Squashers spelen liever niet tegen een Egyptenaar

Squash Egyptenaren domineren al jaren de top van het squash. Ze zijn creatief, nemen risico en trainen al vanaf de jeugd op hoog niveau.

De Egyptische Nour el-Sherbini (rechts) in actie op het WK tegen haar landgenote Nour el-Tayeb, in maart in Chicago.
De Egyptische Nour el-Sherbini (rechts) in actie op het WK tegen haar landgenote Nour el-Tayeb, in maart in Chicago. Foto Tannen Maury/EPA

Er werd geschiedenis geschreven in Philadelphia, op zaterdagavond 14 oktober 2017. Niet eerder won van een getrouwd stel zowel de man als de vrouw op dezelfde dag een major-titel. De primeur was voor twee squashers uit Egypte: Ali Farag en Nour el-Tayeb, Mr. and Mrs. US Open Squash. Eindelijk weer eens een bijzondere uitslag bij een internationaal squashtoernooi. En dat terwijl de bekers wederom in een Egyptische prijzenkast terechtkwamen – een zekerheidje.

Egyptenaren domineren de wereldranglijst in het squash. Zowel bij de mannen als de vrouwen staat achter de namen van de topdrie de rood-wit-zwarte vlag, met de gouden adelaar in het midden. Wie verder kijkt ziet dat de helft van de toptien bij de mannen Egyptisch is, bij de vrouwen vier van de tien.

Sinds de ranglijst in april 2006 voor het eerst werd aangevoerd door een Egyptenaar, stond in 108 van de 156 volgende maanden (70 procent) een speler uit Egypte bovenaan. Bij de vrouwen is het deze maand zelfs drie jaar geleden dat voor het laatst een niet-Egyptische de beste was.

Het is een nachtmerrie om tegen Egyptenaren te spelen, zei de Amerikaanse Amanda Sobhy vorig jaar bij de BBC. Daar kan Tessa ter Sluis, nummer 87 van de wereld, over meepraten. Sinds haar debuut op de PSA World Tour in 2014 won ze nog nooit van een Egyptische. Die waren wel allemaal hoger geplaatst, zo verdedigt de 24-jarige Brabantse haar resultaten. Desalniettemin leeft ze anders toe naar zo’n wedstrijd. „Je denkt wel even: ‘Oh nee, tegen een Egyptenaar.’” Zoals afgelopen week, tijdens de prestigieuze DPD Open in Oirschot – het op één na grootste squashtoernooi in Europa – toen ze in de eerste ronde werd uitgeschakeld door Yathreb Adel (18de).

Egyptische stijl

Wat doen de Egyptenaren anders? „Niets wat nog niet eerder is gedaan”, zegt de 54-jarige Liz Irving, voormalig nummer twee van de wereld en viervoudig wereldkampioen met het Australische team. „Maar ze spelen zonder angst. Met veel risico, en creatief spel.” Het aanvallende spel staat bekend als de ‘Egyptische stijl’: de tegenstander mentaal breken door onverwachte punten te maken. Daartegenover staat de Engelse stijl, verdedigend en zonder veel risico. En dan heb je ook nog de Australische en Pakistaanse stijl, die van twee voormalige grootmachten.

Maar wie denkt de Egyptische hegemonie te kunnen doorbreken door simpelweg hun stijl over te nemen, heeft het mis. De Egyptische stijl is niet voor iedereen weggelegd. Zo past deze volgens Irving „niet in het DNA” van Nicol David, van wie ze sinds 2003 trainer is. De speelster uit Maleisië voerde tot 2015 bijna tien jaar onafgebroken de wereldranglijst aan, een record.

De stijl die je ontwikkelt hangt vooral af van je kwaliteiten, zegt Ter Sluis, die zelf de Egyptische en Engelse combineert. „En sommige coaches hebben een bepaalde mindset voor ogen bij het spelen van een wedstrijd.” Irving vindt dat de spelers die zij traint, zelf een weg moeten zien te vinden in de diverse stijlen. „We zijn tegenwoordig veel te vroeg overcoacht. Dan stop je met ontdekken.”

Toernooi tussen de piramiden

Het Egyptische succes komt vooral doordat de sport er wordt omarmd, en misschien wel populairder is dan voetbal. Voormalig president Hosni Mubarak, een groot squashfan, zou ervoor hebben gezorgd dat in 1996 voor het eerst een groot internationaal toernooi tussen de piramiden van Gizeh werd gespeeld.

De 19-jarige Ahmed Barada haalde daar tot ieders verrassing met een wildcard de finale, en was twee jaar later de nummer twee van de wereldranglijst. En ook al stopte Barada op zijn 24ste alweer met squash, hij wordt door velen betiteld als inspiratiebron. Net zoals de huidige kampioenen dat nu zijn voor de jeugd.

Liz Irving roemt het Egyptische squash om het systeem. Gestopte spelers blijven betrokken bij de sport, bijvoorbeeld als trainer bij een van de vele squashclubs. Dat zorgt ervoor dat jeugdspelers – die vaak op vroegere leeftijd beginnen dan in andere landen – direct op een hoog en competitief niveau in aanraking komen met de wereldtop. En omdat de clubs vooral rondom de noordelijke steden Kaïro en Alexandrië zijn gelegen, is daar een heuse squashgemeenschap ontstaan, waar spelers wekelijks op hoog niveau met elkaar kunnen trainen.

Daarom heeft een Egyptische squasher een voorsprong op een Nederlandse, denkt Tessa ter Sluis. „Hier heb je weinig squashers op hoog niveau. Je moet het vaak in je eentje doen.” Als ze in eigen land wil trainen met een speelster op hoog niveau, is ze aangewezen op Milou van der Heijden (nummer 31) en Sanne Veldkamp (103). Verder moet ze het hebben van internationale toernooien. „In Egypte spelen er bij één club vaak al tien op de wereldtour.”

Het zorgt ervoor dat Egyptische squashers elkaar telkens weer beter maken. Hun dominantie zal daarom voorlopig aanhouden, verwacht Irving. Zeker nog tien jaar, en wellicht zelfs twintig.

Een Egyptenaar verslaan, het kan een doel op zich worden.