Merlin Daleman

‘Wij zijn goed voor de dieren’

Nertsenhouders Door het wettelijk verbod op het fokken van nertsen moeten de ongeveer 144 nertsenhouders in Nederland binnen vijf jaar stoppen met hun bedrijf. Voor velen van hen een persoonlijk drama.

Een nertsenfarm in het Land van Maas en Waal, aan het water. Door een grote, koele hal schalt popmuziek. Stille dieren zitten in lange rijen kooien en er hangt een weeë geur van slachtafval – voedsel voor de nertsen dat in individueel berekende porties op hun verblijf ligt. Nieuwsgierig kijken de zesduizend fokteven af en toe op. Ze zijn onlangs gedekt, vertelt nertsenhouder Marina Rutten, binnen tien weken werpen ze jongen. De meeste nertsen leven enkele maanden. Dan worden ze vergast en, elders, van hun pels ontdaan. De vellen worden geveild. De prijzen zijn slecht.

Marina Rutten is weduwe. Haar man Kees heeft bijna twee jaar geleden zelfmoord gepleegd. Hij heeft maar kort kunnen genieten van de verbouwing van hun huis in Dreumel. Kees Rutten stierf op 6 mei 2017, exact vijftien jaar na de moord op Pim Fortuyn, de politicus in wie de nertsenhouders een bondgenoot zagen. Marina: „Mijn zoon en enkele collega’s denken dat mijn man bewust voor die datum heeft gekozen. Ik weet dat niet zeker.” Ze loopt door de schuren, kantoren en bijgebouwen. Ze staat stil bij een hoge zwarte kist waarin nertsen worden vergast. „Hier lag hij”, zegt ze, plompverloren. „Je kunt het luguber noemen. Maar hij is niet de enige die het heeft gedaan. Een nertsenhouder weet dat het geen pijn doet en effectief is, tegen koolmonoxide is niks bestand.” De kist wordt nog steeds gebruikt, voor de nertsen.

Merlin Daleman
Merlin Daleman
Merlin Daleman

Het was een zaterdagochtend. Marina Rutten stond om zeven uur op en ging naar beneden. Op tafel vond ze een brief. „Hij schreef dat hij me graag om zich heen had. Dat hij van mij en onze zoon hield, en een eenvoudige crematie wilde.” Ze dacht: ik moet naar achteren, misschien hangt hij aan een touw bij de silo’s. Dat was niet zo. Toen is ze naar de gaskist in de schuur gegaan. „Die kist is best hoog, ik kon niet door het glaasje kijken. Ik ben terug naar het huis gegaan en heb een trapje en een lamp gepakt. Ik heb in de kist geschenen en toen zag ik dat hij erin lag. De deur van de schuur stond open. Het gas was al weg. Hij was dood.”

Marina was boos op haar man. „Vreselijk boos. Ik dacht: je gaat ertussenuit en laat mij zitten met de zooi.” Maar ze hield ook van hem – ze waren bijna dertig jaar getrouwd. „Dus je wilt het hem ook weer niet kwalijk nemen. Dat is heel moeilijk. Ik ben blij dat ik in mijn werk kan vluchten.” Achteraf, zegt Marina, kun je zeggen dat haar man in een depressie zat. „Zo noemen ze dat.” Niet dat hij ooit naar een dokter ging. „Als ik iets mankeer, ga ik wel naar de veearts, zei hij altijd.”

Achteraf ziet ze „signalen”. Hij wilde graag dat zij filmpjes maakte op het bedrijf. Op een van de filmpjes loopt haar man met een dierenarts langs de nertsen, boos dat hij wordt gefilmd. „Ik dacht: wat krijgen we nou. Achteraf denk ik dat hij het almaar moeilijker kreeg, dat zag je aan de donkere uitdrukking in zijn gezicht, hij wilde kennelijk niet dat dit werd vastgelegd.”

Mijn man vond het leven de moeite waard

Ze vindt het „moeilijk” dat zij de gesteldheid van haar man niet heeft onderkend. „Het was een gigantisch drukke tijd. Ik zorg dat er eten op tafel staat en dat de was wordt gedraaid, en verder ben ik bij de dieren. Nu denk ik: had ik het kunnen voorkomen?”

Het staat voor haar vast dat de zelfmoord van haar man is veroorzaakt door het fokverbod. Het eerste wetsvoorstel om de nertsenhouderij te beëindigen werd al in 2006 ingediend. In 2013 werd de wet van kracht, maar pas drie jaar later, in december 2016, werd die door een uitspraak van de Hoge Raad onherroepelijk. Nertsenhouders moeten definitief uiterlijk in 2024 gestopt zijn met hun bedrijf.

Volgens politiek Den Haag hadden de nertsenhouders aan een overgangstermijn van tien jaar genoeg om hun investeringen terug te verdienen. Daar komt in de praktijk weinig van terecht. De prijzen zijn laag. Banken weigeren leningen omdat aan de bedrijven hoe dan ook een einde komt, of ze eisen dat de ondernemers hun leningen aflossen. Personeel loopt weg. De bedrijven zijn onverkoopbaar en de gronden zijn weinig tot niets meer waard. Drie anderen hebben net als Kees Rutten zelfmoord gepleegd, stelt de belangenvereniging voor pelsdierhouders.

Marina Rutten: „Mijn man vond het leven de moeite waard. We gingen vaak samen met onze motoren op pad. Wat hij ook mooi vond, was off road met de jeep rijden. Maar twee weken voor zijn dood kwam hij met de segway naar voren rijden en zei: ‘Marien, weet je wat? Ik heb een mooi bedrijf maar ik kan er niks mee.’ Ik verwijt de politiek de dood van mijn man. Daarom vertel ik dit. Zijn dood moet niet voor niets zijn geweest. Er moet iets mee gedaan worden.”

Weduwe Marina Rutten op de nertsenfokkerij. Haar man zei: „Ik heb een mooi bedrijf maar ik kan er niks mee.”Merlin Daleman

Klaar voor de toekomst

Pasja van de Wetering uit Limburg had vanaf 1989 samen met haar man Adrie een nertsenhouderij. Nog maar tien jaar geleden hebben ze hun bedrijf volledig verbouwd om te voldoen aan nieuwe welzijnsnormen. „Alles wat we verdiend hadden, hebben we daarin geïnvesteerd”, vertelt ze. In 2007 bouwden ze een huis naast het bedrijf, voor hun gezin met drie kinderen. Ze leenden geld van de bank en dachten „klaar voor de toekomst” te zijn. „Toen kwam toch het verbod.” De bank eiste dat hun lening uiterlijk 2024 zou zijn afgelost. „We hebben toen zelf de stekker eruit getrokken, anders waren we hartstikke failliet gegaan.” Ze werken nu beiden op een camping. „Daar hebben we dertig jaar alles voor opgebouwd.” Ze snikt. „Het is heel oneerlijk.”

Vooral linkse partijen hebben altijd gezegd dat nertsenhouders geen medelijden nodig hebben, omdat ze zo veel geld verdienen. „Nou echt niet, hoor!” Enkele jaren, tussen 2009 en 2014, waren de prijzen inderdaad hoog, „maar die waren hard nodig om de investeringen enigszins terug te verdienen”. Daarna zijn de prijzen gezakt en sindsdien draaien de meeste nertsenhouders verlies. Het bedrijf van Adrie en Pasja van de Wetering was eerder 1,8 miljoen euro waard. Nu staat het, inclusief vierenhalve hectare grond, sinds een half jaar te koop voor 760.000 euro. „Terwijl we eigenlijk helemaal niet weg willen. Onze droom was altijd hier onze eigen camping te beginnen. Maar we moeten weg omdat we met het geld de bank moeten aflossen.”

„Niemand helpt ons”, zegt Pasja. „Je voelt je zo klein. Er wordt gezegd dat wij niet goed voor de dieren zouden zijn. Nou, als je dit werk doet, kun je niet anders dan van dieren houden. Wat is het verschil of de dieren nou eieren geven of melk geven of bont? Mijn man is er ooit mee begonnen omdat hij nertsen nu eenmaal heel mooie dieren vond.”

De familie Hutten: „We hebben een vergunning voor achtduizend fokteven. We hebben er nog duizend.”Merlin Daleman

Ze heeft een „hartstikke lieve man”, hun relatie is goed, vertelt ze. „Maar het gaat de afgelopen drie jaar alleen maar over financiën. Onze verhouding verandert, dat vind ik best spannend. We hebben altijd samen het bedrijf gehad en het was duidelijk wie wat deed. Nu is alles anders. Hij is gefrustreerd, weet zich geen raad.” Eén van haar kinderen is autistisch en raakte door de onzekere toekomst „geblokkeerd”. „Hij vindt het heel erg dat het huis te koop staat. Er is veel veranderd. Vroeger waren mijn man en ik altijd thuis. Nu zijn we altijd weg.”

Er waren vorig jaar 144 nertsenfokbedrijven in Nederland die gezamenlijk 913.000 pelsdieren houden. In het jaar 2000 waren er nog 192 pelsdierhouderijen met 590.000 dieren. Minder bedrijven hebben in de loop der jaren meer dieren gekregen. De bedrijven produceren voor de export. Veel pelzen gaan naar Denemarken. De traditionele geslotenheid van de sector, onder meer ingegeven door angst voor dierenactivisten, laten de nertsenhouders nu deels varen. Ze willen de wereld laten zien hoe beroerd ze eraan toe zijn.

De familie van Lyon Hutten uit Nieuw-Heeten in Overijssel is door het fokverbod uiteengevallen. „Streep erdoor. Familie op de kop.” Hutten was samen met zijn neef eigenaar van het nertsenbedrijf, opgericht door zijn opa, met vestigingen in Ommen en in Nieuw-Heeten, dat zij van hun vaders hadden overgenomen. Toen duidelijk was dat het fokverbod definitief werd, besloot de neef uit het vak te stappen, vertelt Lyon. „Hij was een groot vakman, maar hij wilde de sores niet meer. Hij werkt nu ergens in een magazijn.” De anderen voelden zich „keihard” in de steek gelaten, zegt hij. „Juist in de moeilijkste tijd stapte hij eruit. Ik spreek hem hooguit aan de telefoon. Zijn vrouw zegt mij geen goeiendag meer. Mijn vader en zijn broer spreken niet meer met elkaar. Ze moeten kiezen of en hoe laat ze naar de verjaardagen van hun twee zussen gaan. Vroeger was het één en al gezelligheid. Ze hebben veertig jaar samen gewerkt en nooit ruzie gehad. Altijd lol.”

Familie Hutten.Merlin Daleman

Het bedrijf is weinig meer waard, de handel is mager. „We hebben een vergunning voor achtduizend fokteven. We hebben er nog duizend. We zijn bezeten van dieren. Maar soms loop ik er rond en denk: ik hoop dat ze niet te veel pups krijgen, want het kost klauwen met geld.”

Lyon zit aan tafel in een café dat hij in de achtertuin van zijn huis heeft gebouwd. „Hier zit ik als ik rust wil hebben. En we houden er soms een feestje.” Er staan een piano, een gitaar en twee oude accordeons. Aan de muur hangen oude foto’s en lollige spreuken. En er is een professionele bar. Het huis en het café heeft hij vier jaar geleden laten bouwen, toen door een eerste rechterlijke uitspraak het fokverbod van tafel leek te zijn. „Ik had wat gespaard. Maar als we pech hebben, moeten we er weer uit.” De onzekerheid is martelend, zegt hij. „Mijn zoontje van bijna vier wil soms niet naar bed. Hij is bang dat als hij wakker wordt, de dieren weg zullen zijn. En mijn dochter van zes zei laatst dat ik vaker boos word. Waarom? Waarom speel je minder met ons? Waarom brom je op mama? Toen dacht ik: wacht even. Ik ben een positief ingesteld mens maar kennelijk is het aan me gaan vreten.”

Als de prijzen laag blijven, moet hij over enkele maanden stoppen. Dan zijn de pensioenen van zijn 69-jarige vader en van zijn 79-jarige oom, die nu nog maandelijks door het bedrijf worden overgemaakt, „foetsie”, zegt hij. „Waar ik me druk om maak, is de dag dat ik tegen mijn vader moet zeggen: we gaan ermee stoppen, pa. Ik weet niet wat hij dan gaat doen. Hij vindt dit zo oneerlijk! En mijn moeder doet het nog veel meer zeer. Die heeft tranen in de ogen van boosheid.”

Linkse schreeuwers

De nertsenhouders in Nederland zien zichzelf als slachtoffers van militante dierenactivisten. Die maken hen al decennia het leven zuur, zeggen ze, onverdraagzame betweters die later als linkse politici de dienst gingen uitmaken, en die weten hoe ze de media moeten bespelen. Marina Rutten: „De linkse schreeuwers hebben ons vergeleken met oorlogsmisdadigers, omdat wij de nertsen vergassen, dat wil zeggen pijnloos laten inslapen. Welnu, bij die leugenachtige activisten moet ik denken aan Hitler. Die zei: ‘Vertel een leugen vaak genoeg en het volk zal je gaan geloven.’”

De macht van de activisten is groot, zegt Pasja van de Wetering. „Ik ben eens naar een debat in de Tweede Kamer geweest. Er kwam een politieman naast me zitten. Hij moest mij in de gaten houden, zei hij, omdat mensen van Bont voor Dieren hadden gezegd dat wij gevaarlijk waren. Terwijl ik met helemaal niemand had gesproken!” Ja, ook de rechterlijke macht is met dit gedachtegoed vergiftigd, meent Lyon Hutten: „Dat rechters dit verbod niet van tafel hebben geveegd, kan gewoon niet kloppen. Het is doorgestoken kaart.”

Hadden de nertsenhouders het verbod niet kunnen zien aankomen? Er is toch jaren gediscussieerd over nut en noodzaak van bont? „Nee”, zegt Marina Rutten stellig. „Wij hebben dat niet zien aankomen. We moesten investeren in welzijnsnormen. Dan denk je toch dat je goed bezig bent? Als er dan ineens toch een verbod komt, dan spreek je toch van een onbetrouwbare overheid?”

Lyon Hutten zag ook niet meteen gevaar. Hij werkte al lang in het bedrijf van zijn vader en oom, en werd samen met zijn compagnon eigenaar toen het fokverbod al van kracht werd. „Als ik dat niet had gedaan, had mijn vader geen pensioen gehad. Bovendien dacht ik: het fokverbod is onrechtvaardig, ik ga door. De prijzen waren toen nog goed.”

Wat de fokkers ook dwars zit, is dat zij altijd van onethisch handelen zijn beticht. „Met ethiek kun je alle kanten op”, zegt Marina Rutten. „Politici wekken valse sentimenten op over de aaibaarheid van dieren.” En wat is eigenlijk het verschil tussen het doden van een nerts en het doden van een varken of kip, vraagt Lyon Hutten zich af. „Dood is dood. Laat de consument zelf bepalen of er dieren moeten worden gedood om bont te kunnen dragen. Wat wij willen laten zien, is dat we goed zijn voor onze dieren.”

Merlin Daleman

Wordt het niet ethisch gevonden om bont te dragen? Dan is de weg vrij om andere vormen van veeteelt óók niet ethisch te vinden, en te verbieden. Veel nertsenhouders geloven dat zij, als relatief kleine sector, als „proefproject” zijn gebruikt om uiteindelijk alle landbouw uit Nederland te verjagen. „Je kunt overal wel iets tegenin brengen. Het wordt in Nederland steeds moeilijker om met landbouw bezig te zijn.”

De staat stelt 36 miljoen euro beschikbaar voor een ‘sloop- en ombouwregeling’. Maar lang niet iedereen kan daar aanspraak op maken, het kan bijvoorbeeld niet als je al eerder bent gestopt. En je moet zelf meebetalen aan de sloop van je bedrijf.

Lyon Hutten: „Wij worden door de staat verplicht om te stoppen. Dan moet de staat ons schadeloos stellen.”

Zeker, er zijn enkele nertsenhouders in Nederland die miljonair zijn, zegt Lyon Hutten. „Maar die hadden ook nog andere bedrijven. Veruit de meesten hebben het moeilijk. We hebben vijf ton moeten investeren om aan de nieuwe welzijnsnormen te kunnen voldoen. Maar stel nu dat we wel miljoenen op de bank hadden staan? Is het dan ineens wel rechtvaardig om iemand schade toe te brengen? Wij zijn schofterig, onmenselijk behandeld. Zo behandel je nog geen hond.”