Raad van State bezorgd over stijgende lastendruk voor huishoudens

Overheidsfinanciën In tegenstelling tot wat het kabinet beweert is de lastendruk dit jaar gestegen. Terwijl er financiële ruimte is om dit te veranderen.

Vice-president Thom de Graaf van de Raad van State
Vice-president Thom de Graaf van de Raad van State Foto Remko de Waal/ANP

De Raad van State is bezorgd over de ontwikkeling van de lastendruk. Anders dan kabinet-Rutte III steeds beweert – dat er sinds dit jaar sprake is van lastenverlichting voor huishoudens – constateert het adviesorgaan van de regering dat de collectieve lastendruk juist „relatief hoog” is. Sinds 2015 is de collectieve lastenquote met 2,7 procentpunt gestegen tot 39,6 procent van het bruto binnenlands product.

Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport van de Raad van State over de overheidsfinanciën, dat deze maandag is verschenen. In een toelichting daarop zegt de in november aangetreden vicepresident Thom de Graaf: „Als het even kan, moet je iets doen aan lastendruk.” De relatief hoge lastenstijging in de recente jaren kan volgens de Raad „het consumentenvertrouwen negatief beïnvloeden”.

Volgens het adviesorgaan van de regering is er financiële ruimte op de begroting om iets aan de lastenontwikkeling te doen. Het begrotingsoverschot bedraagt dit jaar volgens de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) 1,2 procent, oftewel zo’n 9 miljard euro. Die ruimte zou voor drie zaken moeten worden ingezet, aldus de Raad van State: buffers opbouwen om toekomstige economische tegenslagen te kunnen opvangen, het werken aan „economische structuurversterking”, bijvoorbeeld op het gebied van pensioenen, de arbeidsmarkt en het belastingstelsel en „kijken naar de (collectieve) lastendruk”.

Goochelen met lastenverlichting

In dezelfde toelichting op de jaarlijkse rapportage pleitte staatsraad Richard van Zwol voor een eerlijker beeld van lastenontwikkeling. Het kabinet schermt steeds met lastenverlagingen en stijging van koopkracht, terwijl de macro-economische cijfers van zowel het CPB als het Centraal Bureau voor de Statistiek juist een stijging van de lasten laten zien. Van Zwol, voormalig topambtenaar op het ministerie van Financiën, vindt dat de politiek en de media te veel „goochelen” met verschillende begrippen als ‘koopkracht’, ‘beleidsmatige lastenontwikkeling’ en ‘lastenkaders’.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: De Raad van State, het juridisch geweten van de regering
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

Van Zwol: „Volgens mij maken we elkaar gek als we elke dag op basis van steeds een ander begrip iets gaan zeggen over koopkracht. Onze oproep is: probeer wat minder hijgerig op dagbasis hiernaar te kijken. Kijk vooral naar de meerjarige ontwikkeling en probeer een beetje rust te creëren.”

De recente stijging van de collectieve lastenontwikkeling, van 35 procent bbp in 2005 tot 39,6 procent dit jaar, komt volgens het CPB voor meer dan helft, zo’n 55 procent, voor de rekening van gezinnen. Vergeleken met andere EU-lidstaten behoort Nederland tot de middenmoot. Volgens cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat was de collectieve lastendruk in 2017 in Frankrijk het hoogst, met 46,5 procent. Nederland scoorde toen 38,8 procent. In Ierland liggen de lasten met 23 procent het laagst.