In de stress uit angst voor schulden

Huishoudboekje Stress over geld belemmert het functioneren van een groep mensen die toch al financieel kwetsbaar zijn. Landelijke maatregelen blijven uit. De gemeente Utrecht biedt nu extra hulp om schulden te voorkomen.

Gevaar zit vaak in een klein hoekje. Aanstormende auto’s, een kokendhete pan. Onze hersenen interpreteren zulke situaties als alarmerend, waardoor de productie van adrenaline onmiddellijk op gang wordt gebracht. Dat zorgt ervoor dat je lichaam in opperste staat van paraatheid verkeert: fight, flight, fright. Net zolang tot het gevaar is geweken.

Zoiets gebeurt allemaal binnen enkele seconden. Je springt nét opzij voor een langsrazende auto, trekt je hand snel terug van een hete pan.

Bij financiële problemen ligt dat ingewikkelder. Een groeiende stapel rekeningen, een incassobureau aan de deur – onze hersenen merken ook dat als gevaar aan. Maar anders dan bij een hete pan gaat dit vaak om een langdurige dreiging. Adrenaline en stresshormonen blijven daardoor pieken, het systeem ontspoort. Met geheugenproblemen, concentratieproblemen en hypergevoeligheid voor gevaar tot gevolg.

Iemand met financiële stress blíjft gevaren zien, het stresssysteem blijft actief. En dat beïnvloedt je functioneren op den duur negatief. Niet vechten of vluchten, maar bevriezen.

Was ons stresssysteem ooit alleen voor fysieke noodgevallen bedoeld, inmiddels wordt het ook geprikkeld door psychische en sociale omstandigheden, waaronder armoede en schulden. En dat bezorgt veel mensen chronische stress, waar hun opleiding, carrière of gezinsleven weer onder lijden.

Ingewikkeld systeem

Voor de Utrechtse Tamara Verhoef (31) is het herkenbaar. Nadat ze succesvol een schuldhulpverleningstraject afsloot, kreeg ze de financiële touwtjes weer zelf in handen. Maar uit angst opnieuw schulden te maken bleef ze zich permanent onrustig en gestresst voelen.

Onze maatschappij is voor een groep mensen te ingewikkeld geworden, zegt Nadja Jungmann, lector schulden aan de Hogeschool Utrecht. De afgelopen jaren deed ze onderzoek naar de gevolgen van chronische financiële stress op het ‘doe-vermogen’ van burgers, de mate waarin ze (financieel) zelfredzaam zijn.

„Waar we binnen de schuldhulpverlening eerst alleen onderscheid maakten tussen niet-willers en niet-kunners, is daar nu de groep niet-lukkers bijgekomen. Mensen die financieel zelfredzaam willen zijn en die de cognitieve vermogens daartoe hebben, maar bij wie het gewoonweg niet lukt.”

Dat ‘niet lukken’ zit hem vooral in de vele verschillende geldstromen, met name bij lage inkomens. Uitkering, diverse losse werkgevers, allerhande toeslagen, verzekeringspremies, aftrekposten. Dit wordt ook wel ‘de paradox van de lage inkomens’ genoemd: hoe lager je inkomen, hoe meer verschillende inkomstenbronnen je hebt. Daar komt bij dat die bronnen op verschillende dagen uitbetalen, en dat vorderingen soms direct geïncasseerd mogen worden. Het gevolg: financiële stress.

Het is dan makkelijk om het overzicht te verliezen. Jungmann: „Stel dat je in ploegendienst werkt, je draagt zorg voor de kinderen en je moet plots een onverwachte uitgave doen. Een kind heeft nieuwe schoenen nodig en die zijn twee tientjes duurder dan gedacht. Op zo’n moment ben je niet bezig met je energierekening over drie weken. Terwijl een verschil van 20 euro bij lage inkomens al kan zorgen voor problemen aan het einde van de maand.”

Volgens Jungmann zijn er twee opties om dit proces voor mensen te versimpelen: een landelijke, systematische aanpak waarbij toeslagen voortaan via één kanaal geregeld worden, of kleinere lapmiddelen door gemeenten, zoals budgetcoaching. Omdat het kabinet ervoor kiest de systematiek van toeslagen niet aan te passen, ziet ze dat gemeenten gedwongen zijn tot het tweede: lappen.

Armoede is een grote risicofactor voor gezondheid; zeer rijke mensen leven bijna 7,5 jaar langer dan zeer arme. Zwaar werk, geldgebrek en chronische stress eisen hun tol.

Bijtijds hulp

„Mensen durven vaak niet te vertellen dat ze het financieel moeilijk hebben”, zegt de Utrechtse wethouder Linda Voortman (Werk en Inkomen, GroenLinks). „Ze vragen pas hulp als het te laat is. Gemiddeld hebben ze dan al 42.000 euro schuld bij dertien verschillende schuldeisers. Het kost vaak een ton om iemand weer uit de schuldhulpverlening te krijgen.”

Gemeenten proberen armoede daarom in een vroeger stadium te signaleren, onder andere door inzet van buurtteams en budgetcoaches. De gemeente Utrecht maakte onlangs bekend dat ze, bovenop het huidige budget van 25 miljoen euro, 6 miljoen euro extra gaat uittrekken voor maatregelen die schulden moeten voorkomen.

Onderdeel van de plannen is het ‘huishoudboekje’ – een website die overzicht moet geven in de financiële wirwar. Inkomsten van deelnemers aan het project worden automatisch op de aparte rekening van het huishoudboekje gestort, dat vervolgens zorgt dat de hogere vaste lasten als huur, gas, elektra en water en zorgpremies worden betaald. Het restant vloeit, in wekelijkse of maandelijkse bedragen, naar de rekening van de deelnemer. Daarvan doen deelnemers boodschappen en betalen ze uitgaven als telefoonrekeningen of kleine verzekeringen. Meedoen is vrijwillig en deelnemers kunnen op ieder moment stoppen. Want het huishoudboekje is, in tegenstelling tot de schuldhulpverlening, niet bedoeld om schulden op te lossen, maar ze te voorkomen.

Verhoef is een van de deelnemers aan het Utrechtse huishoudboekje. Nadat ze het schuldhulpverleningstraject had afgerond, vond ze een baan als zwemjuf. Maar in de financiële afwikkeling met het UWV – haar nieuwe inkomen moest verrekend worden met haar uitkering – raakte ze opnieuw het overzicht kwijt. De angst voor schulden drukte zwaar op haar. „Ik voelde dat het wéér misging en dat het me zelf niet ging lukken overzicht te houden. Dat heb ik aangekaart bij de gemeente, die me op het huishoudboekje wees.”

Dat het huishoudboekje vrijwillig is en de gemeente niet actief deelnemers werft, zien Jungmann en Voortman als een meerwaarde. Wie deelneemt, is ook echt bereid financieel de boel op orde te krijgen. Maar, benadrukt Voortman, het is niet de bedoeling dat hiermee de aandacht voor het onderliggende probleem – de complexiteit van het toeslagenstelsel – verdwijnt. Ook Jungmann ziet het huishoudboekje als een goede, maar tijdelijke optie. „Het huishoudboekje neemt stress weg, maar de ingewikkelde systematiek blijft bestaan.”

Of het huishoudboekje ook op grotere schaal werkt, moet zich het komend jaar bewijzen. Het project wordt dan uitgebreid van twintig naar driehonderd deelnemers.