verantwoordelijk voor warmte. En levering van warmte is een groeimarkt, nu we het gastijdperk achter ons gaan laten. Wat is er logischer dan nu nog verspilde warmte op te vangen en via huishoudens een tweede leven te geven?

Warmtenetten spelen dan ook een belangrijke rol in de voorstellen voor een klimaatakkoord. In 2030 moeten volgens de huidige plannen 1,5 miljoen huizen gasvrij zijn. In veel discussies gaat het nog over de warmtepomp als vervanger van de vertrouwde cv-ketel en niet over warmtenetten, en dat is niet helemaal terecht. Liefst 750.000 huizen, de helft van de doelstelling, moeten volgens plan in elf jaar aan zo’n ‘warmwaternet’ worden gekoppeld.

„Ambitieus maar haalbaar”, zegt Van Gestel. Nu heeft minder dan 5 procent van de 8 miljoen huizen stadsverwarming. Dat aandeel moet dus in 2030 zijn verdubbeld. „Dat betekent vanaf 2025 80.000 nieuwe aansluitingen per jaar.” Een mooi perspectief voor grote warmtebedrijven als Nuon en Eneco die het merendeel van de huidige 400.000 aansluitingen beheren. Maar vindt iedereen het vanuit financieel en duurzaam oogpunt goed nieuws?

1 Waar komt de warmte vandaan?

De ambities zijn nieuw, warmtenetten allerminst. Dat van Utrecht is met zijn 96 jaar het oudste van het land. In Almere en Purmerend hebben de meeste bewoners stadswarmte. Dat wordt steeds gewoner.

„De komende jaren zal zo’n 60 procent van de huizen in Amsterdam zijn aangesloten”, schatte Diederik Samsom onlangs. De voorzitter van de klimaattafel ‘gebouwde omgeving’, verantwoordelijk voor de verduurzaming van huizen en bedrijfspanden, acht „een exponentiële groei” nodig om de doelstellingen van het klimaatakkoord te halen.

In grote steden zijn warmtebronnen genoeg. Nu krijgen ruim 80.000 Amsterdamse huizen hun warmte uit de gascentrale van Nuon in Diemen en van de lokale afvalverbrander AEB. In Rotterdam bestaan plannen om de warmte van de industrie in het havengebied en de vuilverbranding ook naar andere regio’s te ‘exporteren’ – zelfs tot aan Leiden, wat zo’n 40 kilometer pijpleiding vergt.

Ben je verplicht tot deelname als je buurt een warmtenet krijgt?

Toekomstige warmtebronnen lopen sterk uiteen. Het kunnen biomassacentrales zijn, of datacentra die restwarmte afstaan. Vooral in niet-stedelijk gebied wordt geothermie een grote toekomst toegedicht. Met deze aardwarmte worden nu met name in het kassengebied in het Westland proeven gedaan.

Wilma Berends, programmaleider van Natuur & Milieu, ziet voor geothermie een belangrijke rol. „Bij die boringen gaat nog lang niet alles goed, maar je ziet die sector professionaliseren. Zeker nu de overheid, via staatsbedrijf EBN, hierin actiever wordt. Dat is een betere keuze dan vluchten in biomassacentrales gevoed door houtafval of pellets.”

2 Hoe gaan we dit in Nederland regelen?

De ambities van het concept-klimaatakkoord zijn duidelijk, de uitvoering in de komende jaren is dat allerminst. Na de zomer maakt minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) de contouren van een nieuwe warmtewet bekend die de uitbreiding moet regelen. Vragen zijn er genoeg. Krijgt de overheid een grotere vinger in de pap, hoe wordt straks de prijs van de warmte bepaald, wordt een poging gedaan het monopolistische karakter van warmtenetten te verminderen? Dat laatste wordt wellicht een optie als het aantal warmtebronnen flink toeneemt. En in hoeverre ben je verplicht om deel te nemen als je buurt een warmtenet krijgt?

„Die netten zijn niet altijd even populair”, beaamde Samsom vorige maand tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. „Want je hebt opeens met een monopolist te maken die jou de warmte komt brengen.”

Dat geluid klinkt Van Gestel van Nuon bekend in de oren. „Ik kan niet kiezen en dan zal de prijs wel te hoog zijn, wordt dan gezegd. Het is een terecht kritiekpunt, maar splitsen van warmtenetten is slechts beperkt mogelijk. En de prijs wordt door [consumentbeschermer] ACM in de gaten gehouden.”

Wie warmte van een raffinaderij krijgt, verwarmt niet echt duurzaam

Nu bewegen de tarieven voor gebruikers van een warmtenet mee met de gasprijs. Inmiddels heeft de Tweede Kamer de minister duidelijk gemaakt dat die koppeling moet eindigen. Het is immers raar dat je meer voor je warmte moet betalen in een gasvrij huis als gas duurder wordt. „Dat is een terechte discussie”, zegt Van Gestel. „Die koppeling bestaat al twintig jaar en was aanvankelijk bedoeld om de gebonden klant te beschermen.”

Juist door de hogere energierekening zijn de kosten een politiek strijdpunt aan het worden. „Wat ik miste in de Kamerdebatten is dat sinds 2009 de tarieven voor gas, en dus ook voor warmte, steeds zijn gedaald. De stijging van het afgelopen jaar is natuurlijk fors, maar de kosten voor warmte liggen nu nauwelijks hoger dan tien jaar geleden.”

Een gemiddeld gezin dat is aangesloten op een warmtenet is volgens Nuon jaarlijks zo’n 1.400 euro aan warmte kwijt, vergelijkbaar met huishoudens die wel gas hebben. Omdat tot nog toe vooral nieuwe – goed geïsoleerde – huizen zijn aangesloten, geeft dat volgens critici een vertekend beeld.

Als de minister de landelijke spelregels volgend jaar in wetgeving heeft vastgelegd, zijn de gemeenten aan de beurt. Die hebben afgesproken uiterlijk in 2021 een beeld te hebben hoe en wanneer wijken van het gas afgaan. Voor hoogbouw kunnen warmtenetten een uitkomst zijn, voor een wijk met vrijstaande huizen ligt dat juist niet voor de hand.

Nu worden warmtenetten vooral bij nieuwbouw toegepast, in de nabije toekomst komen bestaande huizen veel meer aan bod. „Dat wordt echt een omslag voor ons”, zegt Van Gestel. „We zijn nu aan het pionieren om mensen mee te krijgen en via innovaties kosten omlaag te krijgen. We praten met verenigingen van eigenaren, waarvan er veel al zelf onderzoek doen naar alternatieven voor gas. Dat is de beste manier om tot acceptatie van een aanpak te komen.”

Lees ook over Roelie Fopma, die haar huis in twee jaar energieneutraal en fossielvrij maakte

3 Zijn warmtenetten eigenlijk duurzaam?

Wie zijn warmte van Rotterdamse raffinaderijen krijgt, kan moeilijk beweren dat hij zijn huis duurzaam verwarmt. Dat heeft iets kroms, juist omdat van het gas afgaan de uitstoot van CO2 moet beperken. Toch is Berends van Natuur & Milieu geen tegenstander van zulke initiatieven. „Die warmte loost de industrie anders in lucht of water; nu maak je die nog nuttig. Voorkom wel dat zulke oplossingen de transitie in de weg staan. Je moet energiebedrijven voor elk warmtenet verplichten met een duurzaamheidsplan te komen. Doel is stap voor stap te verduurzamen. Tegelijk zijn wij ervoor om bedrijven die warmte lozen een heffing op te leggen.”

Hoogleraar Annelies Huygen, energie-expert bij UvA en TNO, vindt dat duurzaamheid meer centraal moet staan in de plannen. „Warmtenetten zou je alleen moeten ontwikkelen als je een duurzame bron hebt. Nu lijkt het wel alsof warmtenetten een doel op zich zijn geworden. We bepalen nu dat in 2030 zoveel huizen moeten zijn aangesloten aan de hand van de huidige technieken.”

Huygen erkent dat wachten geen optie is, als de CO2-uitstoot moet worden gehalveerd. „Maar je kan wel meer rekening houden met de toekomstbestendigheid. Als de bron duurzamer wordt, is de temperatuur van het water ook lager. Dan kan je een warmtenet combineren met een warmtepomp en krijg je een heel ander netwerk. Dat lijkt me beter dan met water van 70 graden te komen, dat van gascentrales of uit de industrie komt.”

4 Is elk huis geschikt voor een warmtenet?

Als de fossiele bronnen – gascentrales en industrie – minder belangrijk worden, ligt de overstap naar lagere temperaturen voor de hand. In Roosendaal wordt een net uitgerold waarbij het water maximaal 40 graden is. „Bij zulke temperaturen kan je zelfs warmte uit oppervlaktewater halen, dat is erg duurzaam. Huizen moeten dan wel erg goed geïsoleerd zijn”, zegt Berends van Natuur & Milieu. Vooral in huizen van dertig jaar en ouder zal dan geïnvesteerd moeten worden, in isolatie en wellicht ook vloerverwarming.

Volgens Hans André de la Porte van Vereniging Eigen Huis kan de komst van warmtenetten voor veel mensen een serieuze confrontatie worden. „Je huis blijkt dan toch niet zo goed geïsoleerd te zijn als je dacht. Wellicht heb je dubbel glas, maar blijkt dat te oud om voldoende te isoleren.”

Lees meer over het belang van isoleren bij de verduurzaming van woningen

Om dit soort schokeffecten te voorkomen, benadrukt Huygen van TNO het belang van keuzevrijheid. „We moeten, denk ik, beginnen met het principe: wie niet aan een warmtenet wil, hoeft dat niet en hoeft er ook niet aan mee te betalen. Soms moeten mensen bij een nieuwbouwwoning 4.000 euro betalen voor een warmtenet, daarna zijn ze vrij er geen gebruik van te maken. Dat geld is nodig voor de businesscase, om het financieel rond te krijgen. Maar is die businesscase er wel? Die vraag moeten we ons blijven stellen.”