Opinie

    • Maxim Februari

Ik beloof dat ik mijn best doe om Globish te spreken

Vandaag bereiden we ons voor op de taal van de toekomst. Het staat wel vast… Nou ja… Het is hoogst waarschijnlijk… Dat wil zeggen… Ik denk dat ik in de nabije toekomst op deze plek in het Engels moet schrijven. Of liever gezegd in het Globish. Dat is een Engelsachtige taal, nee, een ‘tool’, waarmee mensen elkaar wereldwijd min of meer kunnen begrijpen. Uitgevonden door de ingenieur Jean-Paul Nerrière: vijftienhonderd Engelse woorden plus een basisgrammatica. Globish.

In die toekomst, die nabij is, zal ik niet alleen schrijven voor een wereldwijd publiek. Ik zal ook wereldwijd worden gelezen, ik zal viraal gaan en geshared worden. Om klaar te zijn voor het oordeel van de wereld moet ik me derhalve als de wiedeweerga gaan gedragen. Mensen die mij niet kennen, die zelfs ons land niet kennen, die nog nooit van Nederland hebben gehoord, zullen zich over mijn woorden buigen en ze wegen. Geen grapjes, dus, geen overdrijvingen, geen ironie, niets wat kan leiden tot misverstand en ergernis aan de andere kant van de globe.

Dit is de nieuwe werkelijkheid. Mopperden bewoners van de oude stadswijken de afgelopen decennia dat ze werden overstemd door het Arabisch, nu mopperen academici dat ze door al dat Engels zichzelf niet meer kunnen verstaan. Zelf brom ik ook, omdat mijn eigen lezingenpraktijkje in het afgelopen jaar grotendeels naar Globish is geswitcht. Maar mopperen heeft geen zin. Want het is niet alleen de taal die verandert, door de wereldwijde verbondenheid wordt de communicatie op allerlei manieren beïnvloed.

Bespreek ik hier op kritische toon het werk van buitenlandse onderzoekers, dan blijken die zichzelf te googelen; ze slingeren mijn tekst door de vertalingssoftware en komen verontwaardigd verhaal halen. En het bereik zal zich nog verder gaan uitbreiden. Het verleden blijkt bewaard te zijn in de atomen rondom ons, en dus kan de wereldgeschiedenis binnenkort achterstevoren worden afgespeeld; over niet al te lange tijd krijg ik post van Plato en Immanuel Kant.

Kortom, schreef je tot nu toe voor je bubble, voor de goede verstaander met dezelfde culturele noties in het achterhoofd, nu bereik je mensen die geen flauw idee hebben waar je letterlijk en figuurlijk vandaan komt. Je staat op het wereldpodium en wordt gestreamd naar het universum. Vandaar dat je steeds saaier moet worden en preciezer, steeds dorrer en feitelijker. Vandaar ook het Globish, dat in al zijn beperkingen en simplisme tot doel heeft misinterpretatie en fouten in mondiale communicatie te voorkomen.

De Franse taalvernieuwer en schrijver Raymond Queneau publiceerde in 1947 zijn beroemd geworden stijloefeningen, ‘Exercices de Style’, een verzameling van 99 korte stukken waarin hij op 99 verschillende manieren een ontmoeting beschreef met een jongeman in een bus. In dichtvorm, bijvoorbeeld, in boers dialect, als flaptekst of chronologisch achterstevoren.

Eén van de 99 variaties heette ‘Poor lay Zanglay’. Pour les Anglais. Voor de Engelsen die het Frans uitspreken op zijn Engels. De eerste zin luidde: ‘Ung joor vare meedee ger preelotobus poor la port Changparay. Eel aytay congplay, praysk.’ Ik denk dat het origineel ongeveer dit moest wezen: ‘Un jour, vers midi, j’ai pris l‘autobus pour la porte Champerret. Il était complet, presque.’ En als ik dat in een populaire vertaalmachine gooi, komt deze Engelse zin eruit: ‘One day at noon I took the bus to the Champerret gate. She was almost full.’

Zou je hier een fatsoenlijke 21e eeuwse versie van willen maken, dan zou je meteen al struikelen over dat begrip ‘noon’. Want is ‘twaalf uur’, ‘twelve o’clock’, niet veel geschikter voor een niet-Engelstalig publiek? En is ‘12.00 h’ dan niet nog een stuk preciezer? En welke kloktijd hanteren we hier eigenlijk? Moet voor de Australiërs en Japanners niet worden duidelijk gemaakt hoe die tijd zich verhoudt tot de gecoördineerde wereldtijd? En rijdt er überhaupt wel een bus rond het middaguur naar Champerret? U denkt misschien dat ik overdrijf, maar dit zijn de overwegingen waarmee je tegenwoordig te stellen hebt als je geen mot wilt krijgen met het universum.

Jezelf vertalen naar de 21e eeuw vraagt om helderheid en eenduidigheid. Zodat de vertaalmachines je verstaan en de globale gemeenschap je niet misverstaat. Wil je goed Globish spreken, dan moet je niet alleen je woordenschat tot vijftienhonderd woorden indikken. Je moet je stilistische repertoire intomen. Je temperament bedwingen. En, ja, ik weet het, ik heb persoonlijk nog een lange weg te gaan; maar als het me vandaag weer niet is gelukt me verstaanbaar te maken tegenover Google en de globe, dan lukt het me morgen. Ik beloof u oprecht dat ik mijn uiterste best ga doen.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.