Brieven

Brieven

Boskap (1)

Bomen als heipalen

In een vurig betoog pleit Maria Quist tegen de grootschalige houtkap in onze natuurgebieden (Stop de moord op ons bos, 11/4). Die bossen zouden rijke levensgemeenschappen zijn die we met rust moeten laten. Ik zou er twee zaken tegenin willen brengen. Allereerst bestaat het meeste bos in Nederland uit akkers met dennen, deels aan het begin van de vorige eeuw aangeplant voor stuthout voor de mijnbouw. Florist Ruud van der Meijden noemde de naaldbomen daarom ‘levende heipalen’. Die hebben namelijk weinig met natuur te maken, noch met een cultuurhistorisch waardevol landschap. Het is eerder een vorm van eentonige landbouw. Qua flora behoren de plantages tot de armste en treurigste vegetaties van Nederland. Dan heb ik toch liever herstel van het oude cultuurlandschap met heiden, zandverstuivingen en vergezichten. Qua biodiversiteit is daar meer aan te beleven. Ten tweede verdampt naaldbos veel water. Zet je een naaldbos om in een vlakte van heide en stuifzand, dan scheelt dat gauw 300 millimeter verdamping per jaar. Dat is per hectare drie miljoen liter water, gelijk aan de jaarlijkse waterconsumptie van zeventig personen. Naaldbos kappen is een probaat middel tegen de verdroging van natuurgebieden. In een artikel toonde ik met collega’s aan dat de verdroging van de Veluwezoom, met zijn beken en door kwelwater gevoede moerassen, vooral het gevolg is geweest van bebossing van de Veluwe. Die begon met de aanplant van naaldbomen, maar ging daarna verder door extensivering van het terreinbeheer. De oogst van het hout gaat er vaak erg ruw aan toe, daarin moet ik mevrouw Quist gelijk geven. Soms worden in natte tijden zware machines ingezet waardoor de bodem volledig aan gort wordt gereden. Mogelijk is de ruwe werkwijze het gevolg van de draconische bezuinigingen op het natuurbeheer die voormalig staatsecretaris Henk Bleker (CDA) heeft doorgevoerd.


Hoogleraar VU

Boskap (2)

Wrede machines

Het artikel over het natuurbeheer door Maria Quist verwoordt precies wat ik al jaren denk en beleef wanneer ik met mijn partner in de beeldschone bossen (of wat daarvan over is) in de buurt van camping Bakkum, Castricum en Egmond aan Zee wandel. Het is alsof beleidsmakers er nooit wandelen, nooit de tijdloze sfeer van oud bos hebben geproefd. De mooiste natuurervaringen had ik in het sprookjesachtige dennenbos nabij Bakkum. Dat bos is eind 2014 met de grond gelijk gemaakt. Als ik er nu wandel, loop ik snel door, over het terrein vol afgebroken takken en stompen. De smalle duinpaadjes tussen de struiken zijn met een machine die wreed alle struiken afhakt verbreed tot twee meter. Maaimachines kunnen er nu makkelijk doorheen. Nog even, en ze gaan de duinen maaien. Zonde.

Onderwijs

Innovatiebrigade?!

Scholen doen vrijwel nergens zoveel aan vernieuwing als in Nederland, lees ik in deze krant (Elke school heeft nu zijn eigen concept, 11/4). Dat heb ik gemerkt in de 28 jaar dat ik nu in het voortgezet onderwijs werk. Iedere keer moet het wiel opnieuw uitgevonden worden. Studiedagen met (overbetaalde) ‘coaches’ die stellen dat hún onderwijsvisie de motivatie en betrokkenheid van leerlingen gegarandeerd vergroot. ‘Studiehuizen’, ‘Verbindend leren’, ‘Grensoverschrijdend leren’, ‘Formatieve assessment’, ‘Leerpleinen’, ‘Leerateliers’, ‘Gepersonaliseerd leren’, ‘Eigenaarschap’ en ‘Leerling centraal’: het is slechts een greep in de benamingen die ‘onderwijsvernieuwers’ (waarom moet er eigenlijk constant vernieuwd worden?) bedachten om hun methodes aan de man te brengen. Veel schoolleiders blijken bijzonder gevoelig voor de overtuigingskracht van deze marktkooplui. Een vervelende bijwerking van die permanente onrust op scholen, is dat een docent die nog altijd ‘gewoon’ klassikaal les geeft (vergeef mij mijn zonde), steeds meer in de verdrukking komt. Misschien moet ik toch maar een cursus ‘innovatiebrigadetraining’ (aanbevolen op de site van Innovatie Impuls onderwijs) volgen.


docent geschiedenis

Vrijwilligerswerk

Leer te relativeren

In het artikel O nee hè – weer een westerse vrijwilliger (11/4) worden vooral de negatieve kanten van het vrijwilligerswerk belicht. Dat het meestal goed gaat en dat vrijwilligers goed werk doen, komt amper aan de orde. Natuurlijk moet je goed bekijken waar je instapt en het kan waarschijnlijk geen kwaad het in het artikel genoemde boek van Judith van de Kamp te lezen. Maar uit eigen ervaring weet ik dat je als vrijwilliger een mooie bijdrage kunt leveren aan de samenleving waar je gaat werken. Zelf heb je een leven lang plezier van die ervaringen. Het leerde me om de ‘problemen’ in eigen land te relativeren. Als je de echte problemen gezien hebt van mensen die het veel slechter hebben dan wij, word je ervan bewust wat een geluk we hebben in Nederland te zijn geboren.

Emigratie in europa

Retour rechtsstaat

In zijn column van 10 april behandelt Paul Scheffer een belangrijk probleem van landen als Roemenië en Bulgarije (De bevolking van Bulgarije is aan het verdampen, 11/4). Emigratie wordt daar een groter probleem dan immigratie, zo lijkt het. De oorzaken van deze emigratie komen niet aan de orde, behalve dat mensen vertrekken „op zoek naar betere mogelijkheden”. Voor mijn familie kwam ik regelmatig in Bulgarije. Inderdaad vertrekken veel jongeren. Hun emigratie wordt niet alleen verklaard door de zoektocht naar een betere economische toekomst. De jongeren die weg willen, hebben alle vertrouwen in het partijkartel rond premier Bojko Borisov verloren. Cultureel staan ze ver af van de conservatieve opvattingen over rollen van mannen en vrouwen, en over homoseksualiteit.

De corruptie in het land verleidt jongeren met een goede opleiding om een omgeving te zoeken waar de rechtsstaat in orde is. Willen we de stroom goed opgeleide jongeren naar West-Europa afremmen, dan moeten we investeren in de rechtsstaat en transparante verhoudingen in Oost-Europa. Het vrije verkeer van personen aan banden leggen, is het paard achter de wagen spannen.

De emigratie zou voor regeringen een signaal moeten zijn om orde op zaken te stellen en aan de EU om dit te (blijven) ondersteunen. Lukt dit niet, dan blijven de zwakste groepen achter, zoals de nauwelijks geïntegreerde Roma, die nu al een demografisch probleem opleveren.