Wijkagent Jan trok alles en iedereen na

Wie: wijkagent Jan

Kwestie: computervredebreuk   

Waar: rechtbank Lelystad

De Zitting

Voortdurend op je telefoon bezig zijn, velen doen het. Maar de politieman die op de diensttelefoon de ‘opsporingsapp’ raadpleegt, moet iedere klik kunnen verantwoorden. En dat kon wijkagent Jan niet, ondanks ruim dertig jaar ervaring. Tot die conclusie kwam hij zelf pas tijdens het verhoor, vertelt hij, schuldbewust. Hierna wacht hem nog een disciplinair onderzoek. Of Jan bij de politie mag blijven, is niet zeker.

Gedurende ruim twee jaar raadpleegde Jan de ‘Basisvoorziening informatie - Integrale bevraging’ (BVI-IB) op zijn dienst-Samsung maar liefst 6.007 keer. Te pas, maar ook heel vaak te onpas – waarvan 2.500 keer buiten diensttijd. Hij trok de halve buurt na, checkte de nieuwe auto van zijn zwager, keek of een kennis van zijn zoon drugsconnecties had. Zelfs op vakantie in het buitenland voerde hij nog Nederlandse kentekens in, van dure auto’s die hij daar zag. De BVI-IB App opent regionale, nationale en internationale politiedatabases en geeft dus een hogere pakkans.

Jan had het intussen al een poos moeilijk. Hij leed aan een posttraumatisch stressstoornis (PTSS), na incidenten uit 2004 en 2009. Sindsdien sliep hij slecht, soms maar drie uur per nacht. Dat dit PTSS kon zijn, ontdekte hij pas later – hij is in therapie.

En dan had Jan nog op een andere manier pech. Binnen de politie was argwaan gegroeid over een hennepkweker die wel héél eenvoudig de politie een stap voor wist te blijven. Zou er een mol zijn die politieoperaties ‘wegtipte’? De aandacht viel op Jan, die met een verdachte was gezien. De Rijksrecherche tapte zijn telefoon, plaatste een peilbaken onder z’n auto. Zijn bankrekeningen werden gelicht, observatieteams volgden zijn gangen. Op Jan bleek echter niets aan te merken – hij is schoon. Behalve dan dat hij BVI-IB placht te gebruiken alsof het Tinder was, wat juridisch als ‘computervredebreuk’ te kwalificeren is. Zo had het recherche onderzoek toch nog wat opgebracht.

Jan (57) vertelt dat hij het deels deed om te „oefenen”. Hij hield niet van computers en was er ook niet handig in. Hij wilde relevant blijven als politieman. De waarschuwingen dat ‘iedere zoekopdracht wordt gelogd’ herinnert hij zich niet. Hij zocht zonder bijbedoelingen. Een wachtwoord was niet nodig. Dat hij er thuis mee door ging kwam omdat „je agent blijft, ook als je ziek bent. Ik zat te spelen en te oefenen. Bezig zijn met dat ding”.

De officier neemt het zwaar op. BVI-IB raadplegen mag alleen in functie, bij duidelijke noodzaak, met een gegronde reden, uiterst zorgvuldig, nooit om privéredenen of uit nieuwsgierigheid. Jan zocht ook om relationele redenen. Hij checkte vrienden van zijn kinderen, bijvoorbeeld. Of op verzoek van een kennis. Dan was hij de „kritiekloze lakei van een bekende”, met wie hij „vrijpostig informatie deelde”.

Ook de psycholoog vindt dat Jan weloverwogen handelde. Hij ging de grenzen te buiten uit verveling, uit nieuwsgierigheid, uit een persoonlijk belang. Dat Jan ermee stopte toen hij in de gaten kreeg dat hij werd onderzocht, zegt ook wat. De officier eist 120 uur werkstraf, twee maanden voorwaardelijke celstraf en een proeftijd van twee jaar.

Jans advocaat, van de Politiebond, vindt dat deze „politieman in hart en nieren” vast wel iets te verwijten valt, maar niet in strafrechtelijke zin. Computervredebreuk gaat uit van het „doelbewust doorbreken van een beveiliging”, om een systeem wederrechtelijk „binnen te dringen” en wel „tegen de onmiskenbare wil” van de beheerder. Jan was echter bevoegd, doorbrak geen enkele beveiliging, maar logde in als politieman. Hij was weliswaar „losgezongen van de systemen waarin hij zich wilde bekwamen” maar had geen kwade bedoelingen.

De rechtbank veroordeelt Jan twee weken later tot 120 uur taakstraf waarvan 40 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Hij ging de grenzen van zijn autorisatie verre te buiten. Daarmee maakte hij wel degelijk gebruik van een „valse sleutel” in de zin van de wet. Dat hij geen criminele bedoelingen had en geen informatie verkocht, weegt in zijn voordeel.

Correctie (16 april 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd de samenstelling van de rechtbank foutief gegeven als M. Lousberg, C. Booij, M. Kampe. Dat is aangepast.