Opinie

Buñuels scherpe cultuurmarxisme

Een nieuwe animatiefilm zoekt een surrealistische verklaring voor Luis Buñuels rauwe documentaire Las Hurdes, tierra sin pan over Spaanse armoede in de jaren dertig.

Peter de Bruijn

De scherpe provocaties van de grote surrealist Luis Buñuel hebben eeuwigheidswaarde. Zijn eerste – en enige – documentaire Las Hurdes, tierra sin pan (‘Las Hurdes, land zonder brood’, 1933), gaat over het extreem armoedige gebied Las Hurdes in het zuidwesten van Spanje. Op het eerste gezicht is de film van 30 minuten een tamelijk rechtlijnig etnografisch document van een progressieve filmmaker, die armoede en sociale ellende wil aanklagen. Maar al snel begint er bij de kijker iets te knagen.

Het leed van mens en dier stapelt zich wel heel opzichtig op: de huizen hebben „geen ramen of schoorstenen”, bedden zijn „uiterst schaars”. Bessen eten de dorpelingen onrijp op, waardoor ze dysenterie krijgen. Adderbeten leiden steevast tot dodelijke infecties. Brood kennen ze in de dorpen niet. Buñuel komt een ziek meisje tegen dat op straat ligt. Twee dagen later blijkt ze dood te zijn. Geiten behoren tot de schaarse diersoorten die op de armetierige grond kunnen overleven, mits ze niet spontaan van een rots storten. Dodelijke bijenzwermen teisteren ezels en mensen.

De commentaarstem geeft ondertussen onderkoeld, ‘objectief’ commentaar. Dorpelingen worden zonder omhaal getypeerd als ‘achterlijk’. Tot op de dag van vandaag wordt Buñuel ervan beschuldigd dat hij van de inwoners van Las Hurdes een freakshow heeft gemaakt. En niet geheel ten onrechte. De muziek bestaat uit de rijpe klanken van Brahms’ Vierde symfonie . Dat vervreemdende effect onderstreept de kloof tussen de ‘hoge’ cultuur en de alledaagse misère.

Wat ging er in Buñuels hoofd om? Die vraag probeert de Spaans-Nederlandse animatiefilm Buñuel in the Labyrinth of the Turtles te beantwoorden. Regisseur Salvador Simó volgt in de film die deze week uitkomt Buñuel op zijn reis naar het ‘heart of darkness’ van Spanje. Simó zoekt de antwoorden – naar goed surrealistisch recept – in Buñuels jeugdherinneringen en nachtmerries. De suggestie is dat hij zich gaandeweg ontwikkelde van een dolende jongeman die dol was op provoceren om te provoceren tot iemand met oog voor anderen.

Buñuels eigen verklaring is toch beter. Hij was in die jaren net lid geworden van de communistische partij van Spanje. De revolutionaire strekking van zijn film valt moeilijk over het hoofd te zien: kinderen die zonder schoenen naar school moeten krijgen daar als leefregel mee: Respecteer het bezit van anderen. De enige luxe die in Las Hurdes te vinden is, zijn de weelderige kerken, meldt de commentaarstem.

Bij een latere gelegenheid haalde Buñuel Friedrich Engels aan, die criteria formuleerde waaraan een communistische romanschrijver moest voldoen. Die criteria waren volgens Buñuel ook goed op films van toepassing. Hoofdzaak was om de ellende en onrechtvaardigheid op zo’n manier te tonen, dat het burgerlijke publiek zou gaan twijfelen aan haar conventionele opvattingen, zodat „het optimisme wordt verbrijzeld van de burgerlijke wereld, die gedwongen wordt om zich vragen te stellen bij de duurzaamheid van de gevestigde orde”. Om dat doel te bereiken was Buñuel best bereid om zijn beelden nog eens stevig aan te dikken. Dat is radicaal en ontregelend – nog steeds.

Peter de Bruijn is filmrecensent.