Recensie

Recensie Theater

‘Voor wat het waard is’ van Pieter Derks is flonkerend, ideeënrijk cabaret

Recensie In ‘Voor wat het waard is’ fileert Pieter Derks razend knap de invloed van de commercie op ons denken.

Show vol met verrassende wendingen: Pieter Derks.
Show vol met verrassende wendingen: Pieter Derks. FotoJaap Reedijk
    • Ron Rijghard

Bij ‘de Beter Leven Kip’ was Pieter Derks er toch even ingetuind. Zo’n label klinkt goed: iets meer ruimte, wat meer voer en een langer leven voor de kip. Maar, beseft hij, uiteindelijk hangen de dieren toch met een haak door hun lijf ondersteboven op een rij in de fabriek, klaar om onthoofd te worden.

In Voor wat het waard is richt Pieter Derks zich op hoe de commercie ons denken beïnvloedt. Ons beoordelingsvermogen wordt gemanipuleerd door logo’s, motto’s en reclame. In het verlengde daarvan laten we ons kritisch vermogen misbruiken om overal een mening over te hebben. We laten ons verleiden tot het online reviewen van bijna alles, zodat cijfers een nieuwe werkelijkheid creëren. Hoe hebben we het zo ver laten komen?

Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar het onderliggende probleem is van filosofische aard: hoe bewaart de moderne mens zijn vermogen tot zelfstandig denken? Begrijpen we nog de waarde van de dingen?

Met als scherp tegenwicht de observatie dat het ook in de aard van het beestje (de mens) ligt om alles te willen beoordelen. De commercie legt een zwakke plek in de menselijke conditie bloot. Want zeker als ons iets niet bevalt, geven we ons gretig over aan kritiek.

Derks geeft een frapperend voorbeeld: tien minuten nadat hij zijn nieuw geboren kind, dat door een operatie aan de dood is ontsnapt, in zijn handen houdt en denkt te doorgronden wat echt belangrijk is in het leven, staat hij al weer te tieren in de parkeergarage tegen een niet-werkende parkeerautomaat en de maker en zijn moeder hel en verdoemenis te wensen. Wat is dat toch, luidt zijn vraag.

Intens gore plee

Op zijn best is Derks in twee passages die hij raillerend uitbouwt tot theatrale scènes. De eerste keer beeldt hij uit hoe hij met stijgende woede een boze brief schrijft over de koopmansgeest die in Nederland altijd weer de moraal verdringt.

De tweede keer is bij een almaar uitdijende fantasie over wat hij in het ideale geval in gang zou kunnen zetten als hij op de intens gore plee van een Frans benzinestation op één van de drie knoppen zou drukken, die zijn aangebracht om de hygiëne te beoordelen.

Die scènes zijn niet alleen inhoudelijk briljant, ze zijn tevens een welkome doorbreking van zijn casual verteltrant. Ook in zijn zevende reguliere cabaretprogramma is de fletse podiumpresence van de inmiddels 34-jarige cabaretier nog een zorgenkind. Hij heeft er de teksten voor, maar Derks is geen performer die de zaal anderhalf uur in zijn greep houdt. Dat is spijtig voor de momenten dat hij een goed doordachte redenering of grap niet uitlegt of overtroeft met een clou, maar zijn woorden gedurfd laat bezinken. Dan staat hij er wat verloren bij.

Malle shampoo

Dat is een kanttekening bij een tekstschrijver die zijn programma laat overstromen van trefzekere anekdotes, verhalen, vragen en dilemma’s. Van klagerige Nederlandse toeristen gaat het naar klimaatverandering en Baudet, van beter gehoord worden als bedrijf dan als burger gaat het naar het plastic dat we binnen krijgen en van een politieke herschrijving van Mag ik dan bij jou gaat het naar malle categorieën shampoo. Die onderwerpen vormen een thematisch slim samenhangende reeks geslepen grappen, scherpe observaties, verrassende wendingen en ongemakkelijke denkpauzes: intelligent bedacht, puntig geformuleerd, in hoog tempo gespeeld. (Alleen de recensent die te veel cabaret ziet, zal opwerpen dat hij die grapjes over citymarketing wel vaker heeft gehoord.) Om het publiek op adem te laten komen zingt Derks twee relativerende, gevoelvolle liedjes.

Bij elkaar maakt het Voor wat het waard is tot een flonkerende en steengoede voorstelling, de beste die Derks tot nu maakte.