Huilen en bidden als na een uur de toren op het dak brandend instort

Toeschouwers brand Parijzenaars en toeristen keken machteloos toe hoe het dak van de Notre-Dame uitbrandde. „Het is mijn huis, mijn lieve oma.”

Toeschouwers bidden maandag voor de brandende Notre-Dame.
Toeschouwers bidden maandag voor de brandende Notre-Dame. Foto Thomas Dworzak Magnum/HH, AFP, AP

Uitslaande vlammen zijn er niet meer, maar het dak van de Notre- Dame gloeit na, zacht rokend en sissend. Het is midden in de nacht, maar op de brug over de Seine zijn nog honderden mensen. Ze willen bij ‘hun’ kerk zijn. Dit doen we gewoon, in een reflex zijn we hiernaartoe gekomen, zeggen ze. Sommigen zijn op hun knieën aan het bidden. Anderen zingen. Mensen praten zachtjes met elkaar. Dezelfde woorden komen steeds terug. Dramatisch. Diep bedroefd. Ontzettend.

Lees ook: Vuur verminkt hart van Frankrijk

Brandweerlieden houden hun spuit gericht op het grote rozet in de zuidelijke zijbeuk. Daarboven gaapt een kleiner, minder beroemd rozet, waar weinig meer van over is. De waterstraal moet voorkomen dat ook het lood in het grotere rozet smelt – later in de nacht zal blijken dat dit is gelukt.

Een paar uur eerder, als de vlammen hoog uit het dak van de Notre-Dame slaan, staat de Pont de la Tournelle vol. „Het is niet voor te stellen, het is monstrueus, de Notre-Dame is mijn huis, mijn lieve oma”, zegt Anne, 27 jaar. Ze is een stadsgids en stond ’s ochtends nog met een groep mensen binnenin de kerk.

Buurtbewoners en mensen die naar de plek des onheils zijn gesneld, passanten en toeristen, ze staren in ongeloof vanaf de brug naar de achterkant van de drukst bezochte kerk ter wereld. Dikke rookwolken kleuren de hemel. Sommige mensen bellen met dierbaren, anderen kijken zwijgend hoe de brand steeds feller wordt. Ook de dakspits heeft inmiddels vlam gevat. Met ingehouden adem, machteloos, kijkt iedereen toe hoe de vlammen in de spits omhoog kruipen. „Het is een catastrofe, voor de stad, voor het land”, zegt Gilles Pagès, een vijftiger met een kort grijs baardje. „Ik begrijp niet hoe het vuur zich zo heeft kunnen ontwikkelen. Ik woon in het zuiden, daar is het in de zomer heel de tijd raak, maar daarvoor hebben we daar blusvliegtuigen en helikopters. Hier is niets voorhanden.” De Notre-Dame ligt op een eilandje, het Île de la Cité, en is lastig bereikbaar met de auto, zeker tijdens het spitsuur.

De vlammen en rookwolken waren tot ver in de omgeving te zien.
Foto Thomas Dworzak Magnum/HH, AFP, AP
De brandweer is dinsdagochtend aan het nablussen.
Foto Thomas Dworzak Magnum/HH, AFP, AP

Als de brandende torenspits instort, gaan er kreten van ontzetting door de menigte. Mensen huilen, houden elkaar vast, gaan verslagen op de grond zitten. Bij Sandrine Galtier de Saint Christophe, die op het deftige Île Saint-Louis woont, strijden verdriet en frustratie met elkaar. „Ik ben heel verdrietig, maar ook geschokt omdat de hulpdiensten de kerk niet konden bereiken. Waarom zijn er geen blushelikopters?”

Het dak is intussen ingestort, het gedeelte achter de twee torens is een vuurzee. „Eerst de gele hesjes die de Arc de Triomphe vandaliseerden en nu dit, een week voor Pasen”, zegt Galtier de Saint Christophe. Ze heeft tranen in haar ogen.

Na een uur is het dak verdwenen en heeft de kerk iets van een grimmige vuurton waaruit een rode gloed naar buiten slaat. „Ik huil, van buiten, maar ook van binnen”, zegt Louis Davide, kort haar, een blauw donsjack en een zonnebril. Net als Galtier de Saint Christophe woont hij in de buurt. „Ik begrijp niet hoe het heeft kunnen gebeuren, maar het is niet geruststellend als we al geen vuur in een van de beroemdste monumenten van de stad de baas kunnen worden.”

Maandagnacht zag Marijn Kruk hoe jonge katholieken de kathedraal toezongen:

Lees ook: Wat betekent de Notre-Dame voor onze lezers?