Kans op pensioenkortingen blijft groot

Kwartaalcijfers De grote pensioenfondsen boekten hoge rendementen, de afgelopen maanden. Maar de rentedaling doet die winsten teniet.

De beurs in Amsterdam. De grote pensioenfondsen profiteerden over de hele linie maar weinig van de wereldwijde koersstijgingen sinds eind december.
De beurs in Amsterdam. De grote pensioenfondsen profiteerden over de hele linie maar weinig van de wereldwijde koersstijgingen sinds eind december.

De grote pensioenfondsen hebben hun financiële positie de afgelopen drie maanden slechts licht kunnen verbeteren, ook al haalden ze grote beleggingsrendementen. De kans op pensioenkortingen blijft daardoor groot. Verhoging van de pensioenen om de inflatie te compenseren is al helemaal ver weg.

Dat blijkt uit de kwartaalcijfers die de vier grootste pensioenfondsen deze donderdag publiceren: ABP (overheid en onderwijs), Zorg en Welzijn en de metaalfondsen PMT en PME. De laatste twee fondsen dreigen volgend jaar al kortingen te moeten doorvoeren.

De grootste fondsen boekten de afgelopen maanden alle vier beleggingsrendementen van zo’n 8 procent. Vooral de aandelen deden het goed, met rendementen tot wel 14 procent (ABP), dankzij wereldwijde koersstijgingen sinds eind december.

Dat de fondsen daar maar amper van wisten te profiteren ligt aan de al jarenlang dalende rente. Ook afgelopen kwartaal zette die daling door.

Lage rente is funest

Voor pensioenfondsen is een lage rente funest. Ze gebruiken de rente om terug te rekenen hoeveel geld ze nu in kas moeten hebben om in de toekomst alle pensioenen te kunnen betalen. Bij een lage rentestand moeten ze dus veel geld in kas hebben, omdat ze ervan uit moeten gaan dat hun geld maar langzaam in waarde stijgt.

Metaalpensioenfonds PMT heeft nu precies genoeg geld in kas om volgens deze rekensom alle toekomstige pensioenen te betalen. Dat fonds heeft een dekkingsgraad van 100 procent, iets hoger dan de 99,4 procent van vorig kwartaal. De andere drie fondsen komen net tekort, met dekkingsgraden rond de 99 procent.

Maar de wet schrijft voor dat pensioenfondsen óók financiële reserves hebben. De dekkingsgraad moet 104,2 procent zijn. Als een fonds daar vijf jaar op rij onder zit, moet het de uitkering van gepensioneerden én de pensioenopbouw van werknemers verlagen om weer op die 104,2 procent te komen.

Voor de twee metaalfondsen is het cruciale meetmoment al eind dit jaar. Zij komen waarschijnlijk niet meer onder de kortingen uit, als de rente blijft dalen en de pensioenregels ongewijzigd blijven. ABP en Zorg en Welzijn hebben één jaar langer om te herstellen.

Het vijfde pensioenfonds in grootte, bpfBouw, staat er beter voor, met een dekkingsgraad van 116 procent. Daarom mocht het fonds de pensioenen van zijn werknemers en gepensioneerden in januari een klein beetje verhogen, met 1,07 procent.

Pensioenakkoord

Als het kabinet dit jaar een pensioenakkoord sluit met de werkgevers en vakbonden, zoals premier Mark Rutte graag wil, zullen de regels soepeler worden. Dan hoeven pensioenfondsen geen financiële reserves meer te hebben. Ze moeten pas korten als hun dekkingsgraad onder de 100 procent komt. Bij een dekkingsgraad bóven de 100 procent mogen ze de pensioenen direct verhogen.

Pensioenfondsen sporen het kabinet en de sociale partners al langer aan om snel weer te gaan onderhandelen. „De huidige afspraken en regels werken niet meer”, zegt Peter Borgdorff, directeur van Zorg en Welzijn. „Een pensioenakkoord is nu dringender nodig dan ooit.”

Lees ook de reconstructie over hoe de pensioenonderhandeling in november mislukte: Rutte zag: de bonden kwamen met steeds meer eisen