Opinie

    • Sjoerd de Jong

Ook bij NRC bekoelde liefde voor Assange

Zelfs in columns die kanttekeningen plaatsen bij zijn vervolging in de VS, is weinig tot geen sympathie meer te bespeuren voor Julian Assange. Hij „verdient zijn lot”, al schept zijn vervolging een „gevaarlijk precedent”, zoals een columnist van The New York Times opmerkte.

Wat was de opstelling van NRC? Na het opduiken van WikiLeaks in 2010 schreef deze krant over de schade die Assange’s data-dumps zouden aanrichten aan de diplomatie. Anderzijds was het Commentaar lovend: Assange deed wat Ellsberg deed met de Pentagon Papers over de oorlog in Viëtnam.

Intussen zette de krant alles op alles om óók de beschikking te krijgen over de WikiLeaks-documenten. Dat liep stuk op de eisen van Assange. Zo vroeg hij om een ‘biedboek’ met cv’s van redacteuren die aan de stukken zouden werken. Met een omweg langs de Noorse krant Aftenposten kreeg NRC alsnog inzage in de stukken. Het leidde in 2011 tot een reeks artikelen.

Lees ook Zorgen om vrije pers na val Julian Assange

Een jaar later, toen Assange in Zweden werd verdacht van verkrachting en was uitgeweken naar de ambassade van Ecuador in Londen, lagen de zaken anders. WikiLeaks stond niet boven de wet, aldus de krant, en hij kon aan Zweden worden uitgeleverd, maar „niet aan de VS wegens staatsgevaarlijke activiteiten, waarop de straf disproportioneel is”.

Nog eens zeven jaar later is de krant een stuk strenger. Er ligt een Amerikaanse aanklacht wegens hulp bij een poging om overheidssystemen te hacken, en nu zou de gang naar de rechter in de VS „de enige juiste uitweg’’ zijn uit „het labyrint dat Assange om zich heen heeft geschapen”.

Vanwaar die ommezwaai?

Dat is het niet, zegt de commentator die het stuk schreef. Destijds was er in de VS nog geen aanklacht bekend en leefde de vrees dat Assange bij uitlevering naar dat land zou worden vervolgd wegens spionage, met kans op levenslang. Op het misdrijf waarvoor hij nu is aangeklaagd, staat een straf van maximaal vijf jaar. Ook is sprake van voortschrijdend inzicht in Assange’s manier van opereren, al speelt zijn poging om de campagne van Hilary Clinton in 2016 te ondermijnen ten gunste van Trump, in de huidige aanklacht geen rol.

Over mogelijke gevolgen voor de persvrijheid lijkt het Commentaar zich weinig zorgen te maken, omdat Assange niet wordt vervolgd wegens het verspreiden van geheime informatie, wat direct aan die vrijheid zou raken. Maar Amerikaanse critici wijzen erop dat ook de huidige aanklacht omineuze passages bevat voor journalisten. Zo wordt Assange ervan beticht de identiteit van zijn bron te hebben verhuld en een beschermde computeromgeving te hebben gecreëerd om diens informatie te bewaren. Dat zijn journalistieke standaardpraktijken.

Kortom, de krant kan zijn proces – als dat komt – maar beter met argusogen volgen. Zeker als op deze aanklacht nog andere volgen.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC