Museum Catharijneconvent koopt middeleeuws topstuk

‘Ecce Homo’ Het prachtig gedetailleerde paneel uit het Rijnland van omstreeks 1480 toont het lijdensverhaal van Christus in hapklare brokken.

Het door een onbekende meester rond 1480 beschilderde paneel (93 x 70 cm) toont scènes uit de lijdensweg van Christus.
Het door een onbekende meester rond 1480 beschilderde paneel (93 x 70 cm) toont scènes uit de lijdensweg van Christus. Foto Ruben de Heer / Museum Catharijneconvent

Het Catharijneconvent is een topstuk van laatmiddeleeuwse schilderkunst rijker. Het paneel, dat omstreeks 1480 door een onbekende meester is beschilderd met scènes van de passie van Christus, wordt deze woensdag in het Utrechtse museum gepresenteerd. Met steun van de Vereniging Rembrandt, de BankGiro Loterij, het Tutein Nolthenius-Oldenhof Fonds en de Vriendenvereniging van het museum (legaat Koos Bogaards) is het voor 420.000 euro gekocht bij kunsthandelaar De Jonckheere in Genève.

Het paneel van bijna een meter hoog (93 x 70 cm) toont de lijdensweg en executie van Jezus van Nazareth, die door de christelijke kerk worden herdacht in deze dagen voor het Paasfeest. Het verhaal, zoals dat wordt beschreven in de Bijbel, en eindeloos is herverteld in legendes, preken en commentaren, laat zich uitstekend verdelen in hapklare brokken.

Het past bij de idealen van de Moderne Devotie, een religieuze beweging uit de veertiende en vijftiende eeuw. Gelovigen haalden zich stapsgewijs het lijdensverhaal voor de geest en mediteerden uitvoerig over de afzonderlijke episodes, inclusief alle details van de pijn en vernederingen die Christus moest verdragen. Daarbij konden ze een schilderij als dit goed gebruiken. Rondom de episode die bekend staat als Ecce homo (‘Zie de mens’) waarin Christus door de Romeinse prefect Pontius Pilatus aan het joelende volk wordt getoond, ontrolt zich als een stripverhaal verspreid over het paneel de passie, van Christus’ eenzame gebed op de Olijfberg tot zijn kruisiging op Golgotha.

Dergelijke voorstellingen zijn uit de Noordelijke Nederlanden vrij zeldzaam en in collecties in Nederland worden er maar weinig bewaard. Daarbij is dit paneel in verschillende opzichten extra bijzonder. De schilder, die waarschijnlijk werkzaam was in het Rijnland nog juist binnen of net over de oostgrens van het huidige Nederland, verstond zijn vak op een inventieve manier.

Hoewel de Ecce homo-groep zelf doet denken aan vergelijkbare scènes zoals in het werk van Jheronimus Bosch, heeft de kunstenaar de reeks Bijbelse episodes op ingenieuze wijze vervlochten met de gebouwen van een middeleeuwse stad en het landschap in de achtergrond. Opvallend is zijn oog voor het detail in de koppen van de omstanders en hun kleding. Ook opmerkelijk is de alledaagse scène van een man die door een hond achterna wordt gezeten – gewaagd geplaatst op precies het middelpunt van de compositie. Uitzonderlijk is ook de kostbaar geklede, knielende vrouw linksonder. Zij is kennelijk de opdrachtgeefster voor het devotiepaneel. Zelfbewust heeft zij zich laten portretteren op een plaats die destijds doorgaans werd ingenomen door een man.