De yezidi’s zijn hun familie en cultuur kwijt

Syrië en Irak Met het verjagen van IS uit Noord-Oost Syrië is de nachtmerrie van de yezidi’s allerminst voorbij. „De gemeenschap dreigt zozeer te verdunnen dat er niets van overblijft.”

Een Iraakse vrouw, een yezidi die werd gered uit handen van de Islamitische Staat, wacht in de Syrische provincie Hasake op een bus om haar naar Sinjar te brengen, de stad in noord-west Irak waar veel yezidi's wonen
Een Iraakse vrouw, een yezidi die werd gered uit handen van de Islamitische Staat, wacht in de Syrische provincie Hasake op een bus om haar naar Sinjar te brengen, de stad in noord-west Irak waar veel yezidi's wonen Foto Delil Souleiman/FP

Nadia Barkat Qasem (40) zit ineengedoken in een stoel in het gehucht Qizlachokh in Noord-Syrië. Haar magere lichaam is gehuld in een lange groene jurk, zwart haar piekt onder een gebloemde hoofddoek uit. Monotoon ratelt Nadia haar verhaal af. Hoe IS in 2014 haar dorp binnenviel, hoe zij werd meegenomen en haar zussen werden gedood. Dat ze eerst haar twee oudste kinderen uit het oog raakte, en toen ook de twee jongste. Hoe ze mishandeld werd door de Saoedische IS-vrouw voor wie ze werkte – haar arm zit nog tot over de elleboog in het gips van de gevolgen. Hoe ze eindelijk kon ontkomen nadat haar folteraarster was gedood bij een luchtaanval.

Lees ook deel 1 van het tweeluik over de yezidi’s: voor het eerst staat een IS-vrouw terecht voor misdaden begaan tegen deze minderheid

Slechts drie keer breekt er emotie door haar vlakke toon. Twee keer is ze zichtbaar boos: wanneer ze praat over de Peshmerga, de Koerdische strijders die de yezidi’s bij de aanval niet beschermden. „Ze zeiden: houd op met ons bellen, we hebben geen bevel (om jullie te redden, red.) dus we komen niet.” Nadia wordt ook kwaad als „de hond” Abu Bakr al-Baghdadi ter sprake komt, de IS-leider die ze eenmaal in Mosul ontmoette. Eén keer breekt een lach door op haar ingevallen gezicht en gaan haar donkere ogen stralen: ze gaat zometeen op weg naar Sinjar, waar ze haar man en twee van haar vier kinderen na bijna vijf jaar weer zal zien. „Ik had eerst gehoord dat ze mijn twee meisjes hadden gered. Maar toen ik uit Baghouz kwam en zelf contact kon opnemen, bleek dat het om één zoontje en één dochtertje ging.”

De nachtmerrie van de yezidi’s die op 3 augustus 2014 begon, is met het verjagen van IS uit Oost-Syrië niet voorbij. In 2014 viel de terreurbeweging de dorpjes van de religieuze minderheidsgroep, door IS als duivelsaanbidders beschouwd, rond de berg Sinjar in Noord-Irak binnen. De extremisten vermoordden zeker drieduizend inwoners op gruwelijke wijze.

Tot slaaf gemaakt

Zo’n zevenduizend anderen – vooral vrouwen en kinderen – werden tot slaaf gemaakt. Hoewel de hele wereld zich het lot van de yezidi’s aantrok, is er bijna vijf jaar na dato weinig verbeterd. Veel vrouwen en kinderen zijn nog steeds onvindbaar of gevangen. Terugkeren naar de dorpen is voor de meesten geen optie, en tot slot zorgt emigratie ervoor dat de traditionele gemeenschap steeds verder uit elkaar valt.

In al haar ellende is Nadia één van de „gelukkigen”: ze ziet in elk geval een deel van haar gezin terug. Haar man leeft nog en kocht haar jongste zoontje en dochtertje vrij van IS. Een paar minuten na het interview stapt ze in een busje om naar provinciehoofdstad Hasaka te gaan. Van daaruit reist ze de volgende dag door naar Irak. Het busje is van het Yazidi House, een lokale yezidi-organisatie die medische zorg betaalt voor geredde yezidi’s, zoals een armoperatie voor Nadia, en hen tijdelijk laat opvangen door yezidi-gezinnen in de omgeving.

Een tengere jongen rent op het erf achter een kip aan, die onder een auto schiet. Hij is net een paar dagen daarvoor uit Baghouz ontsnapt, waar de strijd nog volop gaande was. Zijn Koerdische moedertaal spreekt hij nauwelijks meer, zijn Arabisch is daarentegen vloeiend. Ondanks zijn training als IS-strijder wist de elfjarige jongen nog wel dat hij yezidi was, en durfde hij dat te zeggen tegen de Syrische milities die het IS-kamp kwamen veroveren.

Dat geldt niet voor iedereen. „Sommige kinderen herinneren zich niets van hun achtergrond,” zegt Ziad Rustam, een van de leiders in het Yazidi House.

Gehersenspoeld

Ondanks de herovering van IS-gebied zijn lang niet alle yezidi’s bevrijd. Er zit volgens Rustam nog een onbekend aantal yezidi-jongens in opvangkampen met IS’ers die zo zijn gehersenspoeld dat ze denken dat ze bij IS horen en de „ongelovige” yezidi’s moeten doden. Ook zijn sommigen zo bang gemaakt dat ze niet durven te laten weten wie ze zijn.

Daarnaast zijn IS-families in een eerder stadium, met yezidi-slaven en al, naar andere plaatsen in Syrië en Irak of naar Turkije gevlucht. Nadia heeft via via gehoord dat haar oudste zoon en dochter mogelijk zijn meegenomen naar een IS-enclave in een regio onder controle van het Syrische regime. Achteraf vertelt Rustam dat Nadia’s zoon hoogstwaarschijnlijk allang is omgekomen – dat nieuws willen ze haar nog even besparen.

In augustus 2014, toen IS de stad Sinjar innam en er veel geweld was, ontvluchtten de meeste yezidi’s de stad.

Foto Rodi Said/Reuters

De handel in yezidi’s gaat bovendien ook zonder IS gewoon door. Ali Hussein al-Khansouri, actief voor een yazidinetwerk in de Iraakse stad Duhouk, stuurt via WhatsApp een geluidsopname door. „Maak alsjeblieft haast met wat ik van je vraag”, klinkt de stem van een man die volgens Al-Khansouri ooit bij IS zat, maar zich nu heeft aangesloten bij een andere strijdgroep in Syrië.

Lees ook: vrijwilligers redden yezidi-vrouwen en -kinderen van mensenhandel

Al-Khansouri vertelt dat allerlei groepen yezidi’s in handen hebben. „En ze vragen nog meer geld dan IS om ze vrij te kopen. Nu eisen ze acht miljoen dollar voor zes personen.” Netwerken zoals dat van Al-Khansouri bemiddelen voor wanhopige families en zetten soms heldhaftige acties op touw om mensen te bevrijden, maar hun middelen zijn beperkt.

Wie aan de klauwen van de ontvoerders is ontkomen, wacht vaak een volgende lijdensweg. Hoewel de religieuze leider van de yezidi’s al kort na de ontvoeringen verklaarde dat ontsnapte seksslavinnen niet als bezoedeld maar als slachtoffer moesten worden beschouwd – een revolutie in de conservatieve gemeenschap – ligt dat ingewikkelder voor de kinderen die de vrouwen in gevangenschap kregen.

Yezidi’s trouwen net als veel andere kleine, gesloten gemeenschappen niet buiten de groep. Kinderen van een niet-yezidi man, en dan ook nog eens verwekt in een buitenechtelijke ‘relatie’, passen niet in de gemeenschap. Hun moeders staan voor een duivels dilemma: terugkeren en hun ‘IS-kinderen’ achterlaten, of in gevangenschap blijven? Ziad Rustam van de Syrische yezidi-organisatie ontwijkt de vraag over acceptatie. „Wij zijn verantwoordelijk tot de Iraakse grens”, zegt hij. „Wat er daarna met ze gebeurt, daar gaan wij niet over.”

Aan de andere kant van die grens, in een yezidikamp bij de Iraakse stad Duhouk, sloffen mensen over zanderige paadjes tussen rijen tenten door. Qasem Murad woont hier al sinds 2014, zijn jongste zoontje is in het kamp geboren. „Er is hier niks”, vat Murad de situatie samen. Ook andere bewoners zeggen dat de voorzieningen in de kampen, waar zo’n tweehonderdduizend yezidi’s wonen, steeds minder worden.

Humanitaire organisaties trekken sinds de bevrijding van Mosul één voor één weg uit Duhouk en omgeving, legt Kathleen DeWitt van lokale hulporganisatie SEED uit. SEED biedt psychosociale programma’s in de kampen. „Niet alleen de vrouwen hebben steun nodig”, zegt DeWitt. „Denk aan vaders en broers die toen hun gezin niet hebben kunnen beschermen, en die nu hun gezin niet kunnen onderhouden. Ze zijn hun cultuur kwijt, hun familieleden – of ze nou gevangen waren of niet, iedereen betaalt een prijs.”

Geboortedorpjes

De meeste yezidi’s zien hun toekomst niet in Irak. Terug naar hun geboortedorpjes in Sinjar gaan maar weinigen; de veiligheidssituatie is er instabiel met Koerdische troepen, regeringssoldaten en milities die elkaar bevechten, er liggen her en der nog mijnen en er is nog nauwelijks aan wederopbouw gedaan. „Elke yezidi die ik spreek, denkt dat hij gaat emigreren”, zegt DeWitt.

Met de golf van aandacht voor hun lot kwamen in verschillende westerse landen asielprogramma’s voor yezidi’s op gang, maar lang niet alle asielaanvragen worden gehonoreerd en soms mag niet het hele gezin komen. Voor zover families door het geweld niet al verwoest waren, worden ze ook op deze manier uiteen gedreven.

„Emigratie is assimilatie”, zegt Ziad Rustam misprijzend. DeWitt ziet een vergelijkbaar gevaar. „Als de één naar Canada gaat, en de ander naar Duitsland of Australië, wordt onderling trouwen en ook het mondeling overbrengen van verhalen, gewoonten en religieuze rituelen steeds moeilijker.”

De yezidi’s worden al eeuwenlang vervolgd om hun geloof. De totale yezidi-gemeenschap wereldwijd wordt geschat op zo’n zevenhonderdduizend, van wie nog steeds zo’n vierhonderdduizend in Irak wonen. „Er is meer dan één manier om genocide te plegen”, zegt DeWitt. „We lopen het risico dat we een genocide volbrengen niet door mensen af te slachten zoals IS heeft geprobeerd te doen, maar door de gemeenschap zo te verdunnen dat er niets van overblijft.”

Yezidi’s vieren in april Nieuwjaar:

Correctie 17 april 2019: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Nadia Barkat Qasem is geïnterviewd in Jedala. Dat klopt niet, het gesprek vond plaats in Qizlachokh, in Noord-Syrië. Nadia Barkat Qasem komt oorspronkelijk uit Jedala, in het gebied Sinjar in Irak. Het is hierboven gecorrigeerd.