Opinie

De onzichtbaren

Ellen Deckwitz

Afgelopen week hing ik dankzij een filmpje van 13 seconden een hele dag aan de telefoon. Wat was er aan de hand: tijdens de toneelweek op school moest mijn neefje (13) een dronkaard spelen, en had dat iets te fanatiek gedaan (zoals kwijlen en met dubbele tong roepen dat hij zo sexy was). Enkele klasgenoten hadden het nodig gevonden om het stiekem te filmen en online te zetten. Tijdens de pauze zag mijn neefje hoe enkele bovenbouwers, ten overstaan van de gehele kantine, zijn dronkenmansact imiteerden.

Pesten is altijd een poging tot vernietiging en dus kwamen mijn zus en ik meteen in actie: schoolleiding bellen, ouders contacteren, IP-adressen achterhalen. Uiteindelijk werden alle treiteraars gestraft en het filmpje verwijderd. Het regende steunbetuigingen maar geen enkele wist mijn neefje uit de put te takelen.

In een poging hem af te leiden keken we voor de miljardste keer maar weer eens Les Misérables (de musicalversie waarin Russell Crowe toondoofheid naar een hoger plan tilt).

„Ik wou dat ik in die tijd leefde”, zuchtte mijn neefje toen de cast het slotlied inzette.

„Weet je hoe rampzalig de tandheelkunde toen was?!” riep mijn zus.

„Alles werd tenminste niet de hele tijd vastgelegd”, mompelde hij.

Die opmerking bleef door mijn hoofd spoken. Ik heb de mazzel dat ik opgroeide in een tijd waarin de mensheid nog niet helemaal geobsedeerd door vastleggen was (en de dentale wetenschap redelijk oké). Van mijn uitspattingen op de middelbare school bestaan een paar foto’s, meer niet. Voor de huidige generatie ligt dat anders. Iedereen heeft een camera, iedereen weet hoe hij iets online moet zetten. Ik heb mijn leerlingen de afgelopen vijftien jaar terughoudender zien worden. Als ze tijdens een les performance gek willen doen checken ze eerst of alle mobiels uit zijn. Ze durven zich niet meteen te laten gaan, want voor je het weet is het gedocumenteerd en achtervolgt het je de rest van je leven. Spontaniteit verdwijnt en daarmee niet alleen een zekere onschuld, maar ook de onbevangenheid die noodzakelijk is voor het opdoen van levenservaring. Door schade en schande word je wijs, maar nu staat schaamte dat in de weg.

De afgelopen dagen moet ik steeds denken aan het slot van De avonden. Hoofdpersoon Frits is de hele roman bezig zijn aanwezigheid tot vervelens toe kenbaar te maken. Tegen het einde zegt hij opgewekt dat hij leeft, en dat dat niet onopgemerkt is gebleven. Het is verdrietig dat de huidige jeugd dat laatste is gaan vrezen. En nooit meer lacht zonder eerst achterom te hebben gekeken.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.