Opinie

Een nieuwe overwinning voor homo’s in Libanon

In Brunei staat op homoseksuele relaties voortaan de dood. Carolien Roelants zag dat rechters in Libanon juist een liberalere interpretatie kiezen.

Dwars

Ik heb Brunei op deze plaats al eens op de korrel genomen, of liever onze (oud-)koningin, die er in 2013 samen met de toenmalige kroonprins op bezoek ging. Dat homoseksuelen er nu mogen worden doodgestenigd, zou u niet moeten verbazen. Toen al was Brunei één en al schending van mensenrechten, inclusief tien jaar gevangenisstraf voor homoseksuele activiteit. Onder een sultan – Hassanal Bolkiah – die volgens zijn grondwet „noch in zijn persoonlijke noch in zijn officiële capaciteit iets verkeerd kan doen”. Hij wil nu ook niet van enige kritiek op zijn bloedige besluiten weten: „De sultan verwacht niet dat andere mensen het ermee eens zijn, het is genoeg als ze de natie respecteren op dezelfde manier als zij hen respecteert.”

Wat u misschien niet wist: in Brunei en nog zo’n veertig andere landen over de hele wereld is de strafbaarheid van homoseksuele activiteit een eind 19de-eeuwse erfenis van de Britse koloniale bestuurders. Het had alles te maken met de victoriaanse preutsheid uit die tijd, en niets met de shari’a, die sultan Bolkiah nu toepast. Vorig jaar sprak premier May nog haar officiële treurnis uit over Londens homofobe nalatenschap.

Goed. Dit was de opmaat naar een nieuwe overwinning voor homoseksuele mannen en vrouwen in Libanon, waar de hoogste militaire aanklager onlangs vrijspraak vroeg voor vier militairen die van sodomie waren beschuldigd. Onder artikel 534 van de strafwet zijn „tegennatuurlijke” seksuele betrekkingen verboden, op straffe van maximaal een jaar gevangenis. Maar de aanklager voerde aan dat de wet niet aangeeft welke seksuele activiteit tegennatuurlijk is. De rechters volgden hem.

Het is niet de eerste keer dat Libanese rechters deze wet liberaal interpreteren. Vorig jaar juli bevestigde een hof van beroep de vrijspraak van negen mensen die wegens homoseksuele relaties werden vervolgd. Dat hof stelde dat de bewuste wet „niet bedoelde homoseksualiteit te criminaliseren, maar eerder schending van de publieke zeden”.

Met al die rechterlijke uitspraken zou u misschien verwachten dat het parlement nu ook wel in actie zal komen. Maar zo progressief is Libanon ook weer niet. De bond van sunnitische schriftgeleerden keerde zich metéén tegen de uitspraak van de militaire rechters: die moedigde onzedelijkheid aan. Ook uit shi’itische en christelijke hoek werden dergelijke uitspraken verwacht. Volgens een peiling van het Amerikaanse opiniebureau Pew vindt 80 procent van de Libanezen homoseksualiteit niks. De peiling stamt uit 2013, maar ik denk niet dat de standpunten in de tussentijd ingrijpend zijn veranderd.

In ongeveer tachtig landen in de wereld is homoseksuele activiteit op de een of andere manier strafbaar. Van die Libanese één jaar cel tot en met de dood, zoals nu Brunei. In het Midden-Oosten, om me daartoe te bepalen, is dat laatste ook in Iran, Saoedi-Arabië, Verenigde Arabische Emiraten en Qatar het geval. Bahrein, Israël, Irak en Jordanië zijn de enige Midden-Oosterse landen waar homoseksuele activiteit níét is verboden. Maar dat klinkt beter dan het in de praktijk is. In Irak bijvoorbeeld is de strafbaarheid in 2003 onder toezicht van de Amerikaanse bezetters afgeschaft, maar milities gingen vervolgens op homojacht.

De conservatieve wind die er door het Midden-Oosten waait helpt ook al niet. In de vijf jaar die de in het Westen zo geliefde Sisi in Egypte aan de macht is, is het aantal arrestaties van homoseksuele mannen en vrouwen vervijfvoudigd, aldus Human Rights Watch. Nee, veel beter dan nu in Libanon wordt het voorlopig niet.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.