Recensie

Recensie Film

Als koptische outcast met lepra met een ezeltje door Egypte

Roadmovie Deze roadmovie over een Egyptisch outcast met lepra is onbevangen, goedmoedig en net geen melodrama. Maar verrast niet.

Beshay, Obama en hun ezeltje Harby in Yomeddine.
Beshay, Obama en hun ezeltje Harby in Yomeddine.
    • Dana Linssen

Niet veel filmmakers worden met hun afstudeerfilm gelijk geselecteerd voor de competitie van Cannes. En toch was dat precies wat de Egyptisch-Oostenrijkse filmmaker A.B. (Abu Bakr) Shawky (1985) vorig jaar overkwam met Yomeddine.

Lees ook het interview met: A.B. (Abu Bakr) Shawky: ‘Amateurs casten, een lepra-patiënt? Ze vonden ons idioten’

De film is geïnspireerd op een korte documentaire die hij eerder maakte over de beruchte leprakolonie Abu Zaabal, even buiten Caïro (The Colony, 2009): de laatste in zijn soort. Yomeddine volgt een veertigjarige man met lepra die na de dood van zijn vrouw met een ezel en weesjongentje Obama naar het zuiden trekt, op zoek naar zijn familie die hem ooit als kind in de kolonie achterliet.

De simpele, road-movie-achtige structuur stelt regisseur Shawky in staat om met zijn amateur-acteurs het leven van alledag te observeren. Met name de opening van de film is sterk in zijn rust, als we hoofdpersoon Beshay op een vuilnisbelt zien scharrelen op zoek naar waardevolle schatten om te verkopen.

Het zijn beelden die niet ongewoon zijn in de zogeheten wereldcinema; tegelijkertijd harde realiteit en liefdevolle metafoor voor de waardigheid van mensen aan de randen van de maatschappij. Beshay is niet alleen een outcast door zijn door lepra aangetaste fysiek, maar ook door zijn geloof. Als koptische christen krijgt hij door geloof én uiterlijk onderweg met dubbele vooroordelen te maken. Hij wordt bestolen en gearresteerd, al blijft de film altijd goedmoedig en net aan de veilige kant van het melodrama.

Die onbevangenheid maakt de film in zijn soort ook weinig opmerkelijk. Yomeddine (‘Dag des Oordeels’ in het Arabisch) werd in de hype-herrie van Cannes lauwwarm ontvangen. Hij geeft ons net iets te veel van wat we al verwachten: een motivatieverhaal in een onverwoestbare beeldtaal (de Argentijnse cameraman draaide eerder American Indie-surprisehit Patti Cake$). In een gewone bioscooprelease komt dat hopelijk beter tot z’n recht.