Staatssecretaris Snel: pure spaarder eerlijker belasten

Belastingen De beloofde nieuwe manier om vermogen te belasten, blijft vooralsnog uit. Staatssecretaris Snel moet nog veel uitzoeken.

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën (D66) op het Binnenhof.
Staatssecretaris Menno Snel van Financiën (D66) op het Binnenhof. Foto ANP

Het kabinet gaat onderzoeken of mensen die alleen spaargeld hebben en geen beleggingen, eerlijker belast kunnen worden. Daarmee moet een gedeeltelijk einde komen aan de als onrechtvaardig ervaren forfaitaire vermogensrendementsheffing, waarbij over vermogens een vastgesteld percentage wordt geheven, ongeacht het werkelijke rendement.

Dat schrijft staatssecretaris Menno Snel (Belastingen, D66) in een brief aan de Tweede Kamer. Het kabinet had in het regeerakkoord beloofd met concrete voorstellen te komen om vermogens (spaargeld, beleggingen) te gaan belasten op basis van reëel rendement in plaats van op basis van een wettelijk vastgesteld fictief rendement. In zijn brief aan de Kamer zegt Snel nu dat hij dat niet gaat halen.

De heffing op fictief rendement werd in 2001 ingevoerd en gepresenteerd als een belangrijke vereenvoudiging van de vermogensbelasting. Aanvankelijk werd ervan uitgegaan dat vermogens in de zogenoemde Box 3 jaarlijks een rendement haalden van 4 procent. Dat rendement werd dan tegen 30 procent belast, wat de feitelijke heffing op 1,2 procent bracht. In werkelijkheid halen met name spaarders die rendementen al jaren niet meer. Onder druk van de lage rentes van de Europese Centrale Bank bieden banken nog nauwelijks spaarrente. De heffing werd aangepast – lage vermogens hoefden minder te betalen, er kwam een hogere vrijstelling – maar geldt nog steeds als onrechtvaardig.

De mogelijke behandeling van de eigen woning als vermogen zorgt ook voor onrust. Lees hier wat het betekent als je huis naar Box 3 verhuist

Volgens het kabinet is een verandering van de vermogensrendementsheffing complexer dan verwacht. Wijziging van die belasting zal onder meer leiden tot meer administratieve lasten voor burgers, het risico op belastingontwijking groeit en de overheid moet accepteren dat de belastinginkomsten meer gaan schommelen. Ook zal een groter deel van de belastingaangifte niet meer vooraf kunnen worden ingevuld.

Zes onderzoeken

Dergelijke wijzigingen durft Snel op korte tot middellange termijn daarom niet aan. In plaats daarvan wil hij de toekomstige fiscale behandeling van vermogens onderdeel maken van een bredere studie naar een nieuw, beter fiscaal stelsel. Daartoe wil hij zes onderzoeken instellen: naar een toekomstbestendige belastingmix; naar belasting van inkomsten uit digitale platforms als Airbnb; naar belasting van inkomsten van directeuren-grootaandeelhouders; naar de toekomst van de vennootschapsbelasting; naar milieubelasting en naar een eenvoudiger stelsel vanuit het perspectief van de fiscus zelf.

Die onderzoeken zullen uiterlijk in 2020 uitkomsten opleveren waarmee een nieuw kabinet het fiscale stelsel kan aanpassen. Net als zijn voorganger Wiebes ziet Snel dus af van grote wijzigingen in deze regeerperiode.

Tegelijkertijd erkent Snel dat voor veel spaarders het belastingtarief nog steeds onrechtvaardig voelt. Daarom wil hij nog voor Prinsjesdag 2019 de mogelijkheden laten onderzoeken om mensen te ontzien die als vermogen uitsluitend spaargeld hebben. Daartoe moeten nog wel wat ‘afbakeningsproblemen’ en ‘ontwijkingsmogelijkheden’ worden opgelost, schrijft Snel. Zo wil hij het aantal mensen dat onder de nieuwe heffing valt verkleinen om uitvoeringsproblemen bij de fiscus voor te zijn. Ook wil hij niet dat mensen die vermogen belegd hebben (en meer rendement kunnen halen), vlak voor vaststelling van de belasting hun beleggingen omzetten in spaartegoed om zo de belasting te ontlopen.