Rekenkamer kritisch op rol overheid als vermogensbeheerder

Revolverende fondsen Publieke investeringsfondsen zijn populair bij politici. Inmiddels zijn er miljarden mee gemoeid. Toezicht en verantwoording schieten tekort, vindt de Rekenkamer.

Wouter Bos, directeur tijdens een symposium over de komst van het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) naar Amsterdam. Er werd onder andere aandacht besteedt aan de gevolgen voor de politiek, publiek-private samenwerking en de ontwikkeling van geneesmiddelen. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN
Wouter Bos, directeur tijdens een symposium over de komst van het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) naar Amsterdam. Er werd onder andere aandacht besteedt aan de gevolgen voor de politiek, publiek-private samenwerking en de ontwikkeling van geneesmiddelen. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

De Algemene Rekenkamer is kritisch op investeringsfondsen van de overheid, zoals het later dit jaar startende Invest-NL, een fonds van 2,5 miljard euro. In een studie naar een aantal van dergelijke bestaande fondsen, concludeert de Rekenkamer dat de besteding van de miljarden die de overheid daar in steekt moeilijk te achterhalen is.

De Rekenkamer publiceerde dinsdag een onderzoek naar deze zogenoemde ‘revolverende fondsen’ van het Rijk. Dat zijn fondsen gevuld met publiek geld die leningen verstrekken of rechtstreeks deelnemen in private projecten of ondernemingen. Op die manier komt op zijn minst een deel van het geld terug, zo is de gedachte, en kan het opnieuw worden uitgezet. Het vermogen revolveert.

Dit soort publieke investeringsvehikels is de voorbije jaren ongekend populair geworden in Nederland. De Rekenkamer telde er ‘ten minste’ dertig, met een toegezegd vermogen van in totaal 3,6 miljard euro. Meer dan twee derde van die fondsen, samen goed voor driekwart van de investeringsgelden, is van na 2008. De meeste zijn gericht op steun aan jonge, innovatieve bedrijven (start-ups), investeringen in opkomende economieën en verduurzaming.

Ook regionale overheden experimenteren flink met revolverende fondsen. Jacobine van den Brink, hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), deed een snelle inventarisatie en telde er meer dan 50, die samen ruim 1,5 miljard euro onder beheer hebben.

Nog dit jaar komt er een fonds bij: Invest-NL, de nieuwe staatsinvesteringsbank waar Wouter Bos de baas van wordt. Met een startkapitaal van 2,5 miljard euro is Invest-NL straks met afstand het grootste revolverende fonds van Nederland.

Nauwelijks zicht op besteding

Ondanks groot enthousiasme bij de overheid heeft ze in veel gevallen nauwelijks zicht op besteding van de gelden en of doelstellingen worden gehaald, stelt de Rekenkamer vast. Dat geldt vooral voor de zestien fondsen ‘op afstand’. Dat zijn private rechtspersonen die zelfstandig opereren en juridisch niet onder de overheid vallen. Ook Invest-NL staat straks op afstand.

„Op de verantwoordelijke ministeries bleek veel informatie niet beschikbaar”, vertelt Ewout Irrgang van de Algemene Rekenkamer in een toelichting op het rapport. „Ook het parlement heeft doorgaans geen zicht heeft op wat er met publiek geld gebeurt. Dat vinden wij zorgelijk.”

De Rekenkamer vindt dat de regering strengere eisen moet stellen aan verantwoording en rapportage door revolverende fondsen. Ook pleit de Rekenkamer ervoor om één minister verantwoordelijk te maken voor „opzet en regelgeving” van de publieke investeringsvehikels. Die vallen op dit moment onder zes ministeries. Het kabinet wijst die aanbevelingen van de hand.

Het onderzoek geeft een overzicht van de revolverende fondsen van het Rijk en de mate waarin het vermogen daadwerkelijk revolveert. Dat blijkt nogal te verschillen. Kwaliteit en wenselijkheid van investeringen en verstrekte leningen heeft de Rekenkamer niet onderzocht. Wel noemt het rapport één geval, het Nationaal Energiebespaarfonds, waarin private financiers 2,6 miljoen euro ontvingen om kapitaal beschikbaar te stellen dat vervolgens nooit werd aangesproken.

Investeringsdrift

Economen hebben al langer kritiek op de investeringsdrift van de overheid. Revolverende fondsen worden geacht om dáár actief te zijn waar de markt niet functioneert. Tegelijkertijd hebben veel fondsen een rendementsdoelstelling meegekregen. Dat botst. Bovendien moeten investeringen van de overheid ‘marktconform’ zijn, anders is er sprake van staatssteun. Maar wat is marktconform als ergens geen markt voor is?

Ook juristen zijn kritisch. Zo vallen veel revolverende fondsen formeel niet onder de overheid. Hierdoor kunnen burgers of bedrijven die nadelen ondervinden van zo’n fonds niet terecht bij de bestuursrechter.

Lees ook het achtergrondverhaal over de overheid als private-equitybedrijf