Natalie Portman: ‘Gemankeerde personages passen beter bij mij dan superhelden’

Interview Natalie Portman zoekt rollen met een zwart randje, zoals popster Celeste in ‘Vox Lux’. „Celeste is natuurlijk de perfecte spiegel voor onze tijd.”

Heeft Vox Lux het in zich om een controversiële film te worden? Hoofdrolspeler Natalie Portman denkt van wel. De 37-jarige actrice wil niet zeggen dat ze om die reden toehapte toen acteur/regisseur Brady Corbet (The Childhood of a Leader) haar voor de hoofdrol vroeg. Maar ze zoekt wel rollen met een zwart randje.

Ze dóet het er niet om, haast ze zich te zeggen als de film in september in Toronto z’n Noord-Amerikaanse lancering beleeft. „Op een dag gaat iemand vast een academisch artikel schrijven over hoe ik de auteur werd van mijn eigen carrière”, zegt ze met slechts een licht ironische twinkeling in haar ogen. „Maar ik denk meestal pas na over mijn keuzes als anderen mij erop wijzen. Zoals nu.”

Lees ook de recensie van Vox Lux: Bloedbad op school schept een popdiva voor de 21ste eeuw

Aanleiding is mijn vraag of ze parallellen ziet tussen popzangeres Celeste in Vox Lux en haar Oscarwinnende rol van danseres Nina in Darren Aronofsky’s Black Swan (2011). „Er zijn parallellen. Het dubbelgangersmotief natuurlijk. Celeste heeft zelfs twee ‘schaduwen’, als je het heel Jungiaans wilt bekijken. Andere overeenkomsten: de zucht naar roem, het willen versmelten met je rol.”

Als ik haar vraag of ze dát ook herkent, is Portman direct op haar hoede: „Ja, er is ook nog de publieke en de persoonlijke kant. Laten we het erop houden dat ieder mens beseft dat er een kant van je is die níemand ziet, niemand begrijpt. Nog helemaal los van het deel dat je privé wilt houden. Dat gevoel van eenzaamheid is niet alleen aan sterren voorbehouden.”

Star Wars

Wie haar levensloop en carrière bekijkt, snapt dat meteen. Portman werd als tiener wereldberoemd door haar rol in de tweede reeks Star Wars-films van George Lucas, eind jaren negentig. Haar Koningin Padmé Amidala was net zo intelligent en ongenaakbaar als Portman zelf. Toch leek ze in dat spektakel niet echt op haar plaats; ook als liefje van dondergod Thor (2011) had ze iets afwezigs. Dat waren niet de rollen die ze ambieerde. Haar carrièrepad voerde haar richting ambiguïteit, rollen met bite.

Tussendoor studeerde Portman ook nog even psychologie aan Harvard. Vandaar dat ze Jung en Freud uit haar mouw schudt: „Dat Freud-ding van mensen haten die het meest op jezelf lijken, dat zie je ook in Vox Lux. Celeste heeft een sterke haat-liefdeverhouding met haar zus Eleanor en haar dochter, niet voor niets gespeeld door Raffey Cassedy, die ook de jonge Celeste speelt.”

Vox Lux is een denkfilm vol grote, abstracte concepten. Voor dat soort film stroopt Portman de mouwen op, doet ze in Toronto een hele dag one on one-interviews. „Ideeën kun je niet spelen, dus ik was blij dat Brady een personage schreef dat ik kende of op zijn minst zou willen begrijpen. Je kunt geen personages spelen over wie je twijfelt. Het aplomb waarmee Celeste de grootste waarheden en de grootst mogelijke onzin debiteert… Dat is de perfecte spiegel voor onze tijd, waarin de media leugen naast feit presenteren en alles hypen. Begrijp me goed, ik heb het niet over ‘fake nieuws’. Het gaat me meer om het omnivore mediamonster dat alles van betekenis devalueert tot koopwaar.”

Celeste zelf - door Portman omschreven als een „spiegel van de 21ste eeuw” - is daarvan wel het beste voorbeeld. Ze is steeds op de verkeerde plek op het verkeerde moment. Het geweld van de 21ste eeuw - van schietpartijen op scholen tot terroristische aanslagen als 9/11 - bezorgt haar trauma op trauma. En daar bouwt ze vervolgens haar carrière op.

Terrorist en popster

Portman: „Het meest pikante voor mij is de scène waarin een journalist Celeste vraagt wat de overeenkomst is tussen een terrorist en een popster. Hij is zo ernstig, zij is zo ontwijkend. Maar het is zo’n briljante vraag. Ze antwoordt dat ze het niet weet, alleen dat als je geen aandacht besteedt aan sterren ze vanzelf verdwijnen, ze ophouden te bestaan.”

Terroristen als popsterren? Portman: „Media kunnen als een vergrootglas werken. Als de zon er te lang op schijnt, zetten ze de hele boel in de fik. Zo denken we langzamerhand dat we in een van de meest gewelddadige en onveilige tijden in de geschiedenis leven. Terwijl het tegendeel waar is. Die link tussen popcultuur en geweld, of tussen mediacultuur en geweld, interesseert me mateloos. Alles lijkt alleen nog maar te gaan over de vraag welk nieuwsverhaal het best verkoopt. Zo stimuleer je geweld.”

Vandaar dat je Portman niet snel ziet in een schietfilm. Liever kiest ze rollen als de mysterieuze stripper Alice in het seksuele web van Closer (2004), haar eerste Oscarnominatie. Of als Jackie in de gelijknamige biopic over de vrouw van John F. Kennedy vlak na moord: een uitgekiende analyse van hoe moderne mythes worden geschreven (wederom een Oscarnimonatie in 2014). Of rollen in films van Terrence Malick Knight of Cups (2015), Song to Song (2017). Of „interessante scifi” zoals Netflix-film Annihilation (2018). Speelt Portman in een mainstreamfilm, dan graag de imperfecte stripverfilming V for Vendetta (2006). „Omdat die ook over de macht van de media ging.”

Moet er dan altijd meer zijn dan acteren alleen? Engagement, intellectuele uitdaging? „Uiteindelijk wel. Voor mij als actrice is het eenvoudiger om empathie op te brengen voor gemankeerde personages dan voor superhelden. Dan kan ik alleen maar denken: Oh wow, ik wilde dat ik zo was, maar geen idee hoe ik dat moet spelen.”

Want, zo concludeert ze: „Als je ervan uitgaat dat, zoals mensen als Theodor Adorno en Walter Benjamin zeggen, film als massamedium een vehikel voor fascisme kan zijn, dan zie ik het als taak van kunstenaars om films te maken die niet totalitair zijn, die er geen boodschap instampen, maar ons deelgenoot maken van een mysterie. Onze cultuur is gericht op commodificatie, op het tot handelswaar maken van alles. Kunst en film hebben de potentie daar tegenwicht aan te bieden.”