Ajax is nu niet meer te negeren

Europees voetbal De grote Europese voetbalclubs dachten nooit aan Ajax bij hun plannen voor een Super League. Dit seizoen slaat de club terug.

Andrea Agnelli (midden), voorzitter van Juventus, zag hoe Ronaldo en zijn andere sterren ten onder gingen tegen een club die hij te min had geacht voor het elitetoernooi dat hij voor ogen had.
Andrea Agnelli (midden), voorzitter van Juventus, zag hoe Ronaldo en zijn andere sterren ten onder gingen tegen een club die hij te min had geacht voor het elitetoernooi dat hij voor ogen had. Foto Massimo Pinca/Reuters

Wraak is een te groot woord. Maar ironisch is het wel, dat Ajax met Real Madrid en Juventus twee grootmachten heeft uitgeschakeld die de Amsterdamse club drie jaar geleden niet meer zagen staan.

Het was begin 2016 en beide clubs waren met vijf andere Europese bolwerken heimelijk achter de tekentafel gekropen om een nieuwe elitecompetitie te creëren. Een Super League, met alleen de allergrootste clubs van Europa. Meer onderlinge topduels. Meer zendtijd op tv. Meer miljoenen om te verdelen. De rijken zouden nog rijker worden, dankzij hun onderonsjes in vijfsterrenhotels en vliegveldzaaltjes.

Over Ajax hadden ze het ook. Maar altijd werd betwijfeld of de club geschikt was om deel te nemen aan het nieuwe clubtoernooi. Of er nou acht of zestien clubs aan een Super League zouden deelnemen, Ajax was in vrijwel elk scenario een maatje te klein.

Ajax was als een liefde van vroeger. Ze omarmden haar als ze haar tegenkwamen, maar belden nooit meer uit zichzelf op.

Ajax had het niet meer. De flair waarmee het eens de wereld veroverde – het was langzaam weggeëbd in een veranderende voetbalwereld. Een wereld waarin zakentycoons en sjeiks clubs omhoog pompen met oneindig veel geld. Waarin zakenmannen en juristen via powerpoints het voetbal pogen te hervormen. Vooral op basis van status, al gaat dat vaak hand in hand met sportieve prestaties.

Lees meer over de Super League: Nog rijker met de grootste voetbalshow op aarde

Sneldenkende strateeg

Een van de mannen achter het project is de Italiaan Andrea Agnelli, afstammeling uit de Fiat-dynastie. Spreekt zijn talen. Studeerde in Engeland. Werkte bij Ferrari en Philip Morris voordat hij voorzitter werd bij Juventus, de club die zijn familie bezit. Een sneldenkende strateeg. Een man, zo zeggen degenen die hem kennen, die continu de horizon afspeurt naar nieuwe kansen.

Om die reden haalde hij Cristiano Ronaldo zomer 2018 naar Juventus. De Portugees kostte hem alleen al honderd miljoen euro aan transfergeld, maar als het meezit kon hij het driedubbele aan de topscorer terugverdienen. Als Juventus de Champions League zou winnen, al 23 jaar een obsessie voor Agnelli en ‘Juve’, zou alleen dat al meer dan honderd miljoen euro opleveren.

Dezelfde Agnelli zal dinsdagavond zijn geschrokken. In Turijn zag hij hoe Ronaldo en zijn andere sterren ten onder gingen tegen een club die hij te min had geacht voor het elitetoernooi dat hij voor ogen had. Daar gingen ze, de bloempotten in zijn achtertuin, omver getrapt door een stel talenten uit Amsterdam die bewezen dat geld en status niet doorslaggevend hoeven te zijn. Het was de ironie ten top.

Toch toonde Agnelli zich dinsdag een ruimhartig verliezer. „Ajax heeft dit jaar Real, Bayern en Juventus, de nummers een, drie en vijf op de Europese ranglijst, in de problemen gebracht”, zei hij. „De club speelt uitmuntend voetbal en is een serieuze kandidaat voor de eindzege.”

Agnelli, tevens voorzitter van de European Club Association (ECA), belangenclub voor grotere clubs in Europa, roemde het werk van de bestuurders in Amsterdam. „Het is fantastisch werk van mijn ECA-collega Edwin van der Sar en Marc Overmars. Zij hebben dit team stapje voor stapje opgebouwd na de Europa League-finale van twee jaar geleden.”

Lees ook: Ajacieden zijn meesters van tijd en ruimte

Kleiner denken

Terwijl Juventus, Real Madrid en vijf andere clubs in 2016 aan een Super League dachten, zochten ze bij Ajax naar alternatieven. Want al heeft de club een grote historie, directeur Van der Sar wist ook dat Ajax en andere Nederlandse clubs achterop waren geraakt. In het buitenland lagen de budgetten soms wel vijf keer hoger. Nog even en de Champions League zou buiten bereik raken.

Als het tussen de groten der aarde niet lukte, wist hij, dan moest Ajax kleiner denken. Hij liet daarom een uitbreiding van de Europa League onderzoeken, van 48 naar 96 clubs. Dan zou Ajax vrijwel altijd meedoen aan het toernooi. Verspreid over zestien poules van zes leverde dat gegarandeerd vijf thuisduels op. Een garantie voor recettes, en goed voor de weerstand van de spelers.

Maar het plan werd geen werkelijkheid. Er zaten te veel haken en ogen aan. In plaats daarvan komt er vanaf 2021 een derde toernooi bij. Een Europa League 2, als vangnet voor clubs die het in de Europa League niet redden. Bovendien kreeg de Champions League een andere opzet. Deelnemen werd voor Nederlandse clubs nog moeilijker dan het al was.

Van der Sar kon dit alles niet voorkomen. Aan de tekentafel bleef zijn invloed beperkt, omdat zijn collega’s binnen de ECA vooral aan de belangen van de grootste clubs denken. Het moet hem goed hebben gedaan dat dinsdag hij degene was die aan het langste eind trok. Het grote Juventus werd opzijgezet door een Ajax dat onder het bewind van Overmars en hem is herrezen.

Wat als de grote zeven clubs dezer dagen opnieuw een Super League zouden beramen? Zou Agnelli diep zuchten als in een achterafzaaltje de naam van de afgeschreven Griekse held valt? Zouden de juristen van het allang uitgeschakelde Bayern München compleet stilvallen? Zou Real Madrid-voorzitter Florentino Pérez woest met zijn vuist op tafel slaan bij de gedachte aan die 4-1 nederlaag tegen Ajax in eigen stadion?

Dat blijft gissen. Zeker is dat Ajax in de Europese top aan respect heeft herwonnen. En hoe.

Correctie (24 april 2019): in een eerdere versie stond dat Ajax een Griekse god was. Hij was een Griekse held, dit is aangepast.