Racen op je reserves is voor lange coureurs verleden tijd

Formule 1 Voor coureurs geldt sinds dit seizoen een minimumgewicht van 80 kilo. Tot opluchting van velen.

Wereldkampioen Lewis Hamilton won in zijn Mercedes zondag in Shanghai de duizendste race in de geschiedenis van de Formule 1.
Wereldkampioen Lewis Hamilton won in zijn Mercedes zondag in Shanghai de duizendste race in de geschiedenis van de Formule 1. Foto’s AFP

Afgelopen winter was de eerste in jaren waarin Valtteri Bottas niet ziek werd. De Mercedes-coureur kreeg alle voedingsstoffen binnen waar zijn lichaam om vroeg. Afgelopen winter was voor zijn teamgenoot Lewis Hamilton het moment om vijf kilo aan te komen. Puur spier, meer kracht. Hij voelt zich naar eigen zeggen beter dan ooit. George Russell van Williams? Zes kilo. Kevin Magnussen van Haas? Vier kilo. Het kon weer, en dat was een opluchting voor de Formule 1-coureurs.

Begin 2018 werd besloten dat met ingang van het huidige seizoen de gewichtsregels aangepast zouden worden. Het gewicht van de coureur zou gescheiden worden van het gewicht van de auto. Sinds 1995 waren die twee bij elkaar opgeteld tot het reglementaire minimumgewicht waaraan moest worden voldaan.

Voor de coureur geldt nu een minimumgewicht van tachtig kilo, inclusief zitje, pak en helm. Alles daaronder moet worden aangevuld met ballast. En precies daarin zit het belangrijkste verschil: die ballast mocht vroeger op tactische plekken overal op de auto worden toegevoegd om de balans van de auto te perfectioneren. De teams deden dat bijvoorbeeld met plaatjes wolfraam: goedkoop materiaal met een hoge dichtheid, dus ze hadden er niet veel van nodig. Tegenwoordig moet die ballast rond de cockpit worden geplaatst, ware het extra gewicht van de coureur. Loonde het voorheen om als coureur zo licht mogelijk te zijn, zodat er ruimte was om met ballast te experimenteren, nu doet dat er minder toe. En daarvan profiteren de langere, en vaak ook zwaardere coureurs.

Die zijn jarenlang in het nadeel geweest. De Formule 1 is een sport van marges en gewicht speelt een hoofdrol. Teams proberen altijd zo dicht mogelijk bij het verplichte minimumgewicht te komen. Hoe lichter, hoe sneller. Bedenk dat Ferrari dit jaar heeft besloten de glanzende rode verflaag te vervangen door een matte, omdat het een paar honderd gram scheelt. Dit geldt dus ook voor de coureurs. Tien kilo extra op de auto zou, volgens schattingen, per ronde drie tienden van een seconde schelen.

Jockeys

Sinds 1961 kent de Formule 1 een minimumgewicht dat in de loop der jaren sterk is gestegen – de auto’s werden steeds groter, breder en geavanceerder. Van 450 kilogram liep het in de jaren tachtig op naar 580, ging vervolgens omlaag naar 500 en steeg toen langzaam naar het huidige minimumgewicht van 740 kilo.

Het soort coureur is door de jaren heen ook veranderd. Vroeger waren types als Stirling Moss, Jackie Stewart, Alain Prost net jockeys: gedrongen, vederlicht. Maar door de veranderingen aan de auto’s kwamen er langere en zwaardere coureurs als Michael Schumacher, Alexander Wurz, Mark Webber en David Coulthard. Coureurs van ruim 1 meter 80 waren geen uitzondering meer.

Alleen bleven de eisen en reglementen van de Formule 1 dusdanig streng, dat zij werden gedwongen altijd zo licht mogelijk te zijn. Dat werd moeilijker en moeilijker. Coulthard bekende in zijn autobiografie It is what it is op jonge leeftijd met boulimia te hebben gekampt, in zijn pogingen een plaats in de Formule 1 te veroveren.

Vanaf 2009 werd de druk op zwaardere coureurs alleen nog maar groter met de introductie van het Kinetic Energy Recovery System (KERS), dat tientallen kilo’s extra massa opleverde. Omdat het minimumgewicht aanvankelijk niet werd verhoogd, moest de Brit Jenson Button in dienst van McLaren opeens flink wat kilo’s kwijt zien te raken, vertelt zijn voormalige personal trainer Mike Collier. „Hij had geen overgewicht, verre van, maar we moesten zijn lichaamssamenstelling verbeteren zodat zijn gewicht geen nadeel zou worden op het circuit.”

Button verloor vier procent lichaamsvet, zegt Collier, tegenwoordig directeur human performance bij McLaren Applied Technologies. Buttons trainingsregime werd aangepast, vertelt Collier. „Meer gericht op uithoudingsvermogen, minder op explosiviteit. Dan zou zijn gewicht toenemen.” Buttons nieuwe dieet bevatte minder koolhydraten, al at hij altijd al de goede. „We vervingen ze door meer eiwitten”, zegt Collier.

Giedo van der Garde moest zich in 2013, toen hij voor het team van Caterham reed, met zijn 1,83 meter flink aanpassen, helemaal toen de auto een nieuw onderdeel kreeg. Of hij wat gewicht kon verliezen. „Ik moest van 72 naar 69. Dat was niet goed. Ik had weinig reserves, was veel ziek.”

Na de race in Hongarije dat jaar werd het hem te veel. „Het was de tweede race met die update. Drie kilo kwijt in drie weken, je kon mijn ribben tellen. De laatste rondjes had ik niets meer. Het duurde een uur voordat ik op adem was. Toen zei ik: er moet iets van de auto af, dit is niet goed voor mijn gezondheid. Dat deden ze gelukkig, hoe moeilijk dat ook is voor een team.”

Zo kwamen er meer en meer verhalen en noodkreten van coureurs, onder wie Button. Het werd langzamerhand onverantwoordelijk. De Fransman Jean-Eric Vergne (1,82 meter), toen rijdend voor Toro Rosso, onthulde dat hij in 2014 voor de race in Maleisië in 2014 in het ziekenhuis belandde na een extreme afslankpoging.

Nog net acceptabel

Volgens Collier werd het voor Button moeilijker en moeilijker toen de auto’s in 2014 weer zwaarder werden door de invoering van de turbohybridemotoren. „Je komt op een punt waarvan jij denkt dat het nog net acceptabel is. Het team wist dat Jenson zeer professioneel was, dus hij kon ook op een gegeven moment zeggen: ‘Ik kan er geen grammetje meer afhalen, je moet het bij de auto zien te vinden.’”

Gevaarlijk werd het nooit. „Hij trainde heel veel naast het racen. Dat droeg eraan bij dat hij zijn gewicht op een comfortabel niveau kon houden. Hij deed het goed in triatlons, toch ook een indicatie dat hij waarschijnlijk binnenkreeg wat hij nodig had. Zijn prestaties leden er in ieder geval niet onder.”

Toch zou het dus nog enkele jaren duren voordat de regels werden aangepast, zoals gebruikelijk bij de internationale autosportfederatie FIA. Van der Garde denkt dat de lichtere coureurs zich eerst ook hebben verzet, maar de FIA kon op verzoek van NRC geen inzicht verschaffen in het proces.

De nieuwe regels zijn eerlijker en vooral veiliger, is de algemene opvatting. „Ik weeg nu 74, 75 kilo, dat is eigenlijk het gewicht waarop ik me het fijnst voel. Toen was ik ook fit, maar nu zou ik minder ziek zijn geweest, en een gezond vetpercentage hebben gehad”, zegt Van der Garde.

Collier vindt de vrijheid voor coureurs goed. „De druk om op een absoluut minimum te zitten, is weg. Als ze anders willen trainen, sterker willen worden, kan dat. Minder regels betekent meer vrijheid. Dat is alleen maar gezond.”

Correctie 14 april: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Giedo van der Garde drie seizoenen in de Formule 1 reed. Hij was er alleen in twee daarvan reservecoureur en kwam niet uit in races, dat deed hij alleen in 2013. En daar ging het om. Dat is aangepast.