Opinie

De kritiekloze aanpak van ‘Thierry’

Lotfi El Hamidi

Twee televisieoptredens afgelopen week. FvD-voorman Thierry Baudet mocht samen met zijn Europese lijsttrekker Derk Jan Eppink aanschuiven bij Jinek en WNL Op Zondag om over de Europese Parlementsverkiezingen te praten. Wie een stevige aanpak verwachtte kwam van een koude kermis thuis. Het waren gezellige onderonsjes, waar Baudet bij zijn voornaam werd genoemd en mooie voorzetjes kreeg om zijn standpunten feitenvrij te verkondigen. Zeg maar het tegenovergestelde van BBC-programma Hard Talk.

Een kleine bloemlezing. Bij Jinek, over de interne markt: „Een soort bureaucratisch systeem om alle producten te standaardiseren [sic].” Over de Brexit: „Helemaal niet zoveel aan de hand [...] valt allemaal enorm mee.” Over het kwijtraken van ‘onze’ identiteit: „Ga maar naar een gemiddelde straat, […] naar een gemiddeld marktplein op zaterdagmiddag in Nederland, je herkent in heel veel gevallen gewoon je eigen land niet meer.” Jinek, heel voorzichtig: „Wat bedoel je precies? Ik snap het niet zo goed.” Baudet: „Dat is dan heel merkwaardig. Ik denk dat ontzettend veel mensen in Nederland dat wel begrijpen. Wat dacht je van al die enorme flatgebouwen met al die schotelantennes die allemaal op Al Jazeera gericht zijn?” Bij de ‘rechtsgeoriënteerde ochtendshow’ van Rick Nieman, over de kritiek op zijn boreaalpraat: „Totale flauwekul.” Over de beschuldigingen van fascisme: „Fascisme is een linkse stroming, voortgekomen uit het communisme.”

Je vraagt je dan toch af wat voor rol media spelen én zouden moeten spelen bij de opkomst van een radicaal-rechtse partij als FvD. In een podcastaflevering van Stuk Rood Vlees sprak promovenda Léonie de Jonge over haar proefschrift, waarin ze de omgang van rechts-populisme door de media in de Benelux-landen onderzoekt. Ze sprak 46 journalisten om een beeld te krijgen van hoe redacties omgaan met het fenomeen. Aan de hand daarvan komt ze tot drie strategieën: demarcatie, confrontatie en accommodatie.

Lees ook: Fortuyn en Baudet, zoek de verschillen

In Luxemburg en Wallonië kiezen ze voor een cordon sanitaire: radicaal-rechtse bewegingen worden consequent geïsoleerd en krijgen geen platform. In Wallonië is dat zelfs een geformaliseerde afspraak. In Vlaanderen is gekozen voor confrontatie: hard talk, om zo de onderliggende radicale gedachten bloot te leggen en aan te vallen. Dat is risicovol, want als die strategie niet helemaal lukt kan dat omslaan in verkapte accommodatie, wat min of meer ook gebeurd is.

Maar voor een blauwdruk van het accommoderen van radicaal-rechts moet men in Nederland zijn. Uit angst het sluimerende onbehagen weer over het hoofd te zien (Fortuyn!) heeft het rechts-populisme een volwaardige plek gekregen in de krantenkolommen en talkshows. Dat daarmee journalistieke principes worden losgelaten wordt op de koop toe genomen.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.