Steentijdtraditie: met familie onder stenen begraven

Archeologie DNA-onderzoek laat zien dat de mensen die begraven zijn onder megalieten (hunebed-achtige bouwsels) nauw verwant zijn.

De onderzoekers concluderen dat de mensen die onder megalieten rusten geen willekeurige groep dorpelingen zijn.
De onderzoekers concluderen dat de mensen die onder megalieten rusten geen willekeurige groep dorpelingen zijn.

Het begraven van mensen onder grote stenen monumenten lijkt een familie-aangelegenheid te zijn geweest. Een team onderzoekers van de universiteit van Uppsala ontdekte dat toen ze het genoom in kaart brachten van 27 mensen die tussen ongeveer 3700 en 2600 voor Christus onder megalieten begraven zijn bij onder meer Primrose Grange (Ierland), op de Orkney eilanden (Schotland) en bij Ansarve (Gotland, Zweden). Uit hun onderzoek blijkt niet alleen dat de mensen per begraafplaats met elkaar verwant waren, maar ook dat er genetische banden bestonden tussen de resten van Britse en Scandinavische origine. Ze publiceerden hun resultaten dinsdag in PNAS.

Het oprichten van grote stenen grafmonumenten begon in Europa rond 4500 voor Christus in Frankrijk. De Britse eilanden volgden in 3700 voor Christus, Scandinavië een eeuw later. De verschijning van deze monumenten is nauw verbonden met het ontstaan van boerengemeenschappen. Hoe die sociaal precies in elkaar zaten, was tot nu toe onduidelijk.

Twaalf generaties

Uit het Zweedse onderzoek blijkt nu dat de mensen die in Ierland ter aarde zijn besteld, veelal via de vaderskant met elkaar verwant waren. Hetzelfde geldt voor de begraafplaats op Gotland. In Primrose zat tussen de daar aangetroffen menselijke resten een tijdspanne van één tot mogelijk twaalf generaties. Tussen twee individuen bestonden eerstegraads banden (vader-dochter, broer-broer) en tussen drie mensen tweedegraads banden (grootouder-kleinkind, halfbroers, of tante/oom-neef/nicht).

Omdat er duidelijke familiaire banden bestaan tussen de lichamen die op één begraafplaats zijn aangetroffen, concluderen de onderzoekers dat de mensen die onder de megalieten rusten geen willekeurige groep dorpelingen zijn. Het ligt voor de hand dat bepaalde vooraanstaande families hun positie benadrukten door gedurende meerdere generaties mensen te begraven onder de indrukwekkende stenen monumenten.

Omdat er ook genetische overeenkomsten zijn tussen de menselijke resten die zijn gevonden op de Britse eilanden en in Scandinavië, stellen de onderzoekers dat de hier begraven boeren deel uitmaakten van een Atlantische migratiebeweging die vanuit Spanje, via Frankrijk naar het noorden ging. Daarbij trad, zo blijkt uit het in kaart gebrachte genoom, vermenging op met vooral mannelijke jager-verzamelaars die al in dit gebied woonden.