Kunnen we het nog, kathedralen bouwen?

Restauratie Onvervangbare zaken zijn bij de brand in de Notre-Dame verloren gegaan, zeggen experts. De dakspits zal wel worden hersteld. „Dat weet ik zeker.”

Negentiende-eeuwse koperen beelden van apostelen en evangelisten die rond de spits stonden van Notre-Dame, maar kort geleden waren verwijderd ter restauratie.
Negentiende-eeuwse koperen beelden van apostelen en evangelisten die rond de spits stonden van Notre-Dame, maar kort geleden waren verwijderd ter restauratie. Foto Georges Gobet/AFP

Een paar weken geleden nog stond de Amsterdamse hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen Hugo van der Velden (55) bij de Notre-Dame. Hij nam een foto, de dakspits stond in de steigers. Dat er gevaar dreigde kwam geen moment in hem op. „Dit soort bouwwerken staat voortdurend in de steigers, die denk je er bijna bij.”

Maandagavond zat hij bijna huilend voor de tv. „Toen dacht ik: hoe kan het toch dat we er als publiek niet bij stilstaan dat elke restauratie van zulke belangrijke monumenten een gevaarlijk moment is?”

Extra wrang vindt hij achteraf bezien dat de kathedraal aan het water ligt. „Stel dat er een hoge kraan met een pomp bij had gestaan, dat zou een enorm verschil hebben gemaakt. Maar goed, dat is nakaarten. Het zou ook ondoenlijk zijn natuurlijk om alle restauraties op die manier te beveiligen.”

Lees ook: Vijftien uur zwoegen voor Notre-Dame

Derde generatie restaurateur

Ook Tim Kemperman (45) zat maandagavond voor de tv. „Toen ik zag dat het dak in brand stond wist ik: knap als ze dat nog onder controle krijgen.” Kemperman is derde generatie restaurateur, Kemperman Restauratie werd in 1947 opgericht door Gerrit Kemperman, in 1967 opgevolgd door zijn zoon Theo. Midden jaren negentig kwamen diens kinderen erbij, Tim en Marnix. Het bedrijf werkte aan de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom, de St. Janskathedraal in Den Bosch en de Zuiderkerk in Amsterdam.

„Zo’n brand is wat elke restaurateur vreest”, zegt Tim Kemperman. „Van buitenaf zie je bij een kerk natuursteen en een leien dak. Maar de inhoud van de toren en de dakkap, dat is allemaal hout. In dit geval: houten gebinten die er achthonderd jaar over hebben gedaan om kurk- en kurkdroog te worden.”

En dat betekent: „Een kleine vonk en de boel staat binnen een paar minuten in de hens. Door het droge hout, maar ook door de hoogte en de vorm van zo’n kerk: dat werkt als een natuurlijke schoorsteen.”

Bij een restauratie loert het gevaar bovendien overal: „Het kan zijn dat je een stukje van een steiger moet afslijpen en dat er onverwacht een vonkje ontstaat. Je hebt een soldeermachine nodig, die zijn soms elektrisch maar meestal komt daar een vlam uit. Bij ons laatste project moesten we stukken verrot hout wegzagen die we gingen vervangen. Dan krijg je wrijving en ontstaat er warmte.”

Wat wordt er gedaan om brand te voorkomen? Kemperman: „Er staan altijd brandblussers klaar op de steigers. En de regels zijn streng. Voor lassen en slijpen heb je bijvoorbeeld een heetwerkvergunning nodig, dan komt er een brandwacht bij je staan die niks anders doet dan kijken of alles goed gaat.”

Terwijl hij tv keek, kreeg hij al appjes van bekenden: werk aan de winkel voor je. Drie à vier decennia, schat hij, zullen de herstelwerkzaamheden duren.

De dakspits hoort erbij

Wat wordt er dan precies hersteld en hoe? Hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen Van der Velden: „Er zijn nu dingen verloren gegaan die niet vervangen kunnen worden. De enorme eiken waar achthonderd jaar geleden de dakgebinten van zijn gemaakt, kennen we nu niet meer. En ook bepaalde finesses van dat vakmanschap zijn verdwenen. Zoals we nu raketten en computers kunnen bouwen, zo bezaten ze toen de kennis voor de bouw van kathedralen. We hebben een technische handicap.”

Lees ook: De Notre-Dame en wat er nog van over is

Wat niet wegneemt dat het dak natuurlijk hersteld gaat worden. Geldt dat ook voor de dakspits die is toegevoegd in de negentiende eeuw?

Van der Velden: „De Franse architect Eugène Viollet-le-Duc had over restauraties vrijere opvattingen dan wij nu hebben, zo’n dakspits zouden we niet meer toestaan. Maar na meer dan honderdvijftig jaar is die erbij gaan horen. We kennen de Notre-Dame niet meer zónder die toren. Ik weet zeker dat die weer opgebouwd gaat worden.”

En de rest? De hoofdconstructie, de twee torens en de façade zijn blijven staan. Maar de stenen daarvan, zegt Tim Kemperman, „hebben een enorme opdonder gekregen, daar zitten vast scheuren in of er zijn stukken uitgevallen”.

Ook de drie rozetten uit de dertiende eeuw lijken gespaard, al is het lood waarschijnlijk aangetast.

Van der Velden: „En dat is dan weer bijna een wonder, het zou geweldig zijn als die prachtige ramen er nog gewoon zijn.”

Correctie (17 april 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd verwezen naar de brand op „dinsdagavond”. Juist is: maandagavond. Dat is hierboven aangepast.