Opinie

    • Hugo Camps

Malheur

De dagen voor Parijs-Roubaix komen trosjes renners de Hel van het Noorden verkennen. Dat wil zeggen: ze komen de kasseien monsteren. Een laatste opfrisbeurt. De een wil voelen wat tegenwind doet op kasseien, een ander rekent de afstand tussen de gewassen kinderkoppen na. Altijd snelheid houden, ook op de ruigste stroken is dat het parool. Wie langzaam over de kasseien dokkert, voelt elke snok als een dreun in armen en benen neerdalen. Eigenlijk moet je over kasseien vliegen. Niki Terpstra was daar een meester in, maar Niki is geblesseerd uitgevallen op zijn hoogste vormpiek. Voortijdig malheur.

Parijs-Roubaix is de klassieker van malheuren. Valpartijen, lekke banden, gebroken tandwielen, averechtse stuurstanden; het hoort allemaal tot het menu. Vallen op kasseien is dubbele pijn. Je ligt erbij als een wrak, halvelings gespiest. Het is ook een mentale klap, want achtervolgen op dat stenen geboefte is meestal een hopeloos perspectief. De winnaar van Parijs-Roubaix heeft een engel op zijn schouder of hoerengeluk. Vanzelfsprekend is het voor niemand.

Individuele klasse is relatiever dan in andere klassiekers. Sommige winnaars waren zo uitgewoond dat ze in de Vélodrome geen kassei meer konden optillen. Ze waren zelf gesteente geworden. Een lekke band op Carrefour de l’Arbre en je kan het schudden. Een hongerklop: ook fataal. Nogal wat renners slagen er tijdens het dokkeren niet in hun etenszakje aan te pakken. Ze fietsen op een paar colaatjes, hen door toeschouwers aangereikt. Niet eten in deze superzware klassieker is dodelijk.

De Nederlandse ploeg Jumbo-Visma heeft hoge verwachtingen gewekt met kopman Wout van Aert. De ex-wereldkampioen veldrijden fietst al het hele voorjaar met de zwier van een jong veulen. Derde in de Strade Bianche, een koers die deels vergelijkbaar is met Parijs-Roubaix. Overal rijdt hij toptien. De kasseien zijn hem op het lijf geschreven. Hij heeft de souplesse om eroverheen te scheren.

De grote afwezige in deze Parijs-Roubaix is Mathieu van der Poel. Meer nog dan Van Aert is hij gepolijst naar de stenen wildernis van het Bos van Wallers. Zijn ploeg besliste hem te reserveren voor de Amstel Gold Race en de Hel van Roubaix nog een jaartje over te slaan. Want: „Mathieu is geen kanonnenvlees.” Zijn koershonger moet gedoseerd worden.

Opa Raymond ‘Poupou’ Poulidor is teleurgesteld dat zijn oogappel nog een jaar moet wachten. En met hem vele wielerliefhebbers. Van der Poel demonstreerde in de Ronde van Vlaanderen een kannibalistische conditie. Hij danst op de fiets. Als intervalspecialist zou hij, gespaard van tegenslag, nagenoeg onklopbaar zijn in de Helleklassieker. Het is een gemiste kans, zij het dat zijn procontinentale ploeg niet toegerust is met mecaniciens en materiaal om volwassen aan de start te komen.

Opgemerkte figuur in de verkenningstochtjes was Peter Sagan. De ex-wereldkampioen worstelt met een nukkige conditie. Hij heeft nog geen grote prijs gewonnen en zijn voorjaar dreigt een aaneenschakeling van decepties te worden. Zijn sprint heeft niet meer de snee van de voorbije jaren. Tijdens een van zijn tochtjes ging Sagan een gebakje eten bij de lokale banketbakker. Het smaakte, zei hij vrolijk. Dat soort permissieve surplaces zou Mathieu van der Poel nooit doen.

Gebakjes zijn voor de winter.

Droevig was het beeld van Niki Terpstra die door zijn vrouw Ramona bij het ziekenhuis werd afgehaald en in een gehandicaptenkarretje naar de auto werd geduwd. Niet eens elektrisch.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.