Brieven

Baudetiaans Latijn als doekje voor het bloeden

Lichtelijk geamuseerd nam ik kennis van de fantasienamen waarmee nieuwe onderwijsvormen leerlingen willen trekken (Elke school heeft nu zijn eigen concept, 11/4). Een van die vormen heet ‘Agora’. Dat is correct Grieks, maar betekent plein. Is de speelplaats hier de belangrijkste leeromgeving?

Het ‘technasium’ gaat in zijn hybride naamgeving duidelijk de concurrentie aan met het echte gymnasium. In minder potjesgrieks zou het ‘techneion’ moeten zijn, maar dat woord komt niet voor. Op een bepaalde school worden extra begaafde leerlingen in de stroom ‘ingenium’ gezet.

Dat kan er wel mee door, maar 10- tot 14-jarigen te vangen onder de naam ‘novium’, nieuwsel, klinkt niet erg respectvol. Praktisch ingestelde leerlingen zitten in het ‘technium’, een ‘verlatijnsing’ van het niet bestaande ‘techneion’. En je zult maar als zangsel, ‘cantium’ worden betiteld wanneer je muziek wilt maken. ‘Beweegsel’, movium, tenslotte, is puur baudetiaans Latijn.

Het is waar wat Gerrit Witse in Camera Obscura in het zweetkamertje in Universiteit Leiden zegt als zijn vriend opmerkt dat het artsexamen gelukkig in het Latijn is. „Dat is een geluk! Ik wou niet dat het in ’t Hollandsch was; een stommigheid in ’t Hollandsch is zoo dubbel stom.”


classicus