Dit staat Anneke van Zanen te wachten als nieuwe voorzitter van NOC*NSF

Nieuwe voorzitter NOC*NSF De grotere sportbonden weten precies wat Anneke van Zanen, de nieuwe voorzitter van NOC*NSF, te doen staat.

De nieuw verkozen voorzitter Anneke van Zanen tijdens de extra algemene vergadering van NOC*NSF, waar ze werd voorgedragen.
De nieuw verkozen voorzitter Anneke van Zanen tijdens de extra algemene vergadering van NOC*NSF, waar ze werd voorgedragen. Foto Bas Czerwinski/ANP

Bij NOC*NSF gaat het nodige veranderen. Exit voorzitter André Bolhuis, welkom Anneke van Zanen, de gewenste vrouw die de sportkoepel moet gaan moderniseren. Althans, dat is de wens van aangesloten sportbonden. Maar hoe? Daarover verschillen de meningen.

Over één onderwerp bestaat wél consensus: de benoeming van Van Zanen (55), voormalig penningmeester van NOC*NSF en met een arbeidsverleden als plaatsvervangend secretaris-generaal op het ministerie van Jusititie, directeur Algemene Rekenkamer en laatst bestuursvoorzitter van Baker Tilly accountants. Zij werd maandagavond op een extra algemene ledenvergadering op sportcentrum Papendal in Arnhem unaniem tot zestiende voorzitter van NOC*NSF gekozen.

Van Zanens prioriteiten de komende vier jaar zijn te categoriseren in vier aandachtspunten: een toekomstvisie, de relatie met de overheid, de interne organisatie van NOC*NSF en de internationale positionering van sportland Nederland.

Toekomstvisie

NOC*NSF moet ertoe doen. Geen miskleunen meer als de kandidatuur voor Europese Spelen (2019), waarna de relatie tussen Bolhuis en de toenmalige minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), verstoord raakte. Liever een herintroductie van het Olympisch Plan, waarin NOC*NSF met bonden en ministerie een gezamenlijke ambitie nastreeft, zoals Theo Fledderus, directeur van de hippische sportbond KNHS, bepleit.

Fledderus ziet Van Zanen ook graag de bonden bezoeken. „Om meer samen te werken, helpen moderniseren en niet ieder z’n subsidietje te laten aanvragen.” De hockeybond vindt dat de koepel zijn rol duidelijker moet afbakenen. Directeur Erik Gerritsen: „NOC*NSF moet zich als een brancheorganisatie van de georganiseerde sport opstellen. Zij moet de bonden versterken, zoals wij dat doen bij onze verenigingen.”

Van Patrice Assendelft, directeur van de motorsportbond KNMV, mag het wel een tikje moderner, slagvaardiger en vooral pro-actiever. „Er bestaat nog veel oud denken. Die stroperigheid staat ontwikkelingen in de weg. Hoe organiseer je de achterban en wat zijn de wensen van de consument? Dat vereist een verandering in denken. Bij de KNMV fungeert het bestuur als een raad van toezicht en hebben we een actieve ledenraad. Daar moet NOC*NSF ook naar toe.”

Een soortgelijk geluid laat Marcel Wintels horen, voorzitter van de wielrenunie KNWU. „Maar het conservatisme staat het innovatief vermogen van NOC*NSF nog weleens in de weg”, constateert hij. „Ook wij bonden denken nog veel vanuit het ledenbelang, terwijl de wereld om ons heen verandert. De luiken moeten open. Meer aandacht voor sport en bewegen, graag.”

Tjark de Lange, voorzitter van het handbalverbond, zou willen dat NOC*NSF niet langer het primaat van de topsport claimt. „Het is kort door de bocht, maar ik heb het gevoel dat NOC*NSF redeneert: wij doen aan topsport en jullie bonden zijn er voor de breedtesport. Onwaar, want bonden doen ook aan topsport.”

Lees ook het profiel van Anne van Zanen: een deskundige ‘powervrouw’ met lef

Relatie overheid

„Weg met de scherpe verhouding met het ministerie van VWS , want de relatie van NOC*NSF met de overheid moet op en top zijn”, stelt Wintels. „Stoppen met armpje drukken”, zegt Fledderus. Komt wel goed, veronderstelt De Lange, die wijst op de werkervaring van Van Zanen op ministeries en bij overheidsinstanties. Maar hij verlangt wel een grotere financiële bijdrage van de overheid. „Omdat het oranje shirt van Nederland is, van ons allemaal. Als nationale teams presteren, staan we op de banken. Dan is het toch fair en redelijk om dat deels te bekostigen?”

In dat verlengde is Huub Stammes, directeur van de judobond, uitgesprokener. Hij ziet het als een voorname taak van NOC*NSF meer geld voor de sport op te eisen. „Nog geen half procent [410 miljoen euro] van de VWS-begroting gaat naar sport. Dat is peanuts. Vertaal het vrijwilligerswerk in loonkosten en je beseft dat sport een buitengewone efficiënte sector is, die door de overheid zwaar wordt onderbetaald, helemaal gezien de maatschappelijke impact.”

Interne organisatie/TeamNL

Wintels heeft soms het gevoel met een ministerie in plaats van een serviceorganisatie van doen te hebben. „Neem de financieringsstromen van NOC*NSF. Je moet welhaast een jurist en econometrist ineen zijn om die te snappen.” Stammes voegt daaraan toe dat de overhead zijns inziens te sterk groeit. „Er zijn zo’n 140 werkplekken bij NOC*NSF. Dat vind ik nogal wat, wetende dat juist bonden extra capaciteit nodig hebben.”

Grote zorgen bestaan bij de bonden over TeamNL, de bundeling van sporters, dat (nog) niet het verwachte schip met geld binnenbrengt. Een fiasco? Zo sterk willen de bonden het niet uitdrukken, mede vanwege hun eigen belang. Zij hebben marketingrechten overgeheveld naar TeamNL. Het probleem is dat de sponsoring sterk achterblijft bij de verwachtingen. Wat Stammes tot de conclusie brengt „om TeamNL na de Olympische Spelen van Tokio – en niet eerder – goed te evalueren”.

Internationale positie

Voor de bonden is het vanzelfsprekend dat Van Zanen de belangen van Nederland over de grenzen stevig behartigt. Meer invloed binnen het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en de geesten weer rijp maken voor een nieuw Nederlands IOC-lid. Fledderus: „Nederland is een toptien-land, daar hoort een IOC-lid bij.” Assendelft: „Wie aan tafel zit, heeft invloed.”

En hoe zit dat met een lang gekoesterde wens de Olympische Spelen naar Nederland te halen? Daarover zijn de bonden eensgezind: na de nodige mislukkingen even een pas op de plaats. Eerst draagvlak creëren, dan eventueel een plan. Of zoals Wintels het uitdrukt: „It’s all about timing.”