Profiel

Profiel presidentieel echtpaar Nicaragua

Afgedreven van hun eigen linkse revolutie in Nicaragua

Al een jaar slaan de oude linkse leider Daniel Ortega en zijn vrouw én vicepresident Rosario Murillo in Nicaragua protesten tegen hun bewind hard neer.

Ze delen de macht, een huwelijk en een geheim. Daniel Ortega (73) en Rosario Murillo (67) zijn niet alleen president en vicepresident van Nicaragua. Ze zijn dus ook getrouwd, sinds 1978. En toen Ortega in 1998 door zijn stiefdochter Zoilamérica van jarenlang misbruik werd beschuldigd, koos Rosario niet de kant van haar kind, maar van haar echtgenoot. In ruil voor die loyaliteit laat hij haar al jaren meeregeren.

Het presidentiële echtpaar wordt nog verder in elkaars armen gedreven nu hun regime al een jaar wordt uitgedaagd door breed maatschappelijk protest. Aanleiding voor de eerste betogingen waren een pensioenhervorming en een bosbrand in een natuurpark. Maar nadat het regime de demonstraties met harde hand uiteen had geslagen, keerde de onrust zich tegen het autoritaire machtspaar zelf. Deze week wordt de eerste verjaardag van de revolte herdacht met nieuwe protesten.

Tijdens de Koude Oorlog wekte Ortega nog wereldwijd linkse sympathie. De guerrilla van het Sandinistisch Bevrijdingsfront (FSLN) bracht in 1979 de rechtse, pro-Amerikaanse Somoza’s ten val, die Nicaragua decennia bestierd hadden als hun eigen familieplantage. Veertig jaar later krijgt de ex-guerrillero het verwijt zelf een nieuwe dynastie te willen vestigen.

Het regime sloeg de protesten vorig jaar met grof geweld neer, met honderden burgerdoden en tienduizenden vluchtelingen als gevolg. Een ‘nationale dialoog’ met oppositie, kerk en bedrijfsleven om uit deze impasse te geraken, leverde niks op. Ortega weigert politieke gevangenen vrij te laten en vervroegde verkiezingen uit te schrijven – de minimumeisen van de betogers.

Bunkermentaliteit na celstraf

Ook de eerste keer dat hij het Midden-Amerikaanse land regeerde, vertoonde Ortega autoritaire trekjes. Na hun revolutie vormden de sandinisten eerst een meerkoppige ‘regering van nationale wederopbouw’. Maar daarbinnen trok de ambitieuze dertiger Ortega als ‘coördinator’ de macht naar zich toe. Bij verkiezingen in 1985 werd hij gekozen tot president van het land. In die rol ging El Comandante steeds meer zijn eigen weg en veel medestrijders keerden zich van hem af.

Gioconda Belli, de bekendste schrijfster van het land, was een van die sandinistische dissidenten. Ze heeft Ortega in die roerige jaren goed leren kennen en verwierf in 1988 wereldfaam door in De bewoonde vrouw een boekje open te doen over het machismo binnen het FSLN. „Daniel heeft een sterke bunkermentaliteit, een gevolg van de jaren dat hij onder de Somoza’s zeven jaar in de cel zat”, vertelt ze tijdens een bezoek aan Nederland.

Belli: „Hij heeft een duister, naar binnen gekeerd karakter en is geobsedeerd door de macht. Hij had nooit een normale baan, kent niets anders dan de politiek. Weet niet wat een normaal leven is. Had hij maar een hobby, speelde hij maar golf of ging hij maar vissen.”

Rosario Murillo, een dichteres die binnen het FSLN opklom met haar poëzie tegen de Somoza’s, voedt Ortega’s zwaktes, meent Belli. „Ze is een even complex en treurig persoon als Daniel. Dat ze hem het misbruik van haar dochter vergaf om deze macht te verwerven …”

In Nicaragua wordt Murillo vaak een ‘heks’ genoemd, die het land betoverd zou hebben. Haar árboles de la vida, metershoge ijzeren ‘levensbomen’ die ze liet neerzetten, werden bij protesten bij bosjes neergehaald. Het stel spreekt nooit met de pers, maar communiceert via slogans op reclameborden. Dichteres Murillo dicteert die regeringspropaganda: een vreemde mengeling van katholicisme en newage-achtige esoterie. „Haar manipulatieve taalgebruik is het orwelliaans voorbij”, stelt Belli. „Zij was het die Ortega in een wit pak stak en hem overtuigde ook met haar te trouwen voor de kerk. Het gaat bij haar altijd over liefde, vrede, verzoening. Tegelijkertijd slaan ze elk protest of kritiek keihard neer.”

Linkse retoriek, neoliberaal beleid

Een verklaring dat Ortega zo vurig vasthoudt aan de macht, is dat hij deze al eens gedwongen verloor. De sandinisten werden door Washington in de jaren tachtig op alle mogelijke manieren tegengewerkt. De Verenigde Staten stortten het land in een bloedige burgeroorlog door de Contra’s te steunen. Deze rechtse strijders saboteerden met grof geweld de sociale projecten van het FSLN en moordden hele dorpen uit.

In 1990 verloor Ortega de verkiezingen van een door de VS gesteund oppositieblok. Het verjagen van de Somoza’s, de verbetering van de zorg, de alfabetiseringscampagnes, het uitdelen van grond aan kleine boeren: alle verworvenheden van de revolutie wogen niet meer op tegen de economische crisis die werd veroorzaakt door de handelsblokkade en Contra-oorlog van de Amerikanen. Nicaragua was murw gebeukt en wilde rust.

Ortega legde zich hier nooit bij neer. Drie verkiezingen op rij deed hij een vergeefse gooi naar de macht. Eind 2006 lukte het hem bij een vierde poging alsnog. Daartoe deed hij wel grote concessies. De oude communist sloot een pact met neoliberale politici om hem terug te laten keren. In ruil zou hij de elites van het land ditmaal ongemoeid laten.

Op basis van dit stille pact met rechts en rijk Nicaragua breidde Ortega de afgelopen twaalf jaar zijn invloed uit. Alle cruciale instituties kwamen onder zijn controle: van het Hooggerechtshof en de kiesraad tot de media en ordetroepen. Hij krijgt het verwijt dat hij zijn land heeft uitverkocht door een Chinees bedrijf een concessie te gunnen voor een tweede Panamakanaal. De economie bleef redelijk draaien op bloeiend toerisme en Venezolaanse oliesubsidies.

Daniel Ortega en Rosario Murillo, gefotografeerd op 21 maart. Foto Maynor Valenzuela/AFP

De laatste stembusgang, in 2016, wonnen Ortega en Murillo ruim, maar bij een lage opkomst. „We hebben ze veel te lang de macht laten corrumperen, omdat we druk waren met overleven of omdat we nu eenmaal van caciques [sterke leiders, red.] houden”, stelt Mónica López, een activiste die na bedreigingen het land ontvluchtte en onlangs in Nederland was.

Lees ook: waarom Nicaraguanen geen nieuwe dynastie willen

„Zijn retoriek is nog wel sandinistisch, maar zijn beleid is puur neoliberaal”, vertelt ze. Ortega zegt dat de VS de protesten organiseren. Maar, zegt López: „Hij werkte voor deze crisis prima samen met de Amerikanen, op het gebied van drugsbestrijding, migratie, handel.”

Volgens López „vullen Ortega en Murillo elkaar aan in hun perversiteit”. Toch wordt zij dieper gehaat dan hij. „Dat zal deels een seksistisch vooroordeel zijn. En Ortega is ook altijd erg handig in het afschuiven van schuld op anderen in zijn entourage. Maar hun pact om samen te regeren staat overeind.”

Burgeroorlog dreigt

Hoe dit afloopt, is lastig te voorspellen. Belli: „Door alles te verraden is hij nu al langer aan de macht dan de laatste Somoza. En anders dan Somoza destijds wordt hij niet uitgedaagd door een guerrillaleger, maar door burgers, slechts bewapend met katapulten en huisgemaakte vuurpijpwapens. Maar dit verzet is wel breder dan dat tegen Somoza.”

López wantrouwt de pogingen tot dialoog. Zeker omdat de werkgevers, die het regime lang steunden, ook aanzitten. „Ortega en Murillo willen alleen maar tijd winnen of onder internationale sancties uitkomen. De enige die een burgeroorlog wil in Nicaragua is Ortega. En hoe langer dit duurt, hoe groter het risico daarop.”