Minister wil nu snel veilige Stint

Peutervervoer Volgende maand moet een tijdelijke regeling mogelijk maken dat de Stint weer gaat rijden. Maar nu veilig.

Een Stint. Foto ROB ENGELAAR/ ANP
Een Stint. Foto ROB ENGELAAR/ ANP

De werkelijke toedracht van het ongeluk met de Stint, vorig jaar september is nog niet bekend. En het onderzoek van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid is nog niet afgerond. Toch is verantwoordelijk minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) er veel aan gelegen om voor het begin van het nieuwe schooljaar de bolderkar, in een veiliger versie, weer op de weg toe te laten. Ze wil volgende maand een tijdelijke regeling invoeren die dat mogelijk moet maken, zo zei ze dinsdag in debat met de Tweede Kamer.

Afgelopen december was dat nog anders. De Stint was te onveilig om nog op de weg te mogen, oordeelde TNO toen. Van Nieuwenhuizen nam die conclusie over, sindsdien staan zo’n 3.500 van die bolderkarren in garages en improviseren kinderdagverblijven met het vervoer van de kinderen.

Wat op 20 september vorig jaar begon met dat ongeluk, waarbij vier kinderen door een botsing met een trein om het leven kwamen, is nog steeds een politiek steekspel in Den Haag. Wie had in 2011 ooit toestemming gegeven om de Stint toe te laten en onder welke voorwaarden mag die toch weer rijden?

Veiligheidsconsequenties

Klopt het dat één individuele topambtenaar van het ministerie in 2011 groen licht had gegeven voor een voertuig waarmee tien kinderen kunnen worden vervoerd, op basis van regelgeving die bedoeld was voor een bromfiets voor één persoon? En klopt het dat daarbij de veiligheidsconsequenties voor die kinderen niet meegewogen was, wilde Kamerlid Suzanne Kröger (GroenLinks)weten.

Van Nieuwenhuizen beantwoordde bevestigend. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) had weliswaar bedenkingen, maar die werden alleen doorgespeeld aan de fabrikant. De Stint mocht gewoon gaan rijden.

Niet alleen de minister, ook een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat die nieuwe Stint met ingang van het komend schooljaar weer inzetbaar is voor kinderdagverblijven. Dat zal in ieder geval niet een model zijn waar de kinderdagverblijven op zitten te wachten, want daar mogen maar acht kinderen in vervoerd worden, in plaats van tien in het oude model. Terwijl kinderdagverblijven uitgaan van één begeleider op tien kinderen. Als de nieuwe Stint maar acht kinderen mag vervoeren, levert dat dus organisatorische en financiële problemen op.

Alternatieven

De kinderopvang is dus al op zoek naar alternatieven en daarbij is de elektronische bakfiets inmiddels in opmars. Het is alleen de vraag hoe veilig zo’n e-bakfiets is, moest ook de minister erkennen. Het is volgens haar een „nieuw fenomeen zonder wetenschappelijk onderbouwde data over de risico’s in het verkeer”. Waar de Stint straks aan strenge veiligheidseisen moet voldoen, gelden voor de e-bakfiets dezelfde regels als voor de e-bike of de gewone fiets, zolang er niet harder dan 25 kilometer per uur wordt gereden.

De bestuurder van de Stint moet straks minstens over een rijbewijs beschikken en rijvaardigheidstrainingen volgen. Er komen veiligheidsgordels en er wordt nog onderzocht of de kinderen in de rijrichting moeten zitten. Voor de e-bakfiets geldt dat allemaal niet. En er is ook geen toezicht op de productie of het onderhoud.

Van Nieuwenhuizen gaat die kwestie van acht in plaats van tien kinderen inzetten om te voorkomen dat de kinderopvang massaal overstapt op onveiliger transportmiddelen, zoals de e-bakfiets. Ze wil met de branche in een convenant afspreken dat de kinderopvang zorgt voor goede rijvaardigheidstrainingen en veilige reisroutes. En dat de branche afziet van onveiliger transportmiddelen. In ruil is de minister dan bereid om die eis in de regeling van maximaal acht kinderen te schrappen. Of dat lukt, is ook afhankelijk van de vraag of de Stint-producenten tijdig, voor het begin van het nieuwe schooljaar, de veilige versie van die bolderkar kunnen produceren.