We kunnen nog heel wat leren van Bhutan en Brazilië

Geluksatlas In De Geluksatlas gaat Helen Russell op een antropologische zoektocht naar geluk.

Illustratie Naomi Wilkinson/Two Roads/Uitgeverij Podium

Wat is geluk? Dat vroeg de Britse journaliste Helen Russell (39) zich af toen ze in 2013 met haar echtgenoot vanuit Londen naar Denemarken vertrok. Altijd bezig met werk, carrière en geld verdienen, kwam ze ineens in de winter terecht in een dorpje op Jutland. „Met dat slechte weer zaten de mensen gezellig samen thuis. Ze werkten korte dagen en brachten veel tijd met elkaar door. Dat kende ik niet. In Londen dendert het werkzame leven eeuwig voort.”

Die Deense ‘gezelligheid’ – bekend als hygge – zette Russell aan het denken. Hoe komt het dat de Denen zo relaxed met werk omgaan? Zijn er nog meer factoren die bijdragen aan hun geluk? Ze schreef er een boek over, getiteld The Year of Living Danishly (2015) en kwam tot een aantal, inmiddels bekende, conclusies: dat het geluksgevoel van de Denen wordt bevorderd door de korte werkweek, goede kinderopvang en een esthetische leefomgeving. Het boek werd een internationale bestseller en bracht haar inspiratie voor een nieuw project: The Atlas of Happiness. In dit boek, vertaald als De geluksatlas, focust Russell zich bewust niet alleen op ‘de gelukkigste landen ter wereld’ – overeenkomstig The World Happiness Report van de Verenigde Naties – maar beschrijft ze onder meer van een aantal ontwikkelingslanden de culturele gebruiken die leiden tot ‘een goed leven’. „Van Denemarken of Nederland weten we dat mensen er een relatief gelukkig leven leiden”, zegt Russell. „Maar hoe zit het met Brazilië of Thailand? De VN meet voor de geluksindex bijvoorbeeld de verdeling van welvaart of de levensverwachting, maar dat zegt niet voldoende over een land. Dan mis je een heleboel wijsheden.”

In haar ‘atlas’ staan dan ook weinig cijfers of feiten, het is eerder een antropologische zoektocht naar geluk.

Zo ontdekte ze dat er heel wat te leren valt van landen als Syrië, Bhutan of Japan. „Of neem Brazilië. Veel inwoners worstelen er met sociale ongelijkheid, werkeloosheid en corruptie. Maar ze laten zich ook leiden door saudade: een gevoel van verlangen en melancholie. Die houding heeft iets gelukszaligs waardoor Brazilianen goed kunnen omgaan met tegenslag.” En zo zijn er meer geluksconcepten. De Costa-Ricanen leven volgens het motto pura vida – ‘zuiver leven’ – de Zuid-Afrikanen eren ubuntu – verbinding met de ander – en in India is jugaad – improvisatietalent en vindingrijkheid – een belangrijke levenshouding. „Ook al ben je niet tevreden met de situatie, jugaad zorgt ervoor dat je dingen doet in plaats van wacht op de ideale situatie. Een Indiase vriendin legde me uit dat ze ook zo’n werkhouding heeft. ‘Ik zal wat jugaad toepassen’, zegt ze dan. Ze gaat ervan uit dat voor ieder probleem wel een oplossing is te vinden.” Jugaad is inmiddels ook een benadering die wordt toegejuicht door westerse managementgoeroes, zegt Russell.

Lees ook: Na hygge en lagom is het tijd voor kalsarikänni (oftewel: drankhangen)

„Onderzoekers aan de University of Cambridge stelden dat jugaad ook een levenshouding is die men in ontwikkelde economieën kan gebruiken om creatiever om te gaan met minder middelen.” Maar ze wijst ook op de negatieve kanten van jugaad. „In India kunnen veel mensen nauwelijks in hun basisbehoeften voorzien. Ze leven met jugaad omdat ze geen andere keuze hebben, ze doen het uit gebrek aan kansen.” Wat dat betreft maakt geld ons tot op zekere hoogte wel degelijk gelukkig, zegt Russell. En er bestaan nog een aantal universele geluksfactoren: een goed sociaal netwerk, de juiste balans tussen werk en vrije tijd en natuurbeleving. „Vertrouwen is ook belangrijk. Als je je zorgen maakt dat je niet voldoende te eten hebt of bang bent dat je buurman je gaat overvallen, heeft dat een grote impact op het geluksgevoel. En dat geldt niet alleen voor ontwikkelingslanden. The Independent meldde dat in het Verenigd Koninkrijk ‘het vertrouwen in de ander’ in de laatste vijftig jaar flink is gedaald: van 60 naar 30 procent.”

Heeft ze tijdens het schrijven zelf ook wat geleerd over geluk? „Absoluut. Hoe men in Japan omgaat met ouderdom, bijvoorbeeld. Ik heb net een tweeling gekregen en had moeite met mijn veranderende lichaam. In Japan leerde ik over wabi-sabi. Het is een wereldbeeld dat gaat over de acceptatie van vergankelijkheid. Wabi staat voor ‘eenvoud’ en sabi voor ‘de schoonheid van slijtage’. Het leven brengt littekens met zich mee en in plaats van die verbergen, kun je ze ook tonen. Dat ik littekens op mijn buik heb, kan ik nu beter verdragen. Wabi-sabi leert mij om mijn imperfecties beter te aanvaarden.”

De geluksatlas. De wereldwijde geheimen van geluk. Helen Russell. Podium. 288 blz. 22,50 euro.