Recensie

Recensie Muziek

De vergrijzing van Teenage Fanclub is gelukkig nog niet compleet

Pop De leden van Teenage Fanclub transformeerden sinds de jaren negentig van luidruchtige slackers tot ultieme normalo’s. Maar de Schotse gitaarband kan nog steeds scheuren.

De band Teenage Fanclub. Van links naar rechts: Euros Childs, Norman Blake, Raymond McGinley, Francis MacDonald en Dave McGowan
De band Teenage Fanclub. Van links naar rechts: Euros Childs, Norman Blake, Raymond McGinley, Francis MacDonald en Dave McGowan Foto Donald Milne
    • Frank Provoost

Zo kan het dus ook. Exact vijfentwintig jaar en negen dagen na de dood van Kurt Cobain laat Teenage Fanclub in de Amsterdamse concertzaal Paradiso zien hoe je de donkere grungedagen uit de jaren negentig wél kan overleven.

Toegegeven: dat is even schrikken. Neem zanger-gitarist Norman Blake. Ooit was hij de Kurt Cobain van Schotland: hij ragde op dezelfde scheurgitaar (Fender Mustang) terwijl zijn lange oranje haren tijdens het headbangen heen en weer zwiepten. Tegenwoordig heeft hij een keurige scheiding en een grijze lok tot ver boven zijn brillenglazen. In zijn blauwgestreepte wollen truitje lijkt hij meer op een lieve leraar maatschappijleer dan op een rockheld. Zo gedraagt hij zich ook, bijvoorbeeld als hij zijn blikje bier netjes uitschenkt in een plastic bekertje en na ieder applaus bemoedigend zijn duim opsteekt naar de zaal, alsof hij stomverbaasd is dat iedereen is blijven staan. Van gitarist en partner in crime Raymond McGinley zijn zowat alle wilde haren uitgevallen. Hij zou zomaar conciërge kunnen zijn.

Radiovriendelijk

Ziehier het offer dat de bandleden kennelijk hebben moeten brengen: van lamlendige en luidruchtige slackers zijn ze getransformeerd tot de ultieme normalo’s. Geeft verder niks hoor, want het goede nieuws is: ze kunnen nog steeds scheuren.

Vergeleken met de bijtende grunge van Nirvana klinkt de altorock van Teenage Fanclub uitermate optimistisch en radiovriendelijk. Het handelsmerk: slome, maar heerlijk wiegende liedjes, volgepompt met distortiongitaren, waarover meerstemmige en mierzoete melodieën worden gezongen (en dus niet geschreeuwd). Heel soms, als alle vijf bandleden inhaken voor close harmony wordt dat een tikkie te gezapig, en lijkt het alsof je naar The Eagles staat te kijken.

Maar gelukkig: zodra ‘Everything Flows’ klinkt, blijkt dat de band nog niet compleet is vergrijsd. Tijdens ‘The Concept’ snap je waarom Cobain ze ooit „de beste band ter wereld” noemde. En dat Blake inmiddels noodgedwongen de regel „says she likes my hair ‘cause it’s down my back” moet liegen, dat is hem vergeven.