Ajax staat op de grens van het ondenkbare

Juventus-Ajax Ajax kan zich deze dinsdag, ten koste van Juventus, bij de beste vier van Europa scharen. Dit zou horen tot de grootste prestaties van een Nederlandse club ooit.

Van links naar rechts: Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong, Daley Sinkgraven, Kasper Dolberg en Donny van de Beek maandagavond in Turijn tijdens een training.
Van links naar rechts: Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong, Daley Sinkgraven, Kasper Dolberg en Donny van de Beek maandagavond in Turijn tijdens een training. Foto ANP/Olaf Kraak

Dat ene zinnetje ergerde hem nog het meest: ‘Het is niet meer realistisch.’ Nederland was ermee besmet, zo voelde Wim Jonk dat. De pessimisten waren aan het winnen, het Nederlands voetbal stelde volgens velen nog maar weinig voor.

En Ajax? Ach, Ajax, Dat zou toch nooit meer echt wat worden.

Twee jaar geleden gaf hij een interview aan NRC. Ajax had zojuist onder trainer Peter Bosz de finale van de Europa League bereikt. Wim Jonk was als hoofd jeugdopleiding ruim een jaar eerder op straat gezet, na oplopende conflicten in de technische leiding. Dat laatste was voor Johan Cruijff zelf, de leider van de omwenteling van de club sinds 2010, aanleiding om drie maanden voor zijn dood zijn handen af te trekken van Ajax.

Jonk was Cruijffs trouwste bondgenoot en nauwste geestverwant. De zon brak door in voetballand en de vraag drong zich op of hij het misschien zo gek niet had gezien, die Cruijff met zijn Ajax-plannen. „Voor ons was het nooit een vraag”, zei Jonk. „Met eigen jeugd, aanvallend voetbal met principes van Cruijff die we trainbaar hebben gemaakt. Op die manier moet je succes hebben.”

Een terugkeer, structureel, in de top van Europa was nooit realistisch. Wel aanhaken, opdat uitschieters met enige regelmaat voorkomen. Ajax speelt dinsdagavond tegen Juventus met een elftal dat mondiaal de aandacht trekt. Twee jaar na het bereiken van de Europa League-finale, het Europese zijaltaar, staat Ajax met trainer Erik ten Hag op de drempel van het ondenkbare: de halve finales van de Champions League.

Lees ook: ‘Golden Boy’ De Ligt en de vrijage van Juventus met een toptalent

Vrijwel altijd waren het dit decennium de rijkste tien clubs die de halvefinaleplekken verdeelden. Ajax valt al enige tijd buiten top dertig van rijkste Europese clubs, maar keert er met de recordomzet van dit seizoen wel in terug. Dus ja: de cup winnen nog zo recent als in 1995 was iets speciaals, ongeëvenaard. Daarna ook meteen weer de finale, in 1996, tegen Juventus. Maar gezien de verhoudingen nu in de Europese top mag het bereiken, 23 jaar later, van de laatste vier bezien worden als een prestatie die daar weinig voor onderdoet.

Doelman Van der Sar komt aangesneld om Edgar Davids te troosten die ontsteld reageert nadat hij de eerste van de serie strafschoppen miste.

Foto Vreeker, Kluiters

Ten Hag, de trainer die dit allemaal bewerkstelligt, wilde daar niet aan. Althans: hij laat de historische weging „aan de experts”. „We zetten telkens nieuwe mijlpalen”, zei hij op de persconferentie in het Juventus-stadion in Turijn. „Je zou het niet verwachten, aan het begin van het seizoen, dat we tussen deze giganten zouden staan. Het team heeft zich dermate ontwikkeld, een zelfbewustijn ontwikkeld, dat we ons kunnen meten met ze. Zo zullen we ook aantreden.”

Exceptioneel

Ajax staat voor iets exceptioneels dinsdagavond in Turijn, in de return voor de kwartfinale. De opwindende heenwedstrijd in de Johan Cruijff Arena werd niet schadevrij doorstaan. Juventus scoorde, via Cristiano Ronaldo. Het werd 1-1. Ajax moet winnen of met hogere cijfers gelijkspelen. Het maakt de doortocht alvast onwaarschijnlijk, maar laat niemand zeggen dat het niet realistisch is.

Niemand in Europa – niet Bayern München, niet Real Madrid en niet Juventus in Amsterdam – kreeg nog grip op Ajax’ aanvalslust. Nooit echt. Dus: er is een kans. Ajax kan, gemeten naar investering in selectie en salarissen, de kleinste halvefinalist in de Champions League worden sinds Villarreal in 2006. Dat was een andere tijd nog: de vergrendeling door de superclubs was nog niet compleet, PSV was nog vlak bij de finale geweest in 2005. In 2004 won FC Porto de finale van AS Monaco, nadat het Deportivo La Coruña had uitgeschakeld in de halve finales. Zo’n mozaïek van subtoppers in de hoogste kringen van de het Europese toernooivoetbal is nu onbestaanbaar.

Oligarchen en oliesjeiks

Oligarchen en oliesjeiks stortten zich op het spelletje, vooral in de Engelse Premier League. In Spanje stuwden rivalen FC Barcelona en Real Madrid elkaar tot grote hoogten, onder impuls van tv-gelden en sponsorcontracten en een prestigestrijd tussen beurtelings de beste spelers ter wereld: Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. In Duitsland liep Bayern München weg. In Italië trok Juventus zich op uit het moeras van schandaal, met een ongenadige dominantie vanaf 2011. Met Ronaldo hoopt Juve weer de Champions League te winnen.

Lees ook dit interview met Marc Overmars: ‘Bij Ajax kan je niet bouwen aan de lange termijn. Daar heb ik vrede mee’

Terwijl de Europese bovenlaag zich financieel en dus ook sportief losweekte, ergerde Johan Cruijff zich aan het niveau van zijn gemarginaliseerde Ajax. Via zijn columns in De Telegraaf opende hij in september 2010, na een kansloze afgang in Madrid, de aanval. Later wierp hij het bestuur omver, zette vertrouwelingen op sleutelposities en wierp weer een bestuur omver nadat dit achter zijn rug om Louis van Gaal had benoemd tot directeur. Dat ging niet door.

Het was allemaal niet fraai, die tijd, maar misschien moest het zo zijn. Is het beleid, een Frenkie de Jong, zo kalm aan de bal en zo snel in beweging? Het overkomt je. Maar je moet er wel bij zijn als hij kiest waar hij zijn talenten ontplooit. En dat er onder de rook van de Amsterdam Arena iemand opgroeide die op zijn negentiende Europa’s meest begeerde centrumverdediger is, ook dat is in zekere zin een speling van het lot.

Waren ze zonder Cruijffs ‘revolutie’ er minder snel klaar voor geweest? „Dat is een discussie waar je niet in verzeild moet raken”, zei Jonk. „Ik ben blij dat ze zo ver zijn.”

Politieoptreden pagina 11Matthijs de Ligt pagina E11